De televisietoren

In het laatste van de vorige eeuw, toen de eeuwige groei van de Nieuwe Economie nog niet tot geloofsartikel 1 was verheven, had je pessimisten die zich afvroegen waaraan en hoe onze volvette beschaving ten onder zou kunnen gaan. Een beurskrach, natuurlijk. John Kenneth Galbraith heeft over de krach van 1929 een essay geschreven, The Great Crash 1929. Dat is verschenen in 1955. Er wordt onder andere in afgerekend met de mythe dat op Zwarte Donderdag, de 24ste oktober en de dagen daarna het failliete speculanten uit de wolkenkrabbers van Wall Street regende. Toch een spannend boekje. Het verschijnsel liet hem niet meer los: 35 jaar later kwam het volgende essay, A Short History of Financial Euphoria. Daarin bevestigde hij zich als de economische profeet van de eeuwige wederkeer. Galbraith beschrijft de oorzaken. Samengevat: het menselijk tekort maakt de volgende krach onvermijdelijk. Over hoe we ons een samenleving daarna moeten voorstellen, het menselijk verkeer, laat hij zich niet uit. Vanzelfsprekend, want ieder stadium van de beschaving ontwikkelt zijn eigen typische reacties.

Orwell is de laatste die beroemd is geworden met de beschrijving van een ondergang die uit onze beschaving zelf geboren had kunnen worden. Daarna komen de marsmannetjes en de aliens. Waarom nooit een klassieke economische ineenstorting en die woeste chaos die daarop in onze consumptief tot de laatste vezel gecollectiviseerde beschaving onherroepelijk moet volgen? Het was 1998, het laatste jaar waarin de beurs zwaar ziek leek te zijn. Ik las na hoe Orson Welles het op zondag 30 oktober 1938 in zijn radiohoorspel had aangepakt. Hij had War of the Worlds van H.G.Wells tot een reeks nieuwsberichten voor de radio bewerkt en daarmee in heel Amerika paniek gezaaid. Dat leek me een goed idee, maar dan voor de televisie. Ik zette iets op papier en besprak het met een Amerikaanse vriend die Spielberg kent. Hij las, luisterde naar mijn toelichting en riep: `Ik ga meteen Steven bellen!' Steven was niet thuis. Daarna heb ik er niets meer van gehoord.

Nu is de televisietoren van Moskou in brand gevlogen. De rampen die Rusland op het ogenblik treffen zijn in Hollywood al min of meer in een film behandeld. De Koersk doet in de verte denken aan Poseidon Adventure; deze toren aan Towering Inferno, maar altijd als kijkspel. In Moskou en omstreken waren plotseling 15 miljoen mensen televisieloos, en dit terwijl ze nog niet van de schok van de vorige ramp waren bekomen. Wat deed die massa van ontwortelde kijkers, juist terwijl ze dagen meemaakten waarin de catastrofe nationale afmetingen leek te krijgen? Ervan afgezien dat weer een stuk of wat mensen in een product van grootheidswaan het leven hebben gelaten – voltrekt zich daar niet een drama waarbij alles wat uit de Hollywoodse duim komt, in flauwekul verandert?

Om te beginnen: wat doen 15 miljoen televisieloze mensen? Het viel mee. Frank Westerman, correspondent in Moskou, schreef: `Achter het politiekordon kwam het ramptoerisme meteen op gang. Er is toch niets op de tv te zien, zei een jongen met een zenitkijker in de hand. Van een apocalyptische stemming was niets te merken. De sfeer was eerder carnavalesk. Picknickend in de berm, skatend over het asfalt belde iedereen elkaar per mobieltje om de laatste nieuwtjes uit te wisselen.' De verslaggever van de Tribune zag idyllische tafrelen: `Met verbazingwekkende snelheid pasten de Moskovieten zich aan. Ze groepten samen in de keuken, kwamen elkaar op late avondwandelingen tegen, hielden hun gesprekken, lazen de kinderen voor, of luisterden naar de radio. Alle edities van alle kranten waren meteen uitverkocht.' In het nadeel was alleen de regering, die zich beroofd zag van haar belangrijkste middel om het volk iets wijs te maken.

Dat is Rusland. De Russen, denk ik, staan nog met één been ergens in het laatste kwart van de twintigste eeuw, terwijl wij denken dat we al tot het tweede kwart van de 21ste gevorderd zijn. In ieder geval leven we hier met huid en haar in een televisie-, gsm-, internet- en entertainmentbeschaving. Wat, als miljoenen Nederlanders, Duitsers, Belgen, Amerikanen van het ene uur op het andere van hun entertainment, enz. worden beroofd, en er is niemand die op de televisie kan vertellen wat er aan de hand is, omdat er geen beeld is? En ergens vliegt een nog niet ontdekt arsenaal van evenementenvuurwerk in de lucht? Ramptoerisme? Langer files dan ooit tevoren? Kinderen voorlezen? Hebben we nog boekjes in huis? Het denkbeeld doet duizend vragen stellen, en op geen weten we het antwoord.

Ik blijf erbij dat dit een film kan worden waar Spielberg jaloers op zal zijn. Of een televisieserie volgens Orson Welles, waarin plotseling het beeld op zwart gaat, en niemand meer zal weten wat waar is en niet waar. We zijn er rijp voor.