Burgeroorlog

In `Reis om de wereld in 80 hits' (NRC Handelsblad, 19 augustus) schrijft Pieter Steinz dat Amerikaanse schrijvers in de jaren dertig massaal in de Spaanse burgeroorlog meevochten. In werkelijkheid vocht geen enkele beroemde Amerikaanse schrijver mee in de Internationale Brigade. De auteurs die wel meevochten waren niet bepaald gevestigde namen. Bovendien waren het er bijzonder weinig. De bekendste daarvan waren Alvah Bessie en Edwin Rolfe. Beroemde schrijvers, zoals Ernest Hemingway, John Dos Passos, Theodore Dreiser en Martha Gellhorn waren meestal in journalistieke hoedanigheid aanwezig. Het was hun taak om de publieke opinie in de Verenigde Staten te overtuigen van de noodzaak om de Republiek te steunen tegen generaal Franco en zijn fascistische Italiaanse en Duitse bondgenoten. Maar de Amerikaanse regering wenste zich niet met Spanje te bemoeien.

De beroemdste Amerikaanse schrijver in de burgeroorlog was ongetwijfeld Hemingway. Hij werd omringd door personeel, vrienden en meelopers. Hij leidde een comfortabel bestaan in een hotel in Madrid, bezocht zo nu en dan het front per auto met chauffeur en schreef zeer matige artikelen. In de Internationale Brigade had hij weinig te zoeken, aangezien hij weinig zag, te zwaar was en veel te veel dronk. Door zijn slechte ogen kon hij al in 1918 geen dienst nemen in het Amerikaanse leger, dus de kans dat hij mee zou mogen vechten in de Internationale Brigade was bijzonder gering. De republikeinen zagen terecht in dat Hemingway, net als de andere beroemde Amerikaanse schrijvers, een stuk meer voor de Republiek kon doen als journalist en propagandist dan als militair.