`Toneel is mijn grote liefde'

Wim Visser sluit zijn theater-impresariaat en wordt adjunct-directeur van theater Carré. ,,Als producent gooi je elke keer al je energie weer weg, en dat vind ik jammer.''

Impresariaat Wim Visser brengt dit najaar vijf producties in de theaters: het nieuwe toneelstuk Aan de vooravond van Eli Asser, de tiende voorstelling van choreografe Conny Janssen, het flamenco-gezelschap van Paco Peña en afscheidsvoorstellingen van de pantomimespeler Rob van Reijn en de poppenspeler Feike Boschma. En als die tournees eind december achter de rug zijn, neemt Visser (47) zelf ook afscheid. Het negentiende seizoen van zijn impresariaat wordt zijn laatste. Hij sluit de burelen aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam en verhuist naar theater Carré aan de Amstel, niet meer dan een korte wandeling, waar hij adjunct-directeur en programmeur wordt.

Visser is, zegt hij, de laatste jaren langzaam maar zeker toegegroeid naar de overstap. ,,Om te beginnen zijn in mijn privé-leven dingen gebeurd, waardoor ik besefte dat ik op deze manier niet verder moest gaan. Om zo'n impresariaat draaiend te houden, is het niet genoeg om er 110 procent van je energie aan te geven. Dat moet 200 procent zijn. Dat wil ik niet meer opbrengen. En dan is er de zakelijke kant: je moet omzet maken om die tent draaiend te houden, terwijl ik altijd alleen de voorstellingen heb willen maken die me interesseerden. Dat wordt met het huidige overaanbod aan voorstellingen steeds moeilijker. Vroeger kon je van een toneelstuk 100 voorstellingen aan de schouwburgen verkopen, en nu kom je niet verder dan 40 à 50 omdat er nog zo veel andere toneelstukken worden gemaakt. Terwijl ik altijd een slechte verkoper ben geweest; ik heb dat nooit de leukste kant van de zaak gevonden.''

Hij begon bij de Arnhemse schouwburg, werkte bij Herman van Veen, was een jaar bedrijfsleider bij de Kleine Komedie in Amsterdam en werd in 1982 zelfstandig ondernemer in het theatervak. ,,Op een dag stond Ramses Shaffy op de stoep. Hij had geld nodig en wilde optreden – metéén beginnen. Toen hebben we in de Kleine Komedie een serie nachtvoorstellingen met hem opgezet. Dat was zo'n succes dat Ramses mij vroeg zijn manager te worden. En eigenlijk wilde ik dat wel; het leek me wel wat om eigen baas te worden.''

Het werkterrein van zijn impresariaat groeide snel. Visser werd bekend als een producent die, in tegenstelling tot zijn concurrenten, zelden of nooit puur amusement in zijn pakket had. Daarentegen kwam hij vaak met toneelstukken van degelijke snit. Geen komedies, daar heeft hij naar zijn zeggen `geen verstand' van.

,,Het toneel is mijn grote liefde,'' zegt hij, wijzend naar de goeddeels met toneelteksten gevulde boekenkast in zijn kantoortje. Tot zijn beste herinneringen rekent hij De bezoeker van de toen nog onbekende Eric-Emmanuel Schmitt, met Eric Schneider en Henk van Ulsen in de regie van Peter Oosthoek. Later produceerde hij ook Enigma variaties van dezelfde schrijver, eveneens met Schneider en Oosthoek. Voor een nieuwe versie van de befaamde solo Dagboek van een gek koppelde hij Van Ulsen aan regisseur Jan Ritsema. Verder heeft hij vaak samengewerkt met Gees Linnebank, die straks de hoofdrol speelt in Aan de vooravond en ook met het idee kwam Asser dit stuk te laten schrijven.

,,Ik lees heel veel stukken, en wat ik interessant vind, wil ik doen. Vooral als zo'n stuk door niemand anders wordt gedaan – dat vind ik dan zonde. Toen ik ermee begon, waren de gesubsidieerde gezelschappen vooral bezig te zoeken naar nieuwe toneelvormen. Mij ging het daar niet om; ik wilde goede teksten en goede mensen bij elkaar brengen om daarmee iets bijzonders tot stand te brengen. En nu zie je, na het succes van een paar recht-toe-recht-aan-stukken bij het Noord Nederlands Toneel, ook de andere gezelschappen weer enigszins die kant uitgaan.''

Het spijt hem, zegt hij, dat het hem niet is gelukt om als toneelproducent een blijvende herkenbaarheid te creëren bij het publiek, op basis van de kwaliteit van vorige voorstellingen. De tekst `Impresariaat Wim Visser presenteert' zegt te weinig om continuïteit op te bouwen. Elke voorstelling was in de ogen van de buitenwereld een incident, terwijl de publiciteitsbudgetten voor een kleine producent steeds onbetaalbaarder worden. Bij enkele collega's heeft hij wel eens het plan geopperd een gezelschap te beginnen, onder een herkenbare naam, zodat er een reputatie kan ontstaan. ,,Als producent gooi je elke keer al je energie weer weg, en dat vind ik jammer.''

Maar over enkele maanden zit Wim Visser aan de andere kant van de tafel. Als adjunct-directeur van Carré moet hij straks onderhandelen met de producenten, die nu nog zijn collega's zijn. Over de toekomstige Carré-programmering wil hij niets zeggen; daarvoor is het nog veel te vroeg. ,,Maar ik weet zeker dat ik naar een unieke plek ga. Carré is het mooiste theater van Nederland en ik denk ook het mooiste van Europa. Je hebt daar èn het Nationaal Ballet èn De Appel èn een echt circus èn Joop van den Ende met zijn musicals. Iedereen kan erin, en dat geldt zowel voor bezoekers als voor producties. En misschien kan er zelfs nog méér. Het lijkt me fantastisch om daar ideeën voor te ontwikkelen. Mijn vingers jeuken.''