Een superheld downloaden

`Heeft de strip iets te zoeken in de hoge cultuur, behalve de erkenning dat ze bestaat?' was de vraag die enige tijd geleden in deze krant werd gesteld. Alsof hij die vraag heeft gehoord, publiceerde Scott McCloud onlangs Reinventing Comics, de opvolger van de striptheoretische klassieker Understanding Comics. In Understanding Comics formuleerde McCloud een definitie van het medium (`juxtaposed pictorial and other images in deliberated sequence') en besteedde hij vooral aandacht aan alle mogelijke vormen die strips kunnen aannemen.

McCloud tekende zichzelf als een bebrilde nerd die docerend door allerlei strips, symbolen of tabellen wandelde. Die vorm zorgde ervoor dat het soms toch taaie theoretische verhaal door veel mensen werd gelezen. Als traditioneel essay hadden zijn rake observaties waarschijnlijk veel minder impact gehad en zou hij niet tot de Marshall McLuhan van de strip zijn bestempeld. Omdat hij `niet kon stoppen met denken' schreef McCloud vervolgens Reinventing Comics. Dit keer gaat hij in op de positie van de strip, de verbeelding van minderheden, de rol van uitgevers en vooral de relatie tussen strips en digitale media. Hij onderscheidt twaalf `revoluties' en voorziet elke revolutie van een symbool.

Allereerst gaat het over strips als serieuze kunstvorm. Waarom heeft het bijna honderd jaar geduurd voordat stripmakers, een enkeling daargelaten, ontdekten dat ze elk onderwerp, hoe serieus of diepzinnig ook, konden aansnijden? Net als in de literatuur kun je met strips ook non-fictie, autobiografie of drama vertellen. Een inzicht dat volgens McCloud bij veel tekenaars pas ingang vond na Will Eisners A Contract with God en Art Spiegelmans Maus.

Het idee dat strips `kunst' kunnen zijn leidde pas na het legendarische blad RAW tot verhitte discussies en een golf van experimentele strips. Die twee onderwerpen, literatuur en kunst, bieden samen een compact overzicht van de stripgeschiedenis. McCloud doorspekt zijn verhaal met veel voorbeelden waarin hij optreedt als personage. Zo vliegt hij van de pagina af na een dreun van een superheld, terwijl hij onverstoorbaar zijn verhaal voortzet.

Al is de situatie die McCloud van de stripindustrie schetst vooral van toepassing op de Amerikaanse markt (met conservatieve monopolistische studio's); de lange weg van een enthousiaste, jonge tekenaar tot gevierd kunstenaar ligt in elk land bezaaid met obstakels. De status-quo van enerzijds de grote studio's die aan de lopende band strips over superhelden produceren en anderzijds alternatieve uitgeverijen met aanstormend talent, is lange tijd onaangetast gebleven. Omdat de jeugd tegenwoordig liever computerspelletjes speelt (waarom over Superman lezen, als je hem achter de pc kunt `zijn'?) en de verzamelaarsmarkt is ingestort, verdwijnen kleine Amerikaanse uitgeverijen en stripwinkels als sneeuw voor de zon.

Terwijl de markt in elkaar klapte, is de institutionalisering van strips gestaag gevorderd en het beeld van strips in de publieke opinie verbeterd. De maatschappij is volgens McCloud vol met striplezende `mollen' die hun positie in de media of op universiteiten gebruiken om de aandacht voor hun liefhebberij te vergroten. Op kunstacademies of universiteiten worden regelmatig colleges gegeven over de Negende Kunst. Sinds er meer genres zijn ontstaan, waarin ook `literaire' onderwerpen worden behandeld, hebben het lezende publiek en de algemene boekhandel de `volwassen' strip ontdekt.

Maar de geïnteresseerde lezer kan zijn boek ook via internet bestellen. Werd er in het verleden vaak nee verkocht als een klant een specifiek boek zocht, nu kan hij het in zijn digitale boodschappenmandje gooien. Op internet is de schapruimte van een winkel immers onbeperkt, waardoor ook ontoegankelijke boeken beschikbaar worden. Hiermee is McCloud beland bij zijn laatste drie (digitale) revoluties die samen een apart tweede hoofdstuk van het boek vormen. Na een lange inleiding over het ontstaan van computers, somt McCloud de voor- en nadelen van digitaal gereedschap voor tekenaars op. Vervolgens wordt internet uitgelegd en stelt McCloud de vraag wat strips daar te zoeken hebben. De somberheid die doorgaans overheerst over dit onderwerp (wie leest er nou strips op een computerbeeld?) relativeert McCloud door een stap terug te nemen in de geschiedenis.

Prehistorische grottekeningen en het tapijt van Bayeux hebben toch ook een andere vorm dan het hedendaagse beeldverhaal? Waarom zou de strip dan niet een nieuwe digitale vorm kunnen vinden. Hyperlinks zijn bijvoorbeeld ook toepasbaar op een beeldverhaal. De lay-out van een strippagina verschilt in principe niet zoveel van een webpagina; het zijn beide een soort landkaarten waarover je met je blik kunt dwalen. Voorbeelden van een aantal goede digitale strips geeft McCloud op zijn homepage: www.scottmccloud.com.

Volgens de optimistisch gestemde McCloud hebben strips dus wel degelijk iets te zoeken in onze cultuur. Net als in zijn vorige boek vertelt hij zijn verhaal op een toegankelijk-wijsneuzerige toon, doet hij als een ware stripgoeroe een aantal toekomstvoorspellingen en onderbouwt hij zijn stellingen helder en met gevoel voor humor. Reinventing Comics maakt de balans op van de situatie van de strip en legt uit voor welke uitdagingen en problemen het medium staat. Door de razendsnelle ontwikkelingen van internet is het echter maar de vraag of dit boek net zo'n mijlpaal zal worden als het iets minder tijdgebonden Understanding Comics. Aan het boek zelf zal het niet liggen, aangezien dat van dezelfde degelijke kwaliteit is als zijn voorganger.

Scott McCloud: Reinventing Comics.

Paradox Press, 238 blz. ƒ70,-

Lichte cultuur