Schrijvers hebben een dubbele angst voor de dood

De Frans-Libanese schrijver Amin Maalouf is beducht voor de oprukkende irrationaliteit. In opdracht van de Salzburger Festspiele schreef hij een libretto voor een opera, met de titel L'amour de loin.

Amin Maalouf is een geboren reiziger, in ruimte en in tijd. Geen continent dat hij niet bezocht, geen voorbije eeuw waarvan hij de sfeer niet proefde. Vroeger, als journalist voor een Libanees dagblad of voor het franstalige weekblad Jeune Afrique, sprong hij in het vliegtuig om revoluties of oorlogen waar ook ter wereld te verslaan. Tegenwoordig hoeft hij er de deur niet meer voor uit. Reizen doet hij in zijn hoofd.

Een paar maanden per jaar woont de Frans-Libanese schrijver, socioloog en Midden-Oostenkenner Amin Maalouf (51), samen met zijn vrouw Andrée, in Parijs. De rest van het jaar verblijft hij op het île d'Yeu, een klein eiland voor de kust van de Vendée. In zijn donkere, volgestouwde appartement, in een levendig deel van het zeventiende arrondissement, ligt een zestiende-eeuwse Engelse bijbel opengeslagen onder een ingelijst Oosters borduurwerk, dat een verhaal vertelt van sultans, kadi's en kamelen. Naast een Turkse waterpijp staat een PC, waaraan één van Maaloufs drie zonen zit te internetten. Zijn vrouw presenteert Turkse koffie, met zoete lekkernijen, `op Libanese wijze, naar een oorspronkelijk Syrisch recept'.

In Maaloufs persoon en in zijn werk lopen het Westen en het Oosten, het christendom en de islam, heden en verleden, door elkaar heen. ,,Reizen zit in mijn identiteit'', zegt Maalouf, ,,ik kom uit een heel klein land, een smalle band aan zee. De mensen staan er met hun rug naar de bergen en met hun gezicht naar de zee. Daardoor wil iedereen vertrekken. Dat geldt voor alle generaties, voor de mijne, voor die van mijn vader en die van mijn grootvader. Volgens de legende was er drieduizend jaar geleden al een prinses uit Tyros, die vond dat ze te nauw behuisd was. Ze vertrok met een groot aantal schepen en stichtte Carthago.''

In zijn vorige boek, Moorddadige identiteiten, een essay over de spanning tussen eenwording en het behoud van eigen identiteit, besprak Maalouf kort zijn eigen, complexe identiteit. Zijn voorouders vestigden zich eeuwen geleden vanuit het Arabische zuiden in de Libanese bergen. Sindsdien is zijn familie uitgewaaierd over de hele aardbol. Zijn grootmoeder is Turks, zijn moeder Egyptisch. Als overtuigd Grieks-katholiek (melkitisch) stond zijn moeder erop dat Maalouf naar een franstalige, jezuïtische school ging. Zij onttrok hem zo aan de protestantse, engelstalige invloed van zijn vaders kant. Het uitzonderlijkste element van zijn identiteit is dat hij als christen het Arabisch, de taal van de islam, als zijn moedertaal beschouwt. In 1976, bij het uitbreken van de burgeroorlog, moest hij, als journalist, Libanon verlaten. Sindsdien woont hij in Frankrijk en schrijft in het Frans - boeiende, spannende, historische romans van een uitzonderlijk hoog niveau.

Maaloufs hoofdpersonen zijn reizigers, ontdekkers, cosmopolitische, ontwikkelde personages met een veelzijdige achtergrond en brede interesse. In zijn eerste roman volgde Maalouf de reiziger-geograaf Léon l'Africain (1986), die, aan het begin van de zestiende eeuw, Spanje, Italië en Noord-Afrika doorkruiste. Daarna koos hij de beroemde Perzische dichter, vrijdenker en astronoom Omar Khayyam tot hoofdpersoon van zijn historische roman Samarcande (1988), waarbij hij een indringend beeld schetste van de Oriënt aan het eind van de negentiende eeuw. Na Les jardins de lumière (1991) en Le premier siècle de Béatrice (1992) kreeg Maalouf in 1993 de prix Goncourt voor Le rocher de Tanios.

Gezond verstand

Ook in zijn meest recente historische roman, Le périple de Baldassare, roept Maalouf, aan de hand van een uiterst sympathiek personage, een intens tijdsbeeld op, dit maal van de tweede helft van de zeventiende eeuw. Boekverzamelaar en handelaar in curiositeiten Baldassare Embriaco gaat in 1665, vanuit zijn woonplaats Gibelet, vlakbij Tripoli in het noorden van Libanon, op zoek naar een zeldzaam boek, dat hij even in zijn bezit heeft gehad, maar weer is kwijtgeraakt. Het gaat om Le Centième Nom, dat de honderdste naam van Allah zou onthullen, als ultieme aanvulling op de negenennegentig namen die in de Koran worden opgesomd. Wie die honderdste naam kent, zou verzekerd zijn van het eeuwige leven. Een groot goed, zeker aan de vooravond van het jaar 1666, waarin volgens velen de wereld zou vergaan. Werd er in de Openbaring van Johannes niet gesproken van het getal 666 als het Jaar van de Antichrist? Maaloufs hoofdpersoon wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen zijn gezond verstand, dat hem zegt dat er geen enkele reden is aan te nemen dat de wereld zal vergaan, en zijn redeloze bijgeloof, gevoed door angst en massahysterie.

,,Ik ben net als Baldassare'', zegt Maalouf, ,,ik was erg boos toen ik onlangs las dat een groot Frans staatsman (Mitterrand, md) middenin een groot conflict vier maal per dag een waarzegster consulteerde. Ik vind dat heel vernederend en kwetsend voor de menselijke rede. De rede is voor mij onlosmakelijk verbonden met de menselijke waardigheid. Maar aan de andere kant ben ik ook zwak. Als u me zou vragen of er fundamentele waarheden stonden in geschriften die bij de brand van de bibliotheek van Alexandrië (gesticht in de vierde eeuw v. Chr, md) zijn vergaan, dan zeg ik nee. Maar als u mij het enige boek zou brengen dat die brand heeft overleeft, dan zou ik het toch bekijken, ondanks mijn scepticisme. Zolang de mens sterfelijk is, kan hij niet zonder een minimum aan respect voor een magische visie op het universum.''

Het is niet toevallig dat Maaloufs historische roman over het magische jaar 1666 verscheen in het jaar 2000. ,,In de zes jaar dat ik mijn boek schreef, was er voortdurend die angstige nadering van het jaar 2000. Denk aan sektes die collectief zelfmoord pleegden, aan de millenniumbug. Dat gehussel met cijfers verleidde me tot het schrijven over een tijdperk waarin er vergelijkbare angsten waren. Zoiets arbitrairs als een cijfercombinatie roept onrust op. De slaap van de rede baart monsters, zei Goya. Irrationaliteit neemt in onze maatschappij een veel te grote plaats in. Er gebeuren onrustbarende dingen, waarop wij veel te inschikkelijk reageren. Wij hebben allemaal de excessen van het communisme in Oost-Europa verafchuwd. Nu wij getuige zijn van religieuze uitingen in die contreien, van bisschoppen of patriarchen die hun zegen geven aan legers of milities, reageren wij veel te toegeeflijk. Alsof zulke verschijnselen een logisch onderdeel vormen van de weg naar democratische vrijheid! Het feit dat er daar een atheïstische, militante ideologie heeft geheerst, die door de geschiedenis is veroordeeld, rechtvaardigt nog niet de bewieroking van alles wat op het puin daarvan ontstaat, of dat nu nationalisme is of een obscuur soort religie! We raken in verrukking bij de terugkeer van oude ceremonies! Maar we moeten veel kritischer zijn, kijken welke houding wérkelijk kan leiden tot vrijheid en tot modernisering. Dat alles heeft mij aangezet te schrijven over het thema van rationaliteit en redeloosheid. In mijn boek vindt u ook een knipoog naar Spinoza. Eén van mijn personages droomt ervan in Amsterdam te gaan wonen, waar, zo zegt hij, iedereen kan zeggen dat hij joods, moslim of christen is, zonder te hoeven vrezen voor zijn leven of voor zijn waardigheid. Dat was een moment in de geschiedenis waarop men verschillen accepteerde - nieuw voor die tijd.''

Tijdens zijn rondreis (périple) houdt Baldassare een dagboek bij en het is dan ook steeds door zijn ogen dat we de gebeurtenissen bezien. Herhaaldelijk raakt hij de hem zo dierbare carnets kwijt - bij een vlucht, een gevangenname, een schipbreuk of een brand. Waarom? ,,Schrijvers hebben een dubbele angst voor de dood'', zegt Maalouf. ,,Er is de angst voor je eigen dood en vlak daarna de onvermijdelijke vraag of wat je hebt geschreven de tand des tijds zal doorstaan. Hoeveel auteurs uit de zestiende eeuw worden er nu nog gelezen? Dat idee van boeken die geschreven worden en weer verdwijnen, boeken waar je desondanks weer aan begint, is iets dat mij hartstochtelijk bezighoudt.'' Een aantal van Maaloufs personages zoekt verbeten en met grote passie naar verdwenen manuscripten. Samarcande bijvoorbeeld is het fantastische verhaal van een manuscript dat in de dertiende eeuw, tijdens het regime van de Mongoolse heerser Dzjengis Khan verdwijnt, maar zes eeuwen later opduikt, om vervolgens met de Titanic ten onder te gaan. ,,Boeken die de eeuwen hebben doorstaan oefenen een grote aantrekkingskracht op mij uit, al was het maar als object. Ik kan me goed voorstellen dat die bijbel daar, uit de tijd van Koning James, ooit heeft toebehoord aan één van mijn personages. Tijdens een reis naar Turkije vond ik drie jaar geleden een Arabisch boekje uit de negentiende eeuw.'' Maalouf troont mij mee naar zijn kleine, chaotische werkkamer en neem het boek uit de kast. ,,Kijk, er zit een briefje in, gericht aan Allah: dank voor het feit dat er tabak bestaat! Dat is toch geweldig! Boeken blijven de meest tastbare objecten van de geschiedenis. Ze vormen het lichaam van het verleden.''

De historische achtergrond van Maaloufs romans is altijd waarheidsgetrouw. Maalouf: ,,Ik kom uit een deel van de wereld waar kennis van de geschiedenis fundamenteel is. In Europa is dat minder belangrijk voor het definiëren van je identiteit. Als Fransman is je referentiekader de Vijfde Republiek, de Tweede Wereldoorlog en eventueel nog de Franse Revolutie. Op het gebied van de beschaving kun je refereren aan mensen uit de zeventiende tot de negentiende eeuw, maar ook aan belangrijke hedendaagse figuren uit de kunst of de wetenschap. In de Arabische wereld is dat niet het geval. Voor figuren uit de literatuur of de wetenschap met een wereldomvattende weerklank, moet je terug naar de negende of tiende eeuw. Toen beleefde dat werelddeel zijn hoogtepunt en sindsdien is het in verval geraakt. Al meer dan een half millennium is het westen het centrum van de wereld. Het heeft de cultuur van anderen gemarginaliseerd en tot folklore gereduceerd. Wie uit een perifere cultuur komt, heeft het verleden nodig, want in het heden vindt hij geen elementen voor een identiteit die voldoende zelfvertrouwen geeft.'' Baldassare is een Genuees uit de Oriënt - niet helemaal Genuees en ook niet helemaal oriëntaals. ,,Als je tot een minderheid behoort, weet je vaak niet wie je nu eigenlijk bent. Op een gegeven moment decreteer je dat je overal thuis hoort. Dat doe je omdat je dat wilt - al is het niet echt wat je voelt. Baldassare verwoordt mijn eigen gevoelens. Zijn identiteit reflecteert de mijne.''

Diversiteit

In zijn essay `Moorddadige identiteiten' legde Maalouf een verband tussen identiteit en globalisering, waarbij hij waarschuwde voor het gevaar van eenvormigheid. ,,Mijn voornaamste zorg is het behoud van culturele diversiteit. De wereldcultuur moet symbolen uit alle culturen in zich dragen. Ieder van ons moet schrijvers, dichters, musici, schilders uit alle delen van de wereld inlijven bij zijn eigen culturele erfgoed, waarbij hij speciaal verantwoordelijk is voor het uitdragen van zijn eigen cultuur. Geen taal mag uitsterven, geen cultuur mag doven.''

Is dat geen puur idealisme? ,,Ik ben een ongeruste optimist. Wie zegt dat het in de wereld zo slecht nog niet gaat, wordt er al snel van beschuldigd niet met beide voeten op de aarde te staan. Maar bekijk de evolutie van de wereld met een beetje historische afstand en je ziet dat de dingen veelal in een bemoedigende richting gaan. We hebben meer vrijheid dan welke voorgaande generatie dan ook. Nooit in de geschiedenis van de mensheid was de democratie zo wijd verspreid. Toen ik jong was, bestond heel Latijns-Amerika uit dictaturen! In Afrika gebeuren verschrikkelijke dingen, maar twintig jaar geleden was het nog ondenkbaar dat een Senegalese president na verkiezingen, en vrijwillig, zou opstappen. In het Midden-Oosten gaat het niet zo snel, maar ook daar is het geen vergelijk met dertig jaar geleden. In Libanon wordt niet meer gevochten. Niemand denkt meer dat er ieder moment een nieuwe oorlog tussen Israël en de Arabische landen kan uitbarsten. Nu kan Arafat gewoon de telefoon pakken en met Israëls premier een afspraak maken in één of ander restaurant. Het lijkt wel een droom!''

L'amour de loin/Die ferne Liebe/Love from Afar speelt nog in Salzburg. Op 2 september is er in Brussel een concertante uitvoering in het Paleis voor Schone Kunsten, om 20 uur, Ravenstein 23, 1000 Brussel. Tel. 02-507.82.00.

Vanaf 1 december zijn er uitvoeringen in Parijs, in het Théâtre du Châtelet

[streamliners]

De mens kan niet zonder een minimum aan respect voor een magische visie op het universum

Boeken die de eeuwen hebben doorstaan oefenen een grote aantrekkingskracht op mij uit