Honger!

Àls veldleeuweriken voor hun voedsel volledig afhankelijk zijn van melganzenvoet, àls dit onkruid door de introductie van herbicideresistente genetisch gemanipuleerde (gm) gewassen geheel zal verdwijnen en àls die nieuwe landbouwmethode algemeen ingang vindt bij boeren, dàn, ja, dàn zal de veldleeuwerik honger lijden. Waarschijnlijk. Aldus de conclusie van Britse ecologen onder leiding van Andrew Watkinson die gisteren in Science een theoretisch model presenteerden over de mogelijke ecologische gevolgen van de introductie van gm-gewassen.

Op basis van literatuurgegevens over één vogelsoort (de veldleeuwerik), één onkruid (de melganzenvoet) en één gewas (de suikerbiet) construeren de Britten aldus een doemscenario voor de plantenbiotechnologie. Want ze voorspellen ``ernstige gevolgen'' voor alle zaadetende vogels. De redactie van Science moet zich ongemakkelijk hebben gevoeld, want in een begeleidend commentaar laten ze Amerikaanse wetenschappers aan het woord die weinig heel laten van de uitkomst. Al blijven ze natuurlijk beleefd, zo gaat dat met collega-ecologen onder elkaar.

Er is een schreeuwende behoefte aan kennis over de consequenties van gm-gewassen. Vorig jaar werd een `geheim gehouden' onderzoek van de Hongaar Arpad Pusztai over vermeende sterfte bij ratten door het eten van gm-aardappelen, na veel ophef in de media, uiteindelijk gepubliceerd door de Lancet – voorzien van uiterst kritische commentaren. Het heeft er de schijn van dat Science dit leeuwerik-onderzoek nu maar direct op die manier in de openheid heeft willen brengen. De vraag is of gm-activisten er nog gebruik van zullen maken, nu het in feite door het vernietigende commentaar in de kiem gesmoord is.

De Britten willen met hun model inzicht geven in de ecologische gevolgen van de introductie van gm-gewassen. Ze voeren aan dat hun theoretische model de enige manier is waarop dat kan, want veldproeven met transgene gewassen zijn volgens hen te kleinschalig van opzet om iets te zeggen over de gevolgen voor vogelpopulaties. Maar hoe realistisch de waarde van hun theoretische en eenzijdige model is, daarover zwijgen ze. De Amerikanen komen zonder veel moeite op de proppen met praktijkvoorbeelden waaruit blijkt dat onkruiden (óók melganzenvoet) naar verloop van tijd resistent worden en dus toch weer de kop opsteken. En dan is er weer genoeg te eten, ook voor de hypothetische veldleeuwerik die alleen maar maar melganzenvoet eet. Ook verandert na beplanting met gm-gewassen de samenstelling van het onkruid op de akkers, een verandering waarvan totaal onbekend of dat nu positief of negatief uitpakt voor de zaadetende vogels. En natuurlijk is ook nog zeer de vraag of veldleeuweriken wel zo afhankelijk zijn van melganzenvoet. Eén telefoontje naar de Nederlandse vogelorganisatie Sovon leert dat deze vogels ook andere zaden en zelfs insecten eten.

ophef@nrc.nl