Herfkens' plan sluit aan op praktijk

Minister Herfkens wil stoppen met uitzenden van ontwikkelings- werkers. Haar initiatief sluit aan op een ontwikkeling die al gaande is, maar roept toch weerstand op.

. Het lijkt soms een overblijfsel uit het koloniale tijdperk: de wijze blanke arts die goedwillende maar slecht opgeleide zwarte dorpelingen beter maakt of de westerse ingenieur die omringd door een schare gedwee meewerkende bruine assistenten een waterput helpt aanleggen.

Voor veel mensen is dit nog altijd de kern van het ontwikkelingswerk maar volgens minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) wordt zulke technische assistentie steeds meer een anachronisme. De ontwikkelingslanden moeten meer van eigen deskundigen gebruik maken, zo nodig met Nederlands geld. Dat is op den duur beter voor die landen zelf en bovendien goedkoper.

,,Veel lokale deskundigen voelen zich ondergewaardeerd of betutteld'', schreef Herfkens woensdag in een brief aan de Tweede Kamer, ,,en de belangen van buitenlandse deskundigen stemmen vaak niet overeen met doelen van lokale organisaties. Een van buiten aangetrokken deskundige verdient tot tienmaal zoveel salaris als haar of zijn evenknie, voor in principe hetzelfde werk. Het is evident dat deze situatie scheve ogen geeft en voor spanning binnen organisaties in ontwikkelingslanden kan zorgen.''

De minister hekelt het weinig duurzame karakter van de technische assistentie. In veel gevallen storten projecten immers ondanks de langdurige aanwezigheid van westerse deskundigen na hun vertrek snel in. De lokale bevolking is niet in staat het zelfstandig voort te zetten. Het wemelt in ontwikkelingslanden nog altijd van zulke projecten, die met Nederlandse hulp worden gefinancierd. Van drinkwaterprojecten in Kenia en India tot medische programma's in Tanzania en didactische programma's in zuidelijk Afrika. ,,Het probleem is'', aldus een woordvoerder van Herfkens, ,,dat de uitgezonden deskundigen zich overbodig moeten maken en dat is moeilijk als je je werk graag doet''.

De technische assistentie die het westen aan zwart Afrika (exclusief Zuid-Afrika) verleent, zo becijferde de minister, kost al met al bijna evenveel als het salaris van het gehele overheidsapparaat in de betreffende landen. In veel ontwikkelingslanden zijn academici bovendien juist wanhopig op zoek naar passend werk. Ten einde raad accepteren sommigen een baan als taxichauffeur of busconducteur.

Met de inmiddels van haar bekende voortvarendheid liet Herfkens weten dat de technische assistentie al over twee jaar op een andere leest moet zijn geschoeid. Het initiatief voor technische hulp dient voortaan te liggen bij mensen in de ontwikkelingslanden zelf, niet bij Nederland. De projecten moeten bovendien korter en alles moet erop zijn gericht ze zo snel mogelijk over te dragen aan lokale instanties. Herfkens verklaarde voorts dat de markt hierbij een grotere rol zou moeten spelen. Het ministerie zelf zal zich vanaf 2002 niet meer rechtstreeks bemoeien met het uitzenden van deskundigen. Dat wordt gedelegeerd aan gespecialiseerde organisaties als SNV.

De plannen van Herfkens kregen een stormachtige ontvangst. Vooral het CDA, dat zich al sinds de dagen van missie en zending nauw met deze vorm van hulpverlening verwant voelt, reageerde onmiddellijk furieus. Fractieleider De Hoop Scheffer zelf kwam aanzetten met het voorbeeld van een Nederlandse arts in Ghana die hij onlangs bezocht. Deze moest een gebied zo groot als Nederland bestrijken. ,,Als hij wegvalt, staat er geen vervanger klaar'', betoogde de CDA-leider.

Daarmee bewees hij wellicht ongewild het gelijk van Herfkens, want het gebrek aan duurzaamheid is een van de kernpunten van haar kritiek op de huidige situatie. De Hoop Scheffer krijgt echter steun van P. Hoebink, een ontwikkelingsexpert van de Nijmeegse universiteit. ,,Die uitgezonden tropenartsen werken vaak in zeer afgelegen streken, waar geen lokale artsen beschikbaar zijn. Het zou heel jammer zijn als Herfkens zo het kind met het badwater zou weggooien. Ook langdurige uitzendingen moeten mogelijk blijven. Herfkens kiest nu een te eenvoudige oplossing voor een heel ingewikkeld probleem.''

De koerswijziging van Herfkens is overigens minder drastisch dan die lijkt. De laatste jaren drong al steeds meer het besef door dat er meer aan moest worden gedaan om de ontwikkelingslanden op eigen benen te laten staan. Ook bij een organisatie als SNV, de grootste Nederlandse organisatie die deskundigen naar ontwikkelingslanden stuurt. De helft van de 700 deskundigen die voor SNV werken zijn inmiddels al afkomstig uit ontwikkelingslanden, tegen nog maar 20 procent vier jaar geleden.

,,Het accent verschuift'', aldus A. Ferf, waarnemend directeur van SNV. ,,We sturen niet langer een bosbouwer die de mensen daar precies vertelt hoeveel boompjes ze moeten planten. Onze deskundigen helpen nu meer met vragen als: hoe in ik gemeentebelastingen en hoe verleen ik bepaalde diensten aan de bevolking.''

Net als Hoebink waarschuwt Ferf er overigens voor om de uitzendingen van westerse deskundigen niet te abrupt te staken. Dan zouden waardevolle projecten verloren kunnen gaan.