De man die plots op aarde viel

Wat gebeurde er toch met de man die op aarde viel? Hoe leerde hij de mensentaal spreken, waarom slaagde zijn missie niet? En waarom lijkt zijn knullig gefabriceerde ruimteschip op een strijkijzer dat bijeen wordt gehouden door wat handdoeken? Regisseur Nicolas Roeg geeft geen enkel pasklaar antwoord op de vele vragen die zich tijdens het kijken naar The Man Who Fell To Earth (1976) opdringen. Net zoals in zijn thriller Don't Look Now wordt het mysterie intact gelaten.

Roeg laat de onbestemde, in een vreemd soort ochtendlicht gefilmde beelden over elkaar heen duikelen, zonder dat je kan voorspellen wat er volgt, bij gebrek aan een logische plot. De kijker probeert nog tevergeefs om gebeurtenissen eenduidig te interpreteren, maar wordt geheel aan zijn lot overgelaten. Uiteindelijk voel je je als de man die zo plots op aarde viel: een vreemdeling in een vreemd land. Roeg heeft zijn doel bereikt.

Eén ding is in ieder geval wel duidelijk: dit magere, bleke buitenaardse wezen, gespeeld door David Bowie, kwam niet met beide benen stevig op de grond terecht, maar viel ongelukkig genoeg in de gretige armen van de mensheid. In het begin van de film heeft hij alle touwtjes nog vast in handen. Hij noemt zich Thomas Newton, meet zich een Britse identiteit aan en weet in Amerika binnen no time een fortuin te vergaren dankzij de wonderlijke uitvindingen die hij van zijn planeet heeft meegenomen. Newtons missie is om aards water naar zijn stervende planeet te brengen, maar eenmaal hier gearriveerd brengt hij de meeste tijd door op de achterbank van zijn dure auto. Dankzij de onaardse schoonheid van David Bowie is hij een ongenaakbare verschijning – oranjebruin haar, emotieloze blik, stijlvolle hoed.

Zijn onaantastbaarheid blijkt echter schijn, want Newton zal binnen onafzienbare tijd een aantal hedonistische en megalomane eigenschappen van de mens overnemen en daarmee zijn eigen graf graven. ,,Leave my mind alone!'', roept hij tevergeefs naar de acht televisietoestellen die hij tegelijkertijd bekijkt om te leren hoe het er op aarde aan toegaat. Wie met pek omgaat wordt ermee besmet.

Modernist Nicolas Roeg en scenarioschrijver Paul Mayersberg ontpoppen zich uiteindelijk tot moralisten die de verdorven mensheid onder de loep leggen door er met de blik van de ultieme vreemdeling naar te kijken. De meest doodgewone situaties krijgen hierdoor een merkwaardige draai: de kerstman is een bedreigende figuur, een stijgende lift is voor Newton een duizelingwekkende ervaring. Eén van de meest heftige scènes is die waarin een man en een vrouw elkaar belagen alsof ze elkaar naar het leven staan, maar langzamerhand wordt duidelijk dat ze gewoon de liefde aan het bedrijven zijn.

Scenarist Mayersberg noemde deze film, die zichzelf zo moeilijk prijsgeeft, ,,een gecreëerde wereld die een eigen onafhankelijk leven leidt''. Tijdens het kijken heb je dan ook het gevoel dat er elk moment iets heel diepzinnigs door dit organisme kan worden gezegd, maar de film houdt uiteindelijk wijselijk zijn mond. De mogelijkheid is voor Roeg belangrijker dan de gebeurtenis.

De film eindigt terwijl Newton dronken op een terrasje zit en zijn glas laat vallen, waarna de ober terecht opmerkt: ,,I think Mr. Newton's had enough.''

The Man Who Fell To Earth (Nicolas Roeg, VS, 1976), zaterdag, BBC2, 01.05-03.20u.