EEN DIERBARE VRIENDIN

Meisjes kunnen vanaf hun prille jeugd oefenen om vrouw te zijn. Mannelijke travestieten moeten het zonder die voorbereiding stellen. Hoe worden zij de vrouw die bij hen past?

Sonja staat me op te wachten bij de bushalte. Ze draagt een stemmig gebloemd complet, een lichtgrijs regenjack en hoge zwarte pumps. Haar huis ligt verscholen achter een stel perenbomen, tussen de weilanden. Binnen is het gezellig. Misschien een beetje rommelig voor een vrouw op leeftijd, met stapels strijkgoed op een stoel middenin de woonkamer. Sonja zet koffie en schikt een dienblad met suikerpot en kopjes. 'Een beetje melk van de koe van gisteren?' vraagt ze, met een knikje naar een jumbopot Completa.

Sonja heet eigenlijk Hanno. Hanno is 57, sinds zes jaar gescheiden van zijn echtgenote, vader van een zoon (28) en een dochter (25). Hanno gaat zoveel mogelijk als Sonja door het leven. Eigenlijk is hij altijd als vrouw gekleed, behalve op zijn werk als rekenkundige bij Rijkswaterstaat, en in de dorpssuper, want Oudewater wordt nu eenmaal geregeerd door de SGP.

Sinds 1983 geeft Hanno toe aan zijn drang zich om te kleden. Dat moest eerst in het geheim, maar sinds zijn echtgenote weg is kan hij zich openlijk toeleggen op de finesses van het vrouw-zijn. Dat valt niet mee. Hanno vertelt over zijn dochter, die hij op haar vijftiende eindeloos zag experimenteren met make-up en verschillende soorten outfits. Jaloers was hij daarop. 'Z¡j kwam enthousiast de trap aflopen in een Madonna-pakje, zij kon lekker shockeren met wilde make-up.' Sonja strijkt het halflange bruine haar uit haar ogen en lacht besmuikt. 'Ondertussen zat ik in het verborgene te knoeien met verkeerde kleren en wist ik niet hoe die make-up werkte.'

Een goeie travestiet zie je niet

Een vrouw heeft zo'n achttien jaar de tijd om vrouw te worden. In die periode kan ze onderzoeken wat bij haar past, welke kleuren flatteren, wat de ideale hakhoogte is. Mannen die op latere leeftijd 'vrouw worden', moeten het zonder die voorbereiding stellen. Ze zijn nooit een pubermeisje geweest dat met schade en schande, blunders en miskopen wijzer wordt en daarmee nog vertedering wekt ook. De veertigjarige man die overdag in een strapless feestjurk de straat opstapt, zijn pruik te groot, de lippen te rood, ontmoet onbegrip en lacherige reacties.

Een goeie travestiet zie je niet heette dan ook een bundel interviews met travestieten uit 1995, verzameld door de onlangs overleden René Stoute, die zelf een groot deel van zijn leven als vrouw gekleed was. Want anders dan het wijdverbreide misverstand wil doen geloven, zijn travestieten meestal niet de extravagante øber-vrouwen zoals ze vaak in disco's en tv-programma's langsparaderen. Deze drag queens, met hun lange valse wimpers, plateauzolen en wiegende heupen, zijn doorgaans homoseksueel. Maar het grootste deel van de travestieten (61,7 procent volgens een nisso-onderzoek) is heteroseksueel en streeft naar een geloofwaardige, on-opvallende vorm van vrouw-zijn.

Dat gaat niet zomaar. Het ideaalbeeld dat jarenlang is gekoesterd, blijkt vaak niet haalbaar of te extreem. Toen Hanno zich op middelbare leeftijd als vrouw ging verkleden, wilde hij het liefst een 'wulpse jonge meid' zijn, met donkerblond haar. Ook had hij als Sonja een voorkeur voor feestelijk gekleurde, 'Caraïbische' kleding. 'Maar dat is een stijl voor donker getinte mensen. Mij paste het niet. Net als felle make-up of blond haar. Ik moest zorgen dat ik de soort vrouw werd die bij Hanno's type en leeftijd paste. Ik had het nu eenmaal te doen met een al wat oudere kop.' Sonja is inmiddels uitgegroeid tot een 'Engelse' dame van middelbare leeftijd. Ze draagt graag mantelpakjes, wijde rokken en pantalons in donkerrood, groen of bruin. Hanno rookt pijp, Sonja rookt niet.

Dankzij haar gunstige maten (schoenen 40, kleding 42) kan ze veel kopen. Zo'n dertig paar schoenen en een rek vol pakjes heeft Sonja inmiddels. Maar ze kan nog altijd de kast opentrekken en wanhopig roepen: 'Ik heb niets om aan te trekken.' Sinds Hanno ronduit voor zijn travestiet-zijn uitkomt, is winkelen geen probleem meer. Hij koopt vrouwenkleding waar hij maar wil. 'Dat doen allochtone mannen tenslotte ook voor hun vrouwen. Ik ben met die trend meegefietst', zegt hij.

Leven uit de koffer

Ook Annette/Herman heeft geen schroom om als man in een vrouwenzaak in woonplaats Alkmaar te vragen naar 'een topje voor bij een leren rok. Het is voor mezelf'. Herman zit aan de lunch in een café in Amsterdam. Hij is gekomen 'als man'. Dat is een groot verschil met de Annette die ik bij een eerdere gelegenheid ontmoette: niet alleen door de motorlaarzen en het kreukelige overhemd, maar vooral door zijn nonchalante gedrag. Herman eet met zijn ellebogen op tafel, Annette is een keurige dame. Herman rookt niet, Annette juist wel. Want dan kun je je handen zo prettig een houding geven en met schuin hoofd en getuite lippen om een vuurtje vragen.

Sinds vijf jaar geeft Herman (Herman is 41, Annette nog maar 39) zich weer over aan het omkleden. Toen hij tien jaar geleden zijn huidige vriendin ontmoette, heeft hij zijn hele verzameling vrouwenkleren in vuilniszakken op straat gezet in een poging 'er vanaf te komen.' Maar zoals uit alle levensverhalen van travestieten blijkt, laat de behoefte aan vrouwelijkheid zich niet ontkennen. Tot afgelopen januari moest Annette 'uit de koffer leven', zoals dat onder travestieten heet. In het geheim kleren kopen, ze aantrekken en na gebruik weer schuldbewust wegstoppen in een doos of koffer. Begin van dit jaar was Herman er slecht aan toe. Het dubbelleven viel hem zwaar. Hij heeft het toen aan zijn vriendin verteld, die opgelucht reageerde: 'Oh, is dat het. Ik dacht dat je van me af wilde.' Sindsdien liggen thuis de folders van de Etos en lingeriezaken voor hem klaar.

Herman (om zijn vriendin wil hij niet met foto en echte naam in de krant) ziet Annette als een afzonderlijk wezen. 'Ze zou nu zo bij ons aan tafel kunnen schuiven', zegt hij. Als hij, zoals vorige zomer, op fietsvakantie is in Frankrijk, vraagt hij zich soms ineens af 'hoe het met Annette zou zijn.' Hij beschrijft haar als een dierbare vriendin, wier eigenaardigheden hem allemaal bekend zijn. Ze heeft uitgesproken Annette-voorkeuren. Voor de kleur blauw bijvoorbeeld en voor de liedjes van hitparade-zangeres Celine Dion, terwijl Herman van underground-bands houdt.

Tot in detail kan Herman vertellen wat voor type Annette is. Ze is heel beschaafd. Ze kent de grens tussen 'kunst en kitsch'.

Ze geeft niet om duur maar om smaakvol. Zo kiest Annette eerder een mooie zilveren ketting dan een parelsnoer. Haar favoriete outfit is een zomers geel pakje, gecombineerd met een topje, vleeskleurige nylons en witte sandaaltjes. Herman, zelf werkzaam als bibliothecaris in Noord-Holland, noemt haar een 'keurige bibliothecaresse.' Op alle fronten. De klerenkast van Herman is een 'zwijnenstal', die van Annette is op orde: alles mooi gestreken, met geurbuiltjes tussen de stapeltjes.

Die voorkeur voor netjes en keurig - 'alles wat Herman niet is' - speelt ook een rol als hij als man naar 'leuke vrouwen' kijkt. 'Mijn ogen trekken altijd naar de verzorgde types, vrouwen die naar de schoonheidsspecialist gaan en naar de manicure.'

Hij noemt schrijfster Rascha Peper als voorbeeld. 'Haar vind ik een mooie vrouw. Zo zou ik er zelf graag uit willen zien. En ze kan nog goed schrijven ook, dat gaat niet vaak samen', zegt hij zonder ironie.

Een echt vrouwtje

Dat Annette zich tot zo'n duidelijk personage ontwikkeld heeft, komt door Hermans bezoeken aan Mariposa, een club voor travestieten in Osdorp, Amsterdam. Mannen kunnen er kleren, make-up en pruiken kopen, en lessen volgen in opmaken. Visagiste en oprichtster Mary van den Brink en haar schoondochter Ilse Ruijs zien erop toe dat de mannen geslaagde vrouwen worden. Borsthaar is uit den boze, evenals te korte rokjes en grote borsten. Twee jaar geleden ontdekte Herman het bestaan van Mariposa. 'Daar ben ik een echt vrouwtje geworden, met een naam en een karakter. Vroeger kon dat niet. Omdat ik niet wilde toegeven dat die kant bij me hoorde. Bij mijn eerste omkleedsessies kleedde ik me veel te overdreven. Panty's waren niet goed genoeg, het moesten zwarte netkousen zijn met jarretels. Hoge hakken, korte rokjes. Ik was supervrouwelijk, op het hoerige af. Dat zou Annette nooit doen.'

Ondanks haar gedistingeerde voorkomen zal Annette in haar hart altijd het jonge meisje blijven dat opgewonden met een nieuwe mascara experimenteert. 'Omdat er een gat in haar ontwikkeling zit', zegt Herman. 'Ik ben op mijn vijfendertigste plotseling Annette geworden.'

Veel travestieten kampen met die verwarring, vertelt ook Sonja/Hanno, die betrokken is bij de organisatie van 't & t'-groepen, zelfhulpbijeenkomsten voor travestieten en transseksuelen. Sonja's eigen ideaalbeeld is tegenwoordig dat van een vrouw die 'lekker in haar vel zit' en zich zelfbewust gedraagt. 'De manier waarop mijn dochter die trap afliep, dat bewonder en benijd ik.' Het grootste compliment dat ze kan krijgen is als men haar galant behandelt. 'Het is mij er absoluut niet om te doen om mannen te behagen. Maar ik vind het leuk als ze naar me knipogen, de deur openhouden of voor me opzij stappen op de stoep. Soms moet ik ervan blozen. Ik zou ze willen zeggen: "Je ziet in mij wat ik graag wil zijn, dank je voor dat compliment." Maar dat kan niet, dan zouden ze zich belazerd voelen.'

[lees verder op pagina 53]

Op een zomerse namidddag zit een groepje vrouwen in een kring op de stoep bij Mariposa. Ze zijn warm gekleed voor het benauwde weer. Maar de panty's dienen om onrechtmatigheden op hun benen te camoufleren. De vrouwen zijn zwijgzaam, nippen van hun appelsap of cola. Af en toe wordt er een opmerking gemaakt - over een nieuw paar schoenen, of over de voordelen van het fietsen over een opgebroken weg: 'Dan wippen je borsten zo lekker echt omhoog', zegt Barbara. Dennis/Denise komt aanlopen met een dun plastic zakje in haar hand. Met een: 'Oh, kon je het weer niet laten. Wat heb je nu weer gekocht?' wordt ze door de anderen begroet.

John/José arriveert in half-ornaat. Zonder pruik maar mét een sluike, zwarte plooirok en een glimmend truitje. Ze gaat binnen voor een spiegel zitten, Ilse doet de make-up. Terwijl Ilse met stevige vingerbewegingen de theaterschmink opsmeert en een fijn cupidoboogje om José's bovenlip tekent, vertelt John/José (37) over zijn vrouwelijke kant. Hij woont alleen in een nieuwbouwwijk van Zoetermeer en is na zijn werk als it'er altijd als vrouw gekleed. Dat wil zeggen: min of meer.

Geen cesuur van 'voor' en 'na'

'Het kan een rok met een gewoon T-shirt zijn, en meestal maak ik me niet op.' In Johns leven is geen cesuur van 'voor' en 'na' de bekering tot vrouwenkleren. Hij droeg al lingerie in zijn puberteit. Stap voor stap ontdekt John/José nieuwe terreinen van vrouwelijkheid. Onlangs nog liet hij gaatjes in zijn oren prikken.

De vrouwelijke kant was in Johns leven nooit een probleem. Hij komt uit een vrijzinnig gezin in Rijswijk; een oom woonde samen met een man. De lijn tussen John en José is diffuus. Maar sinds een paar jaar krijgt José wel steeds duidelijker contouren. 'Ik weet dat José geen mantelpakjes zal dragen, bijvoorbeeld. Ze is meer het sportieve type.' Toch ontwikkelt John zich niet uitsluitend in vrouwelijke richting. Als ideaal noemt hij de versmelting van een mannelijke en vrouwelijke verschijningsvorm. 'Sinds ik hier kom, ben ik zelfverzekerder geworden. Daardoor voel ik me vrij om het vrouwelijke en het mannelijke steeds dichter bij elkaar te brengen. Ik kijk hoe ver ik kan gaan. Naar mijn werk draag ik een broek en een T-shirt maar ook oorknopjes, veel gouden ringen en blanke nagellak. Het valt niet meteen op, maar de oplettende kijker heeft het door.'

Ilse poedert rouge op José's wangen en kijkt goedkeurend naar het natuurlijke resultaat. José wrijft voorzichtig in een oog. Ze zegt: 'Ik heb als vrouw geen ideaalbeeld. Zolang ik mijn doel maar niet voorbijschiet.' Ilse borstelt stevig José's pruik uit. Terwijl John het krullerige haar bij elkaar houdt, trekt Ilse de pruik als een muts over z'n hoofd.

Dennis/Denise komt binnenlopen. Voor hem is het tijd om naar huis te gaan. 'Ik ga me onttoveren', zegt Dennis. Binnen een mum van tijd is de roodharige, goedlachse vrouw veranderd in een blonde, gedrongen man met een desolate blik in zijn ogen. 'Ik wil niet meer terug', mompelt hij voor zich uit, terwijl hij zijn witte broek met modieuze pijpomslagen opvouwt.

José is intussen naar buiten gewandeld. Ze zit tevreden tussen de anderen. Haar wenkbrauwen zijn niet geëpileerd. Ze heeft geen panty's om de gespierde bruine benen. Ze wrijft eens over de gladde velours van het truitje. Eerder zei ze dat ze vrouwenkleren draagt voor het comfort, omdat het zoveel lekkerder zit dan een strakke spijkerbroek. Voor José is vrouw-zijn geen staat, het is een stemming. 'Ik zou af willen van de categorieën "man" en "vrouw", zegt John/José. 'Ze passen niet bij me. Mensen hebben zich altijd al afgevraagd hoe dat bij mij zat. Ik ben ambivalent. José zie ik zeker niet als een "ander wezen". Ze is de helft van mijn ik.' M

Hester Carvalho is freelance journalist en schrijft voor NRC Handelsblad onder meer over popmuziek.

Morad Bouchakour werkt o.a. voor The Independent, Carp, Focus en Vrij Nederland. Hij won dit jaar de PANL award en goud in de catagorie People.

[streamliner]

John: 'Ik weet dat José geen mantelpakjes zal dragen. Ze is meer het sportieve type.'