Zagen aan `Zalm-norm'

De `Zalm-norm' staat zwaar onder druk. D66 en het CDA verhogen de druk op de PvdA om meer te eisen voor zorg en onderwijs.

Het begrotingsbeleid van minister Zalm (Financiën, VVD) is alles en tegelijk niets. GroenLinks beschikt sinds 1998 met financieel specialist Vendrik over een geduchte rivaal van Zalm in de Kamer, die als een kruisridder optrekt tegen de financiële dogmatiek van de minister. De methode-Zalm wordt volgens Vendrik gekenmerkt door ,,permanente tijdelijkheid'' en door ,,zeuren, zeuren, zeuren om geld''. Door de bewust lage raming van de economische groei maakt Zalm stelselmatig te krappe budgetten, die vervolgens jaar na jaar ,,worden opgelapt'', waardoor ,,een meerjarenperspectief'' voor scholen en verpleeghuizen ontbreekt en het publieke domein in hoog tempo ,,verder verschraalt''.

Gerrit Zalm als vijand van zorg en onderwijs, als kampioen van de private rijkdom en publieke armoede waarin Nederland zich wentelt? De financiële VVD-woordvoerder in de Kamer, Van Beek, schudt het hoofd. ,,Er zou grond zijn voor dit verwijt als we volgend jaar geen cent zouden uittrekken voor nieuwe uitgaven. Maar we gaan zeven miljard extra uitgeven, bovenop de zeven miljard die we al eerder hadden afgesproken. Dat zijn bedragen die elke fantasie tarten.''

GroenLinks en de VVD zullen het over de begrotingsmethode van Zalm niet snel eens worden. Maar ongemakkelijker is het voor Zalm en de VVD dat maatschappelijke tegenwind begint op te steken tegen de rigide begrotingsregels van het kabinet. Die onrust krijgt meer en meer een politieke lading. Tussen de VVD en GroenLinks beginnen drie Kamerfracties steeds nadrukkelijker te zagen aan het eens succesvolle maar inmiddels voltooide saneringsbeleid van Zalm: D66, het CDA en de PvdA – samen een ruime Kamermeerderheid.

Wat in de wandeling `de Zalm-norm' heet, bestaat feitelijk uit diverse spelregels, met onder meer: behoedzame raming van de economische groei, strikte scheiding van inkomsten en uitgaven, een duidelijke afspraak over het verdelen van meevallende belastinginkomsten en één moment per jaar waarop het geld wordt verdeeld om rust te houden in het begrotingsbeleid. De tijd lijkt voorbij dat deze spelregels samen zorgen financiële stabiliteit in de coalitie.

Van `één beslismoment' voor geld verdelen is dit jaar geen sprake geweest, met voortdurende strijd om miljarden die over elkaar heen buitelden. De druk neemt toe om voor 2001 en 2002 minder strikt vast te houden aan de lage economische groeiraming van 2,25 procent op basis waarvan het regeerakkoord in 1998 is geschreven. De verdeelsleutel voor inkomstenmeevallers (half staatsschuld, half belastingverlaging) wordt volgend jaar niet toegepast: het kabinet wil àlle extra inkomsten doorsluizen naar de schuld. Steeds krachtiger klinkt het pleidooi om (een klein deel van de) extra binnengekomen belastinggelden rechtstreeks te investeren in de publieke sector.

Zo brokkelen de pijlers onder de `Zalm-norm' gestaag af.

De financiële specialist van de CDA-fractie, Balkenende, stelt dat de begrotingsregels van Zalm in hun huidige verschijningsvorm ,,slijtage'' binnen te vertonen: ,,Het was effectief beleid in een situatie van financieringstekort, maar het begint te haperen nu er een overschot is bereikt. Het kabinet blijft onduidelijk over de reductie van de staatsschuld. Een nieuwe verdeelsleutel voor inkomstenmeevallers ontbreekt. Het kabinet heeft tot nu toe geen visie gegeven op verdere lastenverlichting in de komende jaren.''

Het CDA bepleit sinds eind vorig jaar een nieuwe verdeelsleutel voor inkomstenmeevallers: driekwart naar de schuld en een kwart naar keuze te verdelen tussen extra uitgaven, lagere belasting en schuldreductie. Het voorstel haalde toen, zoals te verwachten viel, geen Kamermeerderheid. Maar inmiddels beginnen de lijn van het CDA en die van coalitiefractie D66 steeds dichter bij elkaar te komen.

Al sinds februari pleit D66 voor eenmalige doorbreking van de rigide scheiding tussen inkomsten en uitgaven, om een `inhaalslag' in de publieke sector te kunnen bekostigen. Volgens financieel fractiespecialist Bakker begint het verschil tussen enerzijds de stormachtige economische groei en anderzijds het toenemende gebrek aan mensen en middelen in de zorgsector en het onderwijs ,,ridicule vormen'' aan te nemen. Bakker: ,,Het belastinggeld en de aardgasbaten stromen binnen, maar intussen mag geen cent daarvan worden besteed voor extra achterstallig onderhoud aan scholen, voor een betere salarisstructuur in verpleeghuizen, voor betere verlofregelingen. Dat valt niet meer uit te leggen in de samenleving.''

Een miljard extra voor betere secundaire arbeidsvoorwaarden in de collectieve sector, bovenop het miljard dat het kabinet al uittrekt voor salarisverbetering. Dat is wat D66 van het kabinet zal eisen na Prinsjesdag.

De wens sluit in beginsel aan bij die van de PvdA. Fractiespecialist Crone meent dat in een volgende kabinetperiode in ieder geval nieuwe regels moeten worden opgenomen voor loonontwikkeling en andere CAO-afspraken in de publieke sector, waardoor het `gat' tussen werken in publieke dienst en werken in de marktsector structureel wordt overbrugd. Dit vereist een toevoeging aan de Zalm-norm.

Met D66 vindt de PvdA even zogoed dat er nóg meer geld naar `achterstallig onderhoud' in zorg en onderwijs moet. Crone zet vraagtekens bij het bedrag van één miljard dat D66 noemt: ,,Misschien is dat wel te weinig. Het allergrootste probleem in de zorg en het onderwijs is de werkdruk. Dat los je met één miljard extra niet op.'' De wijze van financieren noemt Crone `onnodig moeilijk': ,,Ook binnen de Zalm-norm is er met creatief schuiven nog voldoende te vinden.''