Sarah Waters' Victorianen zien ze vliegen

Toen ze in 1999 haar debuut Tipping the Velvet publiceerde, werd de Britse Sarah Waters (1966) onmiddellijk onthaald als de nieuwe Jeanette Winterson. Tipping the Velvet zou een compleet nieuw genre inluiden, de `lesbische historische schelmenroman', zo juichten de critici, die vooral enthousiast waren over de expliciete erotiek en humor in het werk. In haar tweede roman keert Waters weer terug naar het Victoriaanse tijdperk, maar haar toon is een stuk serieuzer geworden. Affinity is een psychologische thriller, gothic spookverhaal en liefdesgeschiedenis in één, met duistere ondertonen.

Het verhaal wordt verteld aan de hand van dagboekfragmenten van de twee hoofdpersonen, in authentiek Victoriaanse stijl. Het voornaamste personage, Margaret Prior, een ongetrouwde, onaantrekkelijke upper class vrouw van 29, houdt dit dagboek bij, zo lezen we, niet om haar gedachten te ordenen maar om ze uit te bannen. Voor dat doel slikt ze ook belladonna en laudanum. Margaret, zo wordt na een tijdje duidelijk, heeft geprobeerd zelfmoord te plegen omdat haar grote liefde Helen besloot met Margarets broer te trouwen, in een knieval voor de maatschappelijke conventie. In het kader van haar revalidatie gaat Margaret liefdadig werk doen: ze brengt bezoeken aan de Millbank-gevangenis voor vrouwen, om de gedetineerden geestelijke bijstand te verlenen. Eén opgesloten vrouw in het bijzonder trekt haar aandacht, de beeldschone Selina Dawes. Selina, een `spiritiste', zit vast wegens fraude en aanranding: tijdens een van haar séances zou een geest een jong meisje hebben aangevallen. Een andere aanwezige dame overleed van de schrik. Margaret herkent in Selina echter een medegevangene, met wie ze `spirituele affiniteit' heeft, en gelooft in haar onschuld. Dan beginnen er op onverklaarbare wijze objecten te materialiseren in Margarets slaapkamer: een bosje oranjebloesem, een vlecht van Selina's haar. Het werk van de geesten, weet Selina. Als Margaret maar de juiste voorbereidingen treft, dan kan Selina zich met hulp van de geesten de gevangenis uit laten transporteren, zegt ze, en kan het stel samen naar het buitenland vluchten. Margaret is maar al te bereid te doen wat haar wordt gevraagd, geholpen door steeds grotere doses laudanum, die het contact met de geesten lijken te bespoedigen.

Affinity zit ingenieus in elkaar. Al vanaf het begin strooit Waters met hints over de ware toedracht achter de séances, maar tegelijkertijd beschrijft ze Margarets verlangen zo virtuoos dat de lezer, mét Margaret, bereid is om alles te geloven wat een uitweg biedt uit haar emotionele isoleercel. De sombere Victoriaanse sfeer van Millbank, de broeierige verhoudingen tussen bewakers en gevangenen, Margarets verstikkende ouderlijk huis, ze verhogen de spanning op zo'n manier dat de ontknoping van de roman, tegen beter weten in, toch nog onverwachts komt.

Sarah Waters: Affinity. Virago, 352 blz. ƒ31,95. De Nederlandse vertaling, Affiniteit, is verschenen bij Nijgh en Van Ditmar.

Buitenlandse literatuur