Happy end

Op de Eurotop die dit voorjaar in Lissabon is gehouden werd algemeen als uitgangspunt onderschreven dat onderwijs en opleiding een belangrijke voorwaarde vormen voor volledige werkgelegenheid. Vandaar het besluit dat Europa de meest competitieve en de meest dynamische kenniseconomie van de hele wereld moet worden. Ga daar maar aan staan.

In Le Monde van 22 juli j.l. werd in dit verband de voor de hand liggende vraag gesteld hoe het op dit moment staat met het onderwijs in Europa. De OECD doet vergelijkend onderzoek naar de kwaliteit van het onderwijs in de verschillende landen. Daarbij wordt onder meer het Angelsaksische begrip literacy gehanteerd: het vermogen tot het begrijpen en gebruiken van geschreven informatie van allerlei aard zoals teksten, schema's en cijfermatige documenten. Frankrijk bestreed de `wetenschappelijke validiteit' van de tests en heeft zich daarom enkele jaren geleden teruggetrokken uit dat onderzoek. De motivering, `wetenschappelijke validiteit', klinkt indrukwekkend maar betekent alleen dat het iets anders inhoudt dan ze in Frankrijk gewend zijn. Overigens heeft Frankrijk, waar langzamerhand het besef begint door te dringen dat internationalisering een kwestie is van geven en nemen, inmiddels besloten weer wel mee te gaan doen. De resultaten daarvan mogen we volgend jaar verwachten.

Maar eerst iets over de resultaten van het lopende onderzoek. Opvallend daarin is, aldus Le Monde, dat de Verenigde Staten op de meeste tests middelmatig scoren. Dat is dus geen hinderpaal voor economisch succes en technologisch leiderschap, aldus de kwaliteitskrant. Ik denk dat de oorzaak van deze schijnbare tegenstelling gezocht moet worden in de aard van het Amerikaanse onderwijs. Op Amerikaanse highschools wordt misschien niet zo veel geleerd als op veel typen middelbare scholen in Europa, maar daar staat tegenover dat er veel aandacht is voor andere zaken met een vormende waarde zoals sport, muziek en allerlei soorten manifestaties. Maar daar komt nog iets bij. Terwijl in Amerika meer geld aan onderwijs wordt uitgegeven dan in welk Europees land dan ook, wordt dat geld heel ongelijkmatig verdeeld. In sommige streken of wijken van steden is het niveau van het openbaar onderwijs ronduit bedroevend. Goed onderwijs is daar alleen bereikbaar voor wie een particuliere school kan betalen. In andere, rijkere buurten is de onroerend goed belasting hoog genoeg om uitgesproken luxe onderwijsvoorzieningen te bekostigen. Na de highschool stromen Amerikanen massaal door naar het tertiair onderwijs. De laatste jaren zien we dat vooral de betere colleges en universiteiten vanwege de toenemende belangstelling steeds strenger zijn gaan selecteren. Een goede opleiding is immers de beste garantie voor een grote welvaart later. Daar is iedereen blijkbaar wel van doordrongen. Tegenover de vele winnaars staan ook vele verliezers; logisch want velen hebben een dubbele handicap: een zwakke sociale achtergrond plus een slechte school. Veel uitvallers dus, maar in het Amerika van nu is dat geen probleem, althans geen economisch probleem. De serviceverlening staat er op een oneuropees hoog niveau. Waar je in Parijs een uur moet wachten voor je een ober te pakken hebt, word je in Amerika direct bediend. In de supermarkt niet een eindeloze rij bij de kassa's, maar een vlotte bediening en als het even meezit, worden je spullen ook nog ingepakt en in de auto gezet. Slecht mens als ik ben, denk ik wel eens dat wat meer slecht onderwijs de leefbaarheid in Frankrijk geen kwaad zou doen. Iedereen nog meer onderwijs, dan zit er straks helemaal niemand meer achter de kassa in de supermarkt.

hetveld@nrc.nl