Kunst voor zwarten en arbeiders

,,Uw hond mag naar binnen om mijn collectie te bekijken, maar u blijft buiten.'' Zo poeierde dr. Alfred C. Barnes een bezoeker af die ten einde raad bij Barnes had aangebeld om een blik te mogen werpen op diens beroemde schilderijenverzameling.

De Barnes Collection in Philadelphia is de grootste particuliere kunstverzameling ter wereld. Maar wat hem nog exquiser maakt, is dat hij maar zeer beperkt te bezichtigen is. Voor 1961 was dat helemaal uit den boze. Een gerechtelijk vonnis dwong toen de Barnes Foundation, in ruil voor belastingfaciliteiten, het publiek reasonable access te verschaffen tot de kunstschatten.

Voor 1961 waren alleen zwarte inwoners van Philadelphia, alsmede blanke industrie-arbeiders welkom. Voor hen organiseerde Barnes speciale cursussen om hen in te wijden in de wereld van schoonheid en harmonie.

Enkele weken terug was de stad Philadelphia gastheer van de Republikeinse Conventie. Alles haalde men uit de kast om de stad te promoten en het de overwegend blanke, welgedane gedelegeerden naar de zin te maken. Kunst hoorde daar niet bij, maar Enid H. Adler, een advocate die nauw betrokken is bij de oprichting van het nieuwe Permanente Oorlogstribunaal in Den Haag en vrijwilligster tijdens de Conventie, wilde wel een persoonlijke tip kwijt: de Barnes Collectie, gevestigd in een prachtig landhuis aan de rand van de stad. ,,Veel impressionisten en ook een Van Gogh. Ik wil wel proberen een introductie te regelen'', zei ze.

Het kost de nodige moeite het landgoed, gebouwd in 1924, te vinden. Wegwijzers ontbreken. Uiteindelijk doemt het op, verscholen in een prachtig park.

Binnen valt je mond open van verbazing. Veel impressionisten is duidelijk een understatement: 180 Renoirs, 69 Cézannes, 60 Matisses, 44 Picasso's en ga zo maar door. In totaal bijna 1.200 schilderijen en tekeningen. Van Vincent van Gogh hangen er 7 prachtige werken, waaronder een opvallend liggend naakt in een ovalen lijst... Ik heb ze nooit eerder gezien, ook niet op de grote overzichtstentoonstelling in 1990 in Amsterdam.

Dat blijkt te kloppen, want Barnes had voor eeuwig verboden zijn werk uit te lenen. Alleen in 1993 gaf de stichting eenmalig toestemming, teneinde de verbouwing te kunnen bekostigen, voor een overzichtstentoonstelling Washington en Parijs.

In vier rijen boven elkaar hangen de meesterwerken. Geen wonder dat de Amerikaanse overheid het schandalig vond als dit verborgen zou blijven voor het oog van de liefhebber.

Opvallend is in de grote zaal beneden, tussen de bogen, een drietal muurschilderingen van Matisse: De Dans. Heeft Matisse die ter plaatse gemaakt? Dat is niet het geval. Ze zijn op linnen geschilderd in diens atelier in Nice na een uitvoerige correspondentie met Barnes over de precieze vorm en afmetingen en later op aanwijzingen van Matisse bevestigd. Matisse was zeer opgetogen toen hij het resultaat zag.

Abstracte kunst kon Barnes' interesse kennelijk minder wekken. Mondriaan ontbreekt. Ook weinig Amerikaanse werken. Helaas geen enkele Edward Hopper. Wel veel sculpturen, meubels en Afrikaanse kunst.

Wie was Alfred C. Barnes? De bejaarde zwarte suppoost maakt je niet veel wijzer. ,,Een rijk man die in Frankrijk jonge kunstenaars opzocht en hun werk kocht'', is alles wat hij zegt.

Maar gelukkig komt het toeval te hulp. In het vliegtuig terug lees ik verder in de biografie van Bertrand Russell van de hand van Caroline Moorehead. Op pagina 463 stuit ik opeens op ene dr. Alfred Barnes. Wat blijkt? Bertrand Russell bevindt zich begin 1940 in Californië, maar het academische klimaat staat hem niet aan. Russell neemt dan al geen blad voor de mond en spuit veel kritiek op het kapitalisme in het algemeen en Amerika in het bijzonder. Hij krijgt een uitnodiging om docent te worden aan het City College in New York, wat hij dankbaar aanvaardt. Maar ook in het liberale New York is hij niet erg welkom. Er breekt een rel uit. Het feit dat hij voor de derde keer is getrouwd, met de veel jongere Patricia Spence, wordt tegen hem in stelling gebracht. Onder druk van de publieke opinie schrapt burgemeester La Guardia persoonlijk zijn salarispost van de gemeentebegroting. Russell zit klem.

Dan komt een verlossend aanbod. Een collega-filosoof, John Dewey, heeft zijn vriend Alfred Barnes overgehaald om Russell voor 6.000 dollar per jaar een aanstelling te geven bij de Barnes Foundation in Philadelphia. Barnes wil zijn stichting meer status en bekendheid verschaffen en de beroemde Russell past daar goed in.

Barnes voelt zich verwant aan Russell. Ook hij wordt voortdurend bekritiseerd wegens zijn eigenzinnige opvattingen en zijn promotie van `gewaagde' kunst uit Europa. Ook hij ligt graag overhoop met het establishment.

Alfred Barnes, net als Russell geboren in 1872, was arts en chemicus, met belangstelling voor filosofie. Hij maakte fortuin met de uitvinding van Argyrol, een geneesmiddel tegen hoornvliesontsteking en tegen een infectie die blindheid veroorzaakt bij baby's. Tot voor kort werd het wereldwijd toegepast.

Barnes wilde de achtergestelden opvoeden. Hij hing de wanden van zijn fabrieken vol schilderijen en bepaalde dat zijn arbeiders maar 6 uur mochten werken. De overige 2 uur werden besteed aan kunstzinnige vorming.

Russell zou colleges geven over de relatie tussen filosofie, ethiek, racisme en sociale kwesties. Aanvankelijk verliep alles voorspoedig. Barnes was enthousiast over Russell's ongedwongen omgang met de studenten en verhoogde zijn salaris naar 8.000 dollar.

Waar Russell geen rekening mee had gehouden, was Barnes' grillige en dominante karakter. Barnes begon zich met de inhoud van Russell's colleges te bemoeien. Venijnige brieven over en weer volgden en uiteindelijk werd Russell, hoewel hij een contract had van 3 jaar, eind 1942 ontslagen. Jaren later won Russell het door hem aangespannen proces en kreeg de resterende 20.000 dollar uitgekeerd.

Alfred Barnes stierf in 1951. Roekeloos als altijd negeerde hij op weg naar zijn zomerhuis een rood stoplicht en werd met zijn Packard verpletterd door een vrachtauto. Hij wordt beschreven als megalomaan. Dat geldt ook voor zijn kunstcollectie. Prachtige werken, maar het duizelt je nog als je buiten staat. De Phillips Collection in Washington of het Paul Getty Museum bij Los Angeles zijn veel gebalanceerder van opbouw en daardoor boeiender. Maar toch, waar zie je zoveel moois bij elkaar?

Voor reserveringen bellen: (610) 667-0290