Vermogensgroei instituten

Het belegd vermogen van verzekeraars en pensioenfondsen is in de eerste helft van dit jaar met 100 miljard gulden toegenomen tot 1,6 biljoen. De groei, bijna 7 procent, werd geheel in het eerste kwartaal geboekt. Dat blijkt uit vanmorgen gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De institutionele beleggers hadden in het tweede kwartaal te lijden onder de sterke terugval op de beurzen. In de periode april-juni leden ze koersverliezen ter grootte van 20 miljard gulden. Dat bedrag overtrof het extra geïnvesteerde kapitaal licht. De toename van het belegd vermogen in de voorgaande drie maanden bestond voor tweederde uit koersstijgingen en voor eenderde uit aankopen.

De waarde van de beleggingen door verzekeraars steeg met 10 procent, die van pensioenfondsen met 5 procent. Dit verschil hangt samen met de beduidend grotere portefeuille buitenlandse beleggingen van pensioenfondsen.

Over de eerste helft van 2000 is de waarde van de institutionele beleggingen met 46 miljard gulden gestegen ten gevolge van koersveranderingen: 66 miljard gulden koerswinst in het eerste kwartaal en 20 miljard koersverlies in het tweede kwartaal. Zowel op aandelen als op obligaties is een koersverlies geleden in het tweede kwartaal. Op onroerend goed is in beide kwartalen een positief waarderingsresultaat behaald.

Het belang van de institutionele beleggers in staatsobligaties nam in het tweede kwartaal met 7 procent af. Daarmee lijkt de 10 procent stijging uit het eerste kwartaal een tijdelijke opleving. Al enkele jaren is een dalende trend zichtbaar; met name pensioenfondsen beleggen minder in staatsobligaties. In guldens gemeten neemt alleen het belang van buitenlandse beleggingen. Het aandeel ervan bedraagt 47 procent, tegenover 45 procent eind vorig jaar.