`Immigratie is vooral kwestie van finetuning'

Een harde aanpak van mensensmokkel en meer legale immigratie gaan goed samen, zegt directeur-generaal McKinley van de Internationale Organisatie voor Migratie.

De bende van mensensmokkelaars die vorige week in de Duitse deelstaat Saksen werd opgerold telde twee opmerkelijke leden: een politieman en een douanier. Zij zouden met hun handlangers in het afgelopen jaar in totaal ongeveer 1.500 mensen illegaal over de Tsjechisch-Duitse grens hebben geloodsd. Een deel van hen werd, aldus de politie in Dresden, tot prostitutie gedwongen in West-Europese bordelen.

Het voorval illustreert volgens directeur-generaal Brunson McKinley van de Internationale Organisatie voor Migratie in Genève de drie-eenheid die de illegale migratie domineert: corruptie, smokkel, dwangarbeid. Wie dat kwaad serieus te lijf wil gaan, moet het ,,breed en samenhangend aanpakken''. En juist daar schort het nogal aan, aldus McKinley.

Jaarlijks komen er tussen de 400.000 en 500.000 migranten buiten de officiële kanalen om naar Europa. Dat is een grove schatting; betrouwbaarder cijfers zijn er (nog) niet. De trek vloeit vooral voort uit armoede en ellende elders. Maar dat is niet het hele verhaal, zegt McKinley, want de mondialisering houdt niet op bij de economie, maar strekt zich ook uit tot de criminaliteit.

McKinley: ,,Europa is niet zo gemakkelijk te blokkeren als Australië of de Verenigde Staten, en is daardoor een aantrekkelijk doelwit voor criminelen. Bovendien zijn sommige Europese landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, vrij genereus: ben je daar als illegale migrant eenmaal binnen, dan kunnen ze je niet veel meer maken.''

De Internationale Arbeids-Organisatie (IAO) van de Verenigde Naties heeft becijferd dat er in de mensenhandel wereldwijd jaarlijks tussen de tien en vijftien miljard gulden omgaat. Volgens de IAO is er inmiddels sprake van een ,,bloeiende clandestiene bedrijfstak'' voor het vervalsen van paspoorten en visa en voor de bemiddeling bij logies en werk. De Italiaanse minister van Financiën Ottaviano del Turco wist onlangs te melden dat ,,de Siciliaanse, Napolitaanse en Calabrese mafia nauw samenwerkt met criminele organisaties van mensensmokkelaars in Albanië, Montenegro en Bosnië''.

McKinley's Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) probeert regeringen te helpen de migratie in fatsoenlijke banen te leiden. Ze werd in 1951 opgericht, op initiatief van België en de VS. Er zijn nu 76 landen bij aangesloten. Aanvankelijk lag de nadruk op begeleiding van Europeanen die wilden emigreren. Tegenwoordig gaat het vooral om ondersteuning van migratieprojecten over de hele wereld en hulp bij de beteugeling van illegale immigratie. Daarvoor zijn dagelijks circa 2.500 medewerkers in touw, van wie 100 op het hoofdkantoor in Genève.

Bij de bestrijding van illegale migratie, al dan niet onder regie van bendes, draait het volgens McKinley in essentie om vier punten. In de eerste plaats is het volgens hem zaak de bevolking in de landen van herkomst systematisch te informeren over en te waarschuwen voor de risico's van migratie. ,,Vrouwen wordt vaak een glamourrol in de Westerse amusementsindustrie voorgespiegeld, maar in de praktijk belanden ze meestal in bordelen. Gerichte campagnes kunnen hen voor prostitutie behoeden.''

Daarnaast is het volgens McKinley van belang dat politie en justitie in de landen van herkomst en doorvoer meer prioriteit geven aan de bestrijding van mensensmokkel. ,,Dat betekent mankracht, scholing en training, waar de landen van bestemming meer aan zouden moeten meebetalen. Als je de expertise van Chinese opsporingsambtenaren verbetert, vergroot je ook hun alertheid voor deze uitwas.'' Het opvijzelen van politie- en justitiediensten in doorvoerlanden in Midden- en Oost-Europa wint volgens hem aan urgentie in het licht van hun beoogde toetreding tot de Europese Unie.

In de derde plaats moeten ook politie en justitie in de landen van bestemming meer energie steken in de opsporing van smokkelnetwerken. ,,Als je dat combineert met een goede opvang van slachtoffers en effectieve hulpprogramma's voor hun terugkeer naar de landen waar ze vandaan komen, dan laat je zien dat illegale immigratie niet werkt. Nu lukt het vaak en dat succes werkt aanstekelijk. Het omgekeerde geldt ook: wat mislukt werkt ontmoedigend.''

Tenslotte zou Europa volgens McKinley meer mogelijkheden moeten scheppen voor legale immigratie. Het afgelopen decennium zijn vrijwel alle EU-landen strenger geworden voor vreemdelingen, met als gevolg dat velen hun toevlucht zochten tot oneigenlijke procedures en illegale circuits. ,,Als je een open en fair kanaal hebt voor legale immigratie dan kun je illegalen ook gemakkelijker weren. Je kunt aan toelating ook voorwaarden verbinden, bijvoorbeeld qua opleiding en verblijfsduur.''

In dit verband juicht McKinley het toe dat onder druk van de toenemende tekorten op de Europese arbeidsmarkt voorzichtig een discussie op gang komt over uitbreiding van tijdelijke werkvergunningen. ,,Europa kan op den duur niet zonder migranten. De eigen bevolking vergrijst en het eigen geboortecijfer ligt te laag.''

Op Ierland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk na mag McKinley alle EU-landen tot zijn `klanten' rekenen. Zijn advies is ondubbelzinnig. Het is, zegt hij, vooral een kwestie van finetuning. ,,Enerzijds is er behoefte aan werknemers, anderzijds zijn er, vaak wanhopige, mensen die graag willen komen. Wie dat goed op elkaar afstemt, bouwt aan de toekomst van Europa. Bij immigratie in Australië en Noord-Amerika ging het altijd om éénrichtingsverkeer. Europa hoeft dat patroon niet per se te volgen. Tijdelijke immigratie kan voor alle betrokkenen een goede optie zijn.''