Gabriël Lester

`Choreography', de eerste solotentoonstelling van de Nederlandse kunstenaar Gabriël Lester (1972), opent met een vrolijk houten beeld van een fiere negerin. Ze heeft een pronte boezem, draagt een jurkje van witte tape en houdt een lichtblauw bord omhoog met de woorden: `Omni Potence. Young Attractive Happy Succesfull & Healthy'. Het kan op haar slaan, maar ook op haar maker, Lester, die het gelukt is nog voordat hij zijn opleiding aan de Rijksacademie heeft afgerond bij een prominente galeriehouder als Fons Welters te exposeren.

Wat hij er laat zien is zeer divers - ook van kwaliteit. De negen foto's die samen `Graffiti' heten, zijn expres onleesbaar gemaakte aftitelingen van films. Volgens de toelichting zouden ze toch net herkenbaar moeten zijn en de toeschouwer daarom in verwarring moeten brengen, maar ik herkende niets. Wat dan overblijft is als het negatief van een vervelende test bij de opticien: wazige regeltjes wit tegen een zwarte achtergrond. Als abstract beeld is dat niet erg mooi of interessant. Het korte filmpje `A Man of Action' is heel kundig `oud' gemaakt, met een schimmig, ovaalvormig beeld en witte tussentitels, maar omdat de hoofdpersoon erin armgebaren staat te maken die verder niets betekenen, verveelt het toch snel.

Snel door naar achteren dan maar, waar `Choreography' staat opgesteld, het hoofdwerk van deze expositie. `Choreography' is een twaalf minuten durende film over landschappen, die wordt afgedraaid op drie grote schermen tegelijk. Elk scherm vertoont zijn eigen sequentie van beelden, maar de drie horen bij elkaar. Alles werd met een camera met robotarm opgenomen in Zuid-Duitsland en de Alpen. De soundtrack bestaat beurtelings uit rustiek vogelgetsjirp en opzwepende muziek van Gershwin en Ravel.

Er zijn vier delen. Deel een is een ode aan de Alpen: de camera buitelt langs bergen met sneeuw op de top, kronkelende rotspaadjes, dreigende donkere wolken en een eenzaam chalet op een groene wei. En dan weer terug, want de robotarm volgt zijn eigen, zich herhalende patronen en daardoor komen alle beelden steeds opnieuw langs, in iets andere vorm. Bij een regisseur met minder overwicht dan Lester had deze ambitieuze, gecompliceerde manier van filmen kunnen ontaarden in een chaos, maar hier gebeurt dat niet. De visuele overvloed is vreemd genoeg juist ontspannend: als kijker vertrouw je er na een paar minuten maar op dat de camera al het moois wel voor je zal vangen, van het water beneden tot de hemel aan toe. Zelf hoef je niets te doen. Je beschikt een klein kwartier over een dure verrekijker op een toeristische uitkijkplek waarvan je nog niet eens de arm hoeft te bewegen.

Deel twee gaat over water – water in een stilstaand meer en in een klaterende beek. Bij het derde deel, over dennenbomen, slaat alsnog de onrust toe: door de wilde rukbewegingen van de camera gaan de bomen hier dansen en draaien tot je niet meer weet wat boven en onder is. Het vierde deel is een rustiger medley van het voorafgaande, met links een veld met gele bloemen, in het midden de nu vertrouwde bergen met sneeuw en rechts een mooi meer. De camera roetsjt nog even de bergen op en af als een op hol geslagen skieër en schommelt nog even hoog boven de bloemen heen en weer, en dan is het uit.

Gabriël Lester, `Choreography', t/m 16-9 in: Galerie Fons Welters, Bloemstraat 140, Amsterdam. Open di-za 13-18 u. Tel: 020-4233046.