Brand SE Fireworks: de druppeltjestheorie

Een chemische reactie en een spontane brand, op het terrein van SE Fireworks? Zou kunnen, zegt medewerker Kloppenborg na enig aandringen door de politie.

De brand bij het Enschedese vuurwerkbedrijf SE Fireworks zou weleens helemaal vanzelf kunnen zijn begonnen. Dat kan werknemer Hennie Kloppenborg zich in ieder geval wel voorstellen als de rechercheurs die hem verhoren, hem die mogelijkheid voorhouden.

De oorzaak van de brand die leidde tot de desastreuze ontploffingen op 13 mei staat, drieënhalve maand na de ramp, nog altijd niet vast. Kan het zijn, vragen op 15 augustus de rechercheurs aan Kloppenborg, dat op de een of andere manier het vuurwerk is ontbrand dat in de werkbunker lag? Dat bijvoorbeeld condens van de lichtkoepels naar beneden drupte, op niet-afgedekt vuurwerk? Met als gevolg een chemische reactie en ontbranding van de lading? Dat het rondknallende vuurwerk vervolgens de lichtkoepels uit hun sponningen sloeg waarna de brand zich over het terrein verspreidde?

Dat kan, zegt Kloppenborg. Want er lag volgens hem wel een en ander aan vuurwerk in de bewuste werkbunker, hoewel dat volgens de milieuvergunning niet mag. Er lagen, zegt hij, vuurpijlen – maar die kunnen het volgens Kloppenborg niet geweest zijn, want die lagen horizontaal. Er lagen ook losse shells. En er lagen zogeheten cakedozen onafgedekt, open dozen met daarin kartonnen buisjes met een bepaalde lading. ,,De door u genoemde theorie is wel van toepassing voor de cakedozen die in de werkbunker stonden.''

Vuurwerkspecialisten kunnen zich de druppeltjestheorie niet voorstellen. G. Oudendag, voorzitter van de Vuurwerkfederatie Nederland, acht het desgevraagd onmogelijk. Maar de door de rechercheurs aangedragen theorie komt Kloppenborg niet slecht uit. Hij is vooralsnog de enige werknemer van SE Fireworks die heeft toegegeven dat hij de middag van zaterdag 13 mei op het bedrijf is geweest – naar eigen zeggen om een hogedrukspuit op te halen. De verklaringen die hij in de loop van weken van verhoor aflegt zijn op tal van punten inconsistent. Hij is zelfs verdacht van meineed.

Zijn aanwezigheid maakte hem ook verdacht van betrokkenheid bij het ontstaan van de brand. Er zijn bij de politie verschillende getuigen gekomen die verklaren dat er die zaterdagmiddag op het bedrijf werd gewerkt. De suggestie dat hij daar bij was moet Kloppenborg zozeer hebben benauwd dat hij zich anderhalve week geleden geroepen voelde om, in een interview met de tv-rubriek Netwerk, te zeggen: ,,Ík heb het lontje niet aangestoken''.

De theorie van de zelfontbranding maakt het zoeken naar iemand die het lontje wèl heeft aangestoken overbodig. De brand is daarmee verklaard en de volle verantwoordelijkheid voor de fatale explosies komt te rusten op de twee directeuren, want die zijn verantwoordelijk voor de wijze waarop zij hun vuurwerk opslaan. En in een verhoor op 12 augustus geeft Kloppenborg toe dat ,,de veiligheidsvoorschriften niet voldoende nageleefd werden''. Waarbij hij expliciet zegt dat (directeur) ,,Willy Pater verantwoordelijk is voor het binnen-buitengebeuren''.

Volgens G. Meijers, advocaat van directeur W. Pater is het idee van zelfontbranding de eerste theorie waar het onderzoeksteam van justitie in Almelo mee aankwam. ,,Later heb ik er niks meer van gehoord.'' Overigens lag de werkbunker er altijd keurig bij, aldus Meijers.

P. Plasman, advocaat van mede-directeur Bakker, noemt de laatste verklaring van Kloppenborg ,,een ontsnappingstheorie''. Hij vindt het ,,ongehoord dat dezelfde man die in juli, tegenover de rechter-commissaris, nog zegt dat `iedereen nu alles eerlijk moet vertellen wat-ie weet', een maand later pas toegeeft dat hij op 15 mei afspraken maakte om zaken te verzwijgen''. ,,Kloppenborg vertelt zoveel leugens, dat je hem niet serieus kunt nemen'', zegt Plasman.