Red de Raad voor de Journalistiek

De Raad voor de Journalistiek moet de schijn vermijden op de stoel van de rechter plaats te willen nemen, meent Cor Groeneweg. Voorkomen moet worden dat de Raad een speelbal wordt van degenen die de journalistiek aan banden willen leggen.

Het blunderboek van het openbaar ministerie heeft een nieuw en uitzonderlijk hoofdstuk. Want dit keer is voor de verandering eens sluw opgetreden. En met het nodige effect, zo wordt helaas steeds duidelijker. Dat bleek bij het incident met de geluidsinstallatie bij het proces achter gesloten deuren tegen de drugsbaron Mink K.

De microfoon stond per ongeluk open en journalisten schreven op wat ze hoorden. Het OM was boos en richtte de pijlen op RTL4. Dat gebeurde via de Raad voor de Journalistiek, het door de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) gestichte orgaan voor zelfregulering.

Waarom sluw? Omdat het OM naar de Raad stapte en niet naar de rechter. Als iemand vindt dat RTL4 de wet heeft overtreden, moet hij naar de rechter stappen. De Raad is immers een ander orgaan, dat zich vooral richt op de journalistieke ethiek.

Er hoeft geen sprake te zijn van journalistieke achterdocht om te vermoeden dat het OM kennelijk niet zo zeker was van de rechter en het daarom het eerst bij de Raad heeft geprobeerd. Maar ook die Raad valt iets te verwijten. Die is in de val getrapt van het OM en heeft zich op de stoel van de rechter laten zetten.

Waarom bevat het vonnis anders een strikt juridisch betoog en wordt met geen woord gerept over de moraal van ongevraagd in de oren gestrooide informatie? Valt justitie dan niets te verwijten? Heeft de rechtbank niet juist een fout gemaakt door de microfoon open te laten staan? Waar haalt justitie de brutaliteit vandaan om een eigen fout te verwijten aan anderen?

Het is eerder voorgekomen dat een microfoon onbedoeld open bleef staan, maar de reacties waren heel wat minder fel dan nu, bij het proces tegen Mink K. De Tweede Kamer bijvoorbeeld liet wel eens een microfoon openstaan bij een besloten overleg. Vervolgens noteerde iedereen wat te horen was. Bij de Sociaal Economische Raad is het ook wel eens gebeurd. Beide instituten stapten niet naar de Raad.

En wat bijvoorbeeld te zeggen van de parallel met de embargo-regeling: als éen partij die doorbreekt (justitie in dit geval zelf) dan is de informatie voor iedereen vrij. En hoe zit het met de andere media die de informatie ook gebruikten danwel verslag deden van de blunder? Nu worden de media tegen elkaar uitgespeeld. Was het niet goed geweest als de Raad daaraan in haar uitspraak op zijn minst aandacht had besteed? Bij gebreke daaraan wordt op zijn minst de schijn gewekt dat de Raad in de val van het OM is getuind.

In journalistieke kringen heerst onrust over deze opstelling van de Raad. Het is koren op de molen van media die de Raad niet meer erkennen. Elsevier besloot eerder al de Raad niet meer te erkennen, omdat er steeds meer niet-journalisten recht spreken. RTL4 gebruikte hetzelfde argument. Het Genootschap van Hoofdredacteuren heeft ook al op zorgelijke toon over het onderwerp vergaderd. Wat doet oud-minister van Justitie Winnie Sorgdrager in die Raad? Voedt dit niet de vrees dat `ons kindje' verdwaalt en speelbal wordt van mensen of instituten die de journalistiek aan banden willen leggen? Nu moedigt de Raad zelf dit soort twijfels aan. Daarom zal ook voor de stichter van de Raad dit punt ter discussie moeten staan.

De Raad is onafhankelijk en opereert zonder last van ruggespraak. Dat erkent iedereen. Maar dat ontneemt niemand het recht om een mening te hebben over een bepaalde uitspraak van die Raad. Sterker, in dit geval zou het goed zijn om als vrienden en ondersteuners van dit instituut een open discussie te voeren over een vermeende dwaling met gevreesde precedentwerking.

In dat laatste schuilt het grootste gevaar. Dan dreigt onraad.

Cor Groeneweg is lid van het hoofdbestuur van de NVJ.