Perpetuum mobile van het misbruik

Vrouwen die in de prostitutie verzeild raken, zijn veelal slachoffer geweest van incest of andere vormen van seksueel geweld. Psychologisch is dat verband voorstelbaar, omdat zo'n ernstige inbreuk op persoonlijke integriteit van een kind bijna onvermijdelijk leidt tot zelfhaat, zelfvernedering en een voor altijd geschonden zelfbeeld. We hebben er de afgelopen decennia alles over kunnen lezen, van wetenschappelijke onderzoeken tot interviews met of egodocumenten van slachtoffers. Niet zelden blijken ook de daders in hun jeugd slachtoffers te zijn geweest: het perpetuum mobile van het misbruik.

In de roman Het gebroken woord reconstrueert de beginnende schrijfster Rikki Holtmaat (1952) – ze debuteerde twee jaar geleden met de verhalenbundel De koningin van Lombardije – een incestgeschiedenis waarvan de gevolgen tot in minimaal het derde geslacht doorwerken. Via een omweg vermeldt de auteur dat het hier een verzonnen geschiedenis betreft. Eén van haar personages, een kunstenaar die met behulp van sculpturen en poppen een shockerende documentaire heeft gemaakt over de seksuele exploitatie van een psychisch gestoord meisje, drukt zich als volgt uit: `Mijn poppen vertellen een gruwelijk verhaal, maar het is van het begin af aan duidelijk dat ze onecht zijn. Het is net als met fictie: ze zijn van a tot z verzonnen. Misschien durven de mensen als ze deze geperverteerde kinderen zien wel te geloven dat ze een onontkoombare schokkende waarheid vertellen over deze tijd.'

Zoals berichten in de media over ouders die hun kinderen vermoorden in 1998 de basis vormden voor Renate Dorresteins roman Een hart van steen, zo gebruikt dit personage van Rikki Holtmaat voor zijn fictionalisering van kindermisbruik `de gruwelverhalen van de slachtoffertjes die ons via de kranten, de weekbladen en de talkshows op tv bereiken'. Het gebroken woord lijkt in veel opzichten op Een hart van steen: in beide boeken proberen de schrijfsters in de vorm van fictie inzicht te geven in de achtergronden van op het eerste gezicht onbegrijpelijke en onvoorstelbare gezinsdrama's.

Holtmaat schrijft haar roman vanuit het gezichtspunt van het tienermeisje Marleen, de vertellende ik-figuur. Als vierjarige heeft zij gezien hoe haar vader, een alom gerespecteerde katholieke classicus, werd vermoord door de minnaar van haar moeder. Na deze traumatische ervaring is het kind krankzinnig geworden, volgens de medici zonder kans op herstel. Behalve de in het Nederlands vertaalde teksten uit Ovidius' Metamorphosen, die ze als kleuter van haar vader leerde, en rijtjes samengestelde woorden als bloedschande, bloedwraak enzovoorts, praat ze nauwelijks. Alleen bij pop Leentje, haar alter ego, stort ze haar hart uit. Ze wil Leentje, en daarmee zichzelf, afschermen voor kwaadsprekerij over de door haar aanbeden vader. Zodoende kom je als lezer aanvankelijk niet veel te weten over deze man en de motieven om hem uit de weg te ruimen. Wel wordt al vrij snel duidelijk dat Marleens moeder – al op zeventienjarige leeftijd bevallen van haar dochter – slachtoffer is geweest van incest. Haar zelfdestructieve reactie daarop is een belangrijk thema in Het gebroken woord.

De roman begint als de moordenaar na tien jaar gevangenisstraf vrij komt en zijn intrek neemt bij de inmiddels moddervette moeder van Marleen. Omdat deze man de moord op haar verzoek heeft gepleegd, meent hij dat ze een schuld aan hem moet inlossen. Dus wordt het huis – gesitueerd in het fictieve plaatsje Iepen – omgebouwd tot bordeel, waarin moeder en dochter, maar ook uit België geïmporteerde jongetjes de hoer moeten spelen. Zoiets kan niet goed aflopen en dat doet het ook niet. Van meet af aan staat vast dat de geschiedenis van moord en doodslag zich zal herhalen.

In schrille kleuren schildert Holtmaat dit moreel verloederde milieu waarin de moeder in blinde onderwerping aan de tot pooier gepromoveerde moordenaar haar dochter uitlevert aan seksmaniakken. Deze Marleen kent niet alleen haar Ovidius, ze is van jongs af aan gewend geestelijk te eclipseren om de werkelijkheid niet onder ogen te hoeven zien. Ze ondergaat dus voortdurend metamorfoses en creëert daarbij behorende mythes. Erg realistisch komt dat niet over: een epileptisch kind dat zich sinds haar vierde nauwelijks meer heeft ontwikkeld en onder de medicijnen zit, maar zonder haperen klassieke teksten reciteert om daar vervolgens intellectueel mee te jongleren. Het spel met de citaten uit Metamorphosen lijkt dan ook vooral bedoeld om de roman een gelaagdheid te geven die hij zonder Ovidius zou ontberen. Voor het overige maakt Holtmaat zich nogal gemakkelijk af van Marleens binnenwereld die ze, als gevolg van de psychische stoornis, vooral onbegrijpelijk laat zijn. Hierdoor blijft het meisje een ledenpop. Ook de moeder van Marleen, ooit een sportieve, intelligente gymnasiaste, nu een verloederd afgestompt wezen zonder een greintje meededogen of verantwoordelijkheidsgevoel, wordt in wel hele grove streken geschilderd. Incestslachtoffer of niet, onduidelijk blijft waarom ze niet eens een poging waagt zichzelf of op zijn minst haar dochter van de ondergang te redden. Nog vreemder is het dat van de vele mensen die op de hoogte zijn van wat Marleen thuis wordt aangedaan er niemand aangifte doet: reclassering, kinderbescherming, maatschappelijk werk, vertrouwensartsen, politie en justitie bestaan niet in Iepen

In de talrijke onwaarschijnlijkheden die dit verhaal ontsieren zit het grote verschil met Hart van steen: ook bij Dorrestein weet je dat haar verhaal niet op feiten berust, maar zoals zij de ondergang van het door haar beschreven gezin weergeeft had het heel goed kunnen gebeuren. Holtmaats aanzienlijk vlakkere roman moet het voornamelijk hebben van de vaart waarmee hij geschreven is, de knap opgebouwde spanningsboog en de toch nog verrassende ontknoping.

Mogelijkerwijs heeft Holtmaat, die met haar debuut heeft laten zien wel degelijk over inlevingsvermogen en psychologisch inzicht te beschikken, haar personages met opzet als marionetten behandeld en bewust geen moeite gedaan om deze incestgeschiedenis aannemelijk te maken. Als het vermogen tot metamorfose en het (her)scheppen van mythes haar eigenlijke thema is, zou deze roman wel eens bedoeld kunnen zijn als mythe waarin de Logos, het redelijke woord, moet wijken voor de Muthos, het verhalende woord, waarin naar de titel wordt verwezen. Erg helder maakt de auteur haar bedoelingen niet, en zo blijft er veel te raden over.

Rikki Holtmaat: Het gebroken woord. Meulenhoff, 214 blz. ƒ36,50

Nederlandse literatuur