DEELTJES VAN ONTPLOFTE CHINESE RAKET VERSCHALKT

Een onderzoekssatelliet van de Amerikaanse luchtmacht heeft de wolk van deeltjes gedetecteerd die is ontstaan nadat de bovenste trap van een Chinese Lange Mars-raket na vijf maanden om de aarde te hebben gedraaid onverwachts explodeerde. De satelliet is de Advanced Research and Global Observation Satellite (ARGOS), die sinds 23 februari 1999 in een baan op 825 kilometer hoogte om de polen draait. Met deze 2,7 ton zware satelliet worden verscheidene technologieën voor toekomstige satellieten beproefd. Daarnaast heeft ARGOS instrumenten voor aardonderzoek en voor het meten van de verdeling van kleine deeltjes die in vrij lage banen om de aarde cirkelen. SPADUS (van: space dust) meet de richting, snelheid en massa van deze deeltjes, waardoor hun herkomst kan worden vastgesteld. Onze kennis van deze deeltjes was tot nu toe voor een belangrijk deel gebaseerd op het onderzoek dat in de jaren 1984-1990 met behulp van NASA's Long Duration Exposure Facility (LDEF) werd verricht. Deze satelliet kon echter geen onderscheid maken tussen `natuurlijke' deeltjes uit het zonnestelsel en kunstmatige deeltjes die door ruimtevaartactiviteiten ontstaan. LDEF kon ook niet bepalen op welke punten in zijn baan inslagen plaatsvonden. SPADUS kan dat wel.

Gemiddeld registreert SPADUS elke twee dagen één deeltje dat afkomstig is van ruimtevaartactiviteiten. Onlangs werd echter ontdekt dat deze frequentie in een bepaald punt van de baan een stuk hoger was. Rond dit punt werden in één week 40 inslagen geteld. Al snel werd duidelijk dat de deeltjes afkomstig moesten zijn van de tweede trap van de Lange Mars, een Chinese raket waarmee op 21 november een onbemande ruimtecapsule werd gelanceerd. De capsule kwam een dag later weer terug, maar de raket bleef rond de aarde draaien.

Op 11 maart was de rakettrap onverwachts ontploft. Zulke explosies zijn al zo'n 160 maal eerder waargenomen. De oorzaak ligt in het te hoog oplopen van de druk in een tank met overgebleven stuwstof. Bij de explosie van 11 maart ontstonden meer dan 300 fragmenten die voldoende groot waren om door de radarsystemen van het U.S. Space Command te worden gevolgd: dat wil zeggen groter dan ongeveer tien centimeter. De deeltjes die SPADUS opvangt zijn veel kleiner dan een millimeter, dus op geen enkele manier vanaf de aarde te zien. Zij leveren daardoor belangrijke informatie voor de modellen waarmee de NASA de grootteverdeling van alle fragmenten tijdens zulke explosies tracht te berekenen. Raketexplosies veroorzaken de helft van al het afval in de ruimte rond de aarde.