Een afkeer van Mulisch als vereiste

In de etalage van boekhandel Scheltema in Amsterdam schrijven 24 schrijvers, allen ex-redacteuren van Propria Cures, De Grote Nederlandse Roman. Er worden literaire rekeningen in vereffend.

Om drie uur vanmiddag werd De Grote Nederlandse Roman voltooid. In een schrijfmarathon van 24 uur wisselden vierentwintig schrijvers elkaar af om, in de etalage van de Amsterdamse boekhandel Scheltema, aan deze roman te werken. ,,Mulisch, Wolkers en Reve kunnen er wel mee ophouden'', sprak Erik Noomen, oud-redacteur van Propria Cures en organisator van de marathon. De deelnemers waren allen oud-redacteuren en redacteuren van Propria Cures, het oudste studentenweekblad van Nederland, zoals Maarten Spanjer, Mensje van Keulen, Theodor Holman, Theo van Gogh, Max Pam en J.P. Guépin. PC moet het al vijf jaar zonder subsidie stellen en heeft een ernstig tekort aan abonnees. De schrijfmarathon was dan ook bedoeld als promotie voor het blad, in het kader van de Intreeweek voor eerstejaars-studenten.

De Franse schrijver Simenon was waarschijnlijk de eerste die in een etalage schreef, maar hij deed er wel een week over om zijn nieuwe Maigret te voltooien. Columnist Theodor Holman zat in 1997 een etmaal achter het glas van de Bijenkorf, met als resultaat het boekje Een winkelzoon in het glazen paleis. En nu dan de auteurs van Propria Cures die doen alsof ze een grote roman schrijven, terwijl de pers en het publiek zich voor de ruit verdringen; een combinatie van hoogmoed en spotzucht, kenmerkend voor de geest van het blad, vanouds gespecialiseerd in het afstraffen van literaire pretenties en kraken van reputaties.

De start op donderdagmiddag verliep niet zonder problemen: Hella Haasse had afgezegd en haar vervangster, streekromanschrijfster Margreet Hoorn, kon de weg naar de boekhandel niet vinden. Agnes Hoogstraten, die al vele jaren het secretariaat van PC beheert, tikte de eerste regels van het verhaal: `Roemer ontwaakte, hij wist dat vandaag de grote dag was'. Van tevoren was bepaald dat Roemer Verdaas de hoofdpersoon moest zijn, een jongeman die van plan is Amsterdam te veroveren. Guus Luijters, recensent van Het Parool, trok zijn schoenen erbij uit en liet Roemer peinzen over de kwaliteiten van schrijver Hafid Bouazza en zijn kennis van `wonderlikke woorden uit de Nederlandse taal die iedereen vergeten was en die hij teruggevonden had in het Groot Woordenboek'.

Vanaf dat moment werd de schrijfmarathon aangegrepen om literaire rekeningen te vereffenen. Volkskrant-recensent Arjan Peeters introduceerde Harry Mulisch als personage, met een smakelijke anecdote die zich afspeelt bij schrijverscafé De Zwart. Mulisch wordt benaderd door twee meisjes met een camera en is geschokt als zij hem vragen om hèn te fotograferen. `Daar was Harry's systeem niet op berekend.' Vervolgens komt Michaël Zeeman aanzetten `met drie plastic tassen, bomvol boeken ongetwijfeld'. En daar is ook de `getourmenteerde dichter Rawie', ook met drie plastic tassen, `vol rinkelende flessen evenwel'. `Dat is de oogst van drie maanden', verontschuldigt Rawie zich. Waarop Zeeman zegt: `En dit is de oogst van één middag, Jean Pierre'.

De afkeer van Mulisch, een vereiste voor een PC-redacteur, stak ook bij René Appel de kop op (`valse en vale filosofie'). Appel was een van de schrijvers die het tempo erin hielden. Vanochtend om negen uur, toen Theo van Gogh aantrad, waren er 38 pagina's geschreven. Binnenkort te lezen op www.propriacures.nl.