Oost-Duitsers mogen best trots zijn op zichzelf

Het charme-offensief van Gerhard Schröder in het oosten van Duitsland is voorbij. De bondskanselier zocht naar succesverhalen van de Ossies.

De Duitse bondskanselier Gerhard Schröder heeft van zijn `roadshow' door het oosten van Duitsland, een voor hem `onbekend land', een weloverwogen ontdekkingsreis gemaakt. Gewapend met een goed humeur en zijn charmante televisielach wilde Schröder vooral hoop verspreiden in een regio die nog altijd worstelt met de stormachtige omschakeling van een failliete planeconomie naar een kapitalistische democratie.

Natuurlijk is het niet moeilijk de onvolkomenheden te zien van de opbouw in Oost-Duitsland: de troosteloze betonnen flatwijken die in sommige steden leegstaan omdat de werkloosheid de inwoners naar het westen dreef (één miljoen de afgelopen tien jaar), de verwaarloosde industriële ruïnes die nog niet zijn vervangen door nieuwe moderne bedrijven, de ongelijke ontwikkeling van de lonen die in het oosten een kwart lager liggen dan in het westen. Nog altijd bedraagt de productiviteit in bedrijven tussen de Oostzee en Zwickau de helft van die in West-Duitsland. Toch stemt de ongelijke betaling voor hetzelfde werk velen humeurig.

Schröder vermeed het zorgvuldig de problemen te onderstrepen. Hij was er om de Ossies moed in te praten. Hun kanselier wilde laten merken dat de Oost-Duitsers alle reden hebben zelfbewuster te zijn. Het glas is half vol, niet half leeg, hield hij zijn toehoorders in het noordelijke Waren voor, in de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern. Schröder wees erop dat het oosten nog lang op financiële solidariteit van het westen is aangewezen. ,,We moeten erkennen dat we halverwege zijn.'' De kanselier wil de tweede helft van de weg aanleggen.

Schröder heeft met zijn rondreis, die vandaag is beëindigd, laten zien dat het oosten Chefsache is. Hij heeft een serieuze poging ondernomen de mentale muur te slechten, die tien jaar na de hereniging nog steeds, maar langzaam, afbrokkelt. De 15 miljoen Oost-Duitsers hoeven niet langer in de schaduw te staan van hun West-Duitse landgenoten.

Tegelijkertijd maakte de kanselier duidelijk dat in het herenigde Duitsland geen plaats is voor extreem-rechtse geweldplegers en voor racisten. Overal waar Schröder kwam, tussen het zuidelijke Bad Elster en het noordelijke Eggesin, herinnerde hij aan de gemeenschappelijke waarden van de Europese geschiedenis, waartoe vrijheid en tolerantie behoren.

Het harde vonnis dat de rechter deze week velde over de jonge skinheads, die de Mozambikaan Adriano in het Oost-Duitse Dessau doodtrapten, werd door Schröder begroet. ,,Staat, politie en justitie moeten onafhankelijk van elkaar nieuwe grenzen stellen die niemand mag overschrijden'', zei Schröder. Met de kranslegging gisteren in Dessau, op de plek in het stadspark waar Adriano werd vermoord, maakte Schröder een belangrijk symbolisch gebaar. Een gebaar dat Duitsland artikel 1 van zijn Grondwet – ,,de waarde van mensen is onaantastbaar'' – serieus neemt en dat iedereen in de herenigde republiek zich daaraan dient te houden.

,,We willen de opbouwwerkzaamheden van de mensen niet door rechtse knokploegen kapot laten maken'', zei Schröder. En daarmee was de toon gezet. Na tien jaar mag er in het oosten nog altijd een tekort zijn aan bedrijven, aan banen en aan stageplaatsen voor jongeren, tegelijkertijd kunnen de Oost-Duitsers volgens de kanselier trots zijn op wat er ,,onder de moeilijkste omstandigheden'' is bereikt.

Schröder hoedde zich voor loze beloften, want de ontgoocheling over zijn voorganger Helmut Kohl, die `bloeiende landschappen' beloofde, zit bij menigeen nog diep. Bewust bezocht hij tientallen dorpen en kleine steden die niet aan de zonzijde liggen en waar grote buitenlandse investeerders nog geen prestigieuze bedrijven hebben opgezet. Wel zocht hij in die plaatsen juist de bloeiende eilanden op van innovatie, die de Oost-Duitsers zelf tot stand hebben gebracht.

Zo ontdekte de kanselier dat in het noordelijke Tetterode met staatshulp in de biotechnologie een `Biocon-Valley' ontstaat. De Technische Universiteit van het Thüringse Ilmenau, die tal van succesvolle ingenieurs aflevert, is volgens Schröder een ,,success story''. In de oostelijke stad Görlitz, dat aan Polen grenst, onderstreepte de bondskanselier de kansen die de uitbreiding van de Europese Unie met Oost-Europa brengt voor een duurzame vrede. Ook bracht de kanselier een bezoek aan Wolfen – een problematische stad bij Dessau waar de werkloosheid dramatisch is en waar twee van Adriano's moordenaars vandaan komen. Bewust bezocht hij de lokale voetbalclub om te laten zien dat Duitse en niet-Duitse jongeren ook vriendschappelijk met elkaar kunnen omgaan.

Uiteraard had de reis veel weg van een verkiezingscampagne. Cameraploegen waren zorgvuldig uitgekozen om elke avond beelden van een vrolijke kanselier te presenteren, die zich handenschuddend en Rotkäppchen-sekt drinkend onderhield met soldaten, gepensioneerden, scholieren en ondernemers. Net als zijn voorganger Kohl weet ook Schröder dat de laatste drie verkiezingen in Duitsland na de val van de Berlijnse Muur in het oosten zijn gewonnen, maar ook verloren. Natuurlijk wilde Schröder met zijn reis ook laten merken, dat CDU-voorzitster Angela Merkel niet moet denken dat zij in Oost-Duitsland een streepje voor heeft omdat ze er zelf vandaan komt.

Toch heeft Schröder met zijn reis een belangrijk gebaar gemaakt. Geen kanselier heeft na de hereniging zoveel kleine plaatsjes in de voormalige DDR bezocht. En geen kanselier heeft sinds de hereniging een krans gelegd bij een plek waar een buitenlander is gestorven als gevolg van rechts-radicaal geweld; 28 slachtoffers in tien jaar telde de rechter die het oordeel over de moord in Dessau velde. Het mag een symbolisch gebaar zijn, maar in een land dat `rijp' moet worden gemaakt voor meer immigratie en voor de Europese uitbreiding met Oost-Europa kunnen symbolen het begin zijn van een onontkoombaar debat.