`Meer geld voor familie bij misdrijf'

De roep om schadevergoeding wegens immateriële schade aan de nabestaanden van een slachtoffer dat als gevolg van een geweldsmisdrijf is overleden, wordt steeds luider.

De huidige Nederlandse wetgeving voorziet hier op dit moment echter niet in. Het zou goed zijn als de wetgever zich hierover zou beraden. Daarvoor pleit het Schadefonds Geweldsmisdrijven in zijn juist verschenen jaarverslag over vorig jaar.

Behalve het feit dat niets kan worden gedaan op het punt van immateriële schade voor nabestaanden van zo'n slachtoffer blijkt ook het criterium `ernstig letsel' een beperkende factor voor het fonds. ,,Het Schadefonds moet regelmatig slachtoffers van geweldsmisdrijven teleurstellen die niet aan dit criterium voldoen.'' Organisaties stellen daar vragen over, maar de politiek moet de grenzen bepalen, aldus het jaarverslag.

Overigens, zo stelt het fonds, mensen die wel in aanmerking komen voor een uitkering omdat het tegen hun gebruikte geweld ernstig genoeg was, weten de weg naar het fonds vaak niet te vinden. Na bijna tien jaar is er vorig jaar sprake geweest van een tijdelijke terugval van het aantal ingekomen nieuwe verzoeken voor een uitkering, zo blijkt uit het verslag. Dat beeld is echter vertekend door de piek die eind 1998 ontstond als gevolg van de publiciteit die het fonds ineens in de media kreeg. Het aantal verzoeken om een uitkering van geweldsslachtoffers bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven is in dat jaar met 28 procent gestegen tot ruim 3.700. Het fonds werd in 1975 door de overheid ingesteld.

De toename van het aantal aanvragen was toen vooral een gevolg van een grotere bekendheid van het fonds bij slachtoffers en hulpverlenende instanties door een publicatie in de Korpsberichten van de Amsterdamse politie in september 1998. Daarin werd - overigens ten onrechte - de suggestie gewekt dat er bij het Schadefonds vele miljoenen guldens ongebruikt zouden blijven liggen. De uitkeringen worden uit de algemene middelen gefinancierd.

Het fonds verstrekt uitkeringen aan de zwaarst getroffen slachtoffers van geweldsmisdrijven, die ernstig lichamelijk of geestelijk letsel hebben opgelopen. Behalve het aantal feitelijke uitkeringen steeg in 1998 ook het aantal beslissingen tot een totaal van 2.303, terwijl dat er in 1997 nog 2.097 waren. Het aantal nieuwe verzoeken bedroeg vorig jaar 3.007, een daling van bijna 20 procent ten opzichte van 1998 (3.749). Los van die opmerkelijke piek in 1998 is er echter nog steeds sprake van een gestage stijging van het aantal verzoeken.