GEMAKZUCHTIG KOKEN

Thuisgekomen na een deprimerend bezoek aan het Drentse boerendorp Orvelte – helaas tot een schrikbarend commerciële bezienswaardigheid gedegradeerd – had ik geen puf meer om te koken. Maar er lag gehakt te wachten, er waren vrienden en iedereen had honger. De makkelijkste oplossing in zo'n geval, is alle etenswaren bij elkaar de oven in te schuiven. Bij een plattelandsslager had ik die ochtend nét wat kanensmeer gekocht en dat kuipje met uitgesmolten reuzel vermengd met de resterende kaantjes jeukte in mijn handen. Het aangemaakte gehakt ging samen met blokjes aardappel en wat kanensmeer op een bakplaat de hete oven in. O heerlijke luiheid.

Bereiding: Week het brood even in wat melk. Prak intussen het gehakt in een beslagkom samen met ui, peterselie en ei goed door elkaar. Druk de melk uit het brood en prak het door het gehaktmengsel tot een homogene massa is verkregen. Breng het op smaak met kaneelpoeder, zout en peper. Voeg het gehakt bijeen en wentel het luchtigjes door wat paneermeel zodat het aan de buitenkant iets `opdroogt'. Vorm het tot een langwerpig gehaktbroodje van een halve wijsvinger hoog.

Snijd de aardappels in pink-dikke plakken en vervolgens in grote blokjes. Smeer een bakplaat royaal in met 2 eetlepels kanensmeer (of gebruik olijfolie extra vierge) en werk met de vingers de blokjes aardappel door de reuzel zodat ze rondom met het vet in aanraking komen. Spreid de blokjes gelijkmatig uit over de bakplaat, maak een open plek in het midden en leg daar het gehaktbroodje neer. Schuif de bakplaat in een voorverwarmde oven (220° C), verlaag na 15 minuten de temperatuur tot 200° C en laat gehakt en aardappeltjes ongemoeid nog 40-45 minuten braden tot alles goudbruin en gaar is. Snijd het gehakbroodje in dikke plakken en maal wat grof zeezout over de lichtkrokante aardappelblokjes.