Zuid-Afrika wil kleurenblind worden

In Zuid-Afrika wordt deze week een nationale conferentie over racisme gehouden. Hoe racistisch is het land, waar in 1994 de apartheid werd afgeschaft?

Deze week in Zuid-Afrika: een zwart tienermeisje gaat in het noordelijke stadje Louis Trichardt een textielzaak binnen. De blanke manager zegt dat ze een dievegge is, het meisje ontkent, maar moet haar schooloverhemd uittrekken en wordt daarna met latex witgekalkt. Eerder verfde een blanke boer in de provincie Mpumalanga een zwarte man van top tot teen zilver, omdat deze over zijn erf had gelopen.

Het illustreert de mentaliteit die vooral op het platteland nog altijd heerst. President Thabo Mbeki riep deze week bij de opening van de Nationale Conferentie over Racisme in Johannesburg zijn blanke landgenoten op ,,de realiteit van het racisme'' onder ogen te zien.

Racistische incidenten hebben in Zuid-Afrika dagelijks plaats, zoals voorheen, maar het antwoord daarop van de overheid is veranderd. Voorheen kon het blanke bevolkingsdeel ongestraft zwarten in elkaar slaan, wit verven of op een andere manier vernederen – nu staan er sancties op. De manager van de textielzaak zowel als de boer is gearresteerd; ze kunnen rekenen op forse straffen. Racisme, zo legde president Mbeki uit, is niet per definitie een kwestie van blank tegen zwart, maar in de praktijk komt het daar wel op neer.

Zes jaar na het einde van de officiële rassenscheiding is Zuid-Afrika in veel gevallen nog een land met een duidelijke raciale stratificatie. Niet alleen de grote inkomensverschillen liggen hieraan ten grondslag – het grootste deel van de zwarte bevolking is arm, blank is overwegend rijk – ook aanhoudende vooroordelen en directe discriminatie. Met Johannesburg als uitzondering mengen de bevolkingsgroepen elders in het land zich nauwelijks. In menige provinciestad kunnen zwarten zich beter niet in `blanke kroegen' vertonen.

ANC-parlementariër Pallo Jordan zorgde gisteren op de conferentie voor vuurwerk door het blanke bevolkingsdeel ervan te betichten vast te willen houden aan de ,,rudimenten van de apartheid''. Jordan wees er op dat een grote meerderheid van blank Zuid-Afrika in het verleden profiteerde van de raciale preferentie – hoewel de meesten dat nu ontkennen – terwijl men tegen het huidige beleid van `positieve discriminatie' is, dat de zwarte bevolking er bovenop moet helpen. ,,Blank Zuid-Afrika leeft in ontkenning'', aldus de ANC'er. Collega-parlementariër Dene Smuts van de Democratische Partij viel Jordan fel aan. Volgens Smuts is de raciale situatie wel degelijk sterk verbeterd en gebruikt het ANC het onderwerp van racisme voor politiek gewin. Volgens Smuts heeft de conferentie over racisme een averechts effect: juist door voortdurend op racisme te wijzen, houdt men het in stand. Een lid van de blanke mijnwerkersbond MWU ging nog verder door te stellen dat de woorden van Jordan neerkwamen op ,,racisme tegen blanken''.

De laatste president onder de apartheid, F.W. de Klerk, die aan de bijeenkomst deelneemt, zei de indruk te hebben dat de niet-zwarte bevolkingsgroepen zich steeds meer in de hoek gedrukt voelen. ,,De temperatuur in het land stijgt. Er is nauwelijks sprake van een echte dialoog, terwijl communicatie steeds meer het karakter aanneemt van beschuldigingen en opgewonden verwijten van racisme'', aldus de Klerk. ,,Veel leden van de blanke, gekleurde en Aziatische minderheden raken gedemoraliseerd en verward. Terecht of onterecht vragen ze zich af waar zij passen in het beeld van de regeringsvisie op een Afrikanistische toekomst voor het land.''

Barney Pityana, de voorzitter van de organiserende Zuid-Afrikaanse commissie voor de rechten van de mens, probeerde nuancering aan te brengen. ,,Zwarte mensen kunnen niet simpelweg de schuld van racisme in de schoenen van anderen schuiven, ze moeten ook zelf verantwoordelijkheid nemen. Racisme tegen zwart rechtvaardigt niet aanvallen op blanke boeren. Tezelfdertijd heeft discriminatie plaats door zwarte landgenoten van zwarte Afrikaanse buitenlanders in ons midden. Ook dat is onaanvaardbaar.''

De conferentie duurt tot morgen en is in de woorden van de organisatie bedoeld om ,,bruggen te slaan'' en een ,,nationale dialoog op gang te brengen''. Hoe moeilijk dat is, legde de Amerikaanse professor Patricia Williams uit. De VS schaften al in 1863 de slavernij af, en nog steeds is er geen raciale gelijkheid, hield de `Afro-American' Williams haar gehoor voor. Zuid-Afrika zal nog heel veel geduld moeten hebben, zei ze.

Williams zei dat kleurenblindheid het uiteindelijke doel van alle moderne samenlevingen moet zijn. Ze vertelde hoe de onderwijzers van haar zoontje haar kwamen waarschuwen dat het jongetje kleurenblind was. Williams liet hem medisch testen en daaruit bleken geen afwijkingen, maar de school hield vol: de jongen zag geen kleuren. De moeder inspecteerde daarna zelf de situatie op school waar ze tot de ontdekking kwam dat de onderwijzers een strikt antiracistisch programma voorstonden. De juffrouw hield de kinderen voor dat er geen verschil was tussen zwart en wit en bruin – `we zijn allemaal hetzelfde', had ze gezegd. ,,Mijn zoontje betrok dit op alles, wanneer ze hem op school een tekening voorhielden en naar de kleurverschillen vroegen, zei hij: dat maakt niets uit, ze zijn allemaal gelijk.''