De muzen van Mr. B.

Steeds had George Balanchine weer een andere dansende muze voor wie hij de mooiste balletten maakte. Vijf van hen schreven hun herinneringen aan hem op.

Al in de lift wist hij wie van zijn danseressen hem voorgingen, elke ochtend. Hij rook het. George Balanchine, oprichter, artistiek leider en choreograaf van het New York City Ballet, koos hun parfums uit. Om na te kunnen gaan waar zij zich in het gebouw bevonden, schertste hij wel eens. Zoals hij zijn huwelijken met zijn danseressen in een interview omschreef als een praktische zet: ,,Als je met een ballerina trouwt, hoef je je nooit zorgen te maken of ze het met iemand anders houdt. Je weet altijd precies waar zij is - in de studio, aan het werk.''

De route die Georgi Melitonovitsj Balanchivadze aflegde van zijn geboorteplaats St. Petersburg tot New York, de stad waar hij als Mr. B. tot zijn dood in 1983 regeerde, is bezaaid met dansende vrouwen. Balanchine's vrouwen waren zijn muzen, en de meeste muzen werden zijn vrouw. Het relaas van zijn romances, zijn huwelijken, vereringen en obsessies houdt gelijke tred met de ontwikkeling van zijn oeuvre. Zijn veelgeciteerde credo `Ballet is Woman' moet strikt worden opgevat. `Woman' was inwisselbaar. De ballerina, die hij telkens opnieuw modelleerde naar zijn ideaalbeeld, bleef zijn leven lang vrijwel dezelfde leeftijd; alleen haar naam veranderde. Van zijn jeugdliefde, de onstuimige Tartaars-Zweedse schoonheid Tamara Geva tot, veertig jaar later, de onbereikbare Dulcinea van zijn ouderdom, de mysterieuze Amerikaanse beauty Suzanne Farrell. In meer dan een halve eeuw heeft zij hem in al haar gedaanten verleid tot een estafette van ruim vierhonderd balletten.

De meeste muzen hebben op hun beurt getuigenis afgelegd van hun leven, waarin Balanchine zo'n belangrijke rol speelde. De autobiografieën van de favorieten vormen als het ware een vervolgverhaal met een en dezelfde man als hoofdpersoon. Ook de boeken van danseressen met wie hij een – innige – werkrelatie onderhield of een kortstondige flirt beleefde, horen erbij. Zelfs die van dansers die aan de zijlijn van Balanchine's credo werden geduld omdat het hun taak was `Woman' op haar best te tonen.

Nu, zeventien jaar na zijn overlijden, zijn Balanchine's mooiste veroveringen nog altijd te zien, omdat dagelijks ergens ter wereld wel een choreografie van hem wordt uitgevoerd. Zo opent Het Nationale Ballet komende week het nieuwe seizoen met een Balanchine-programma van vier stukken.

Het oudste, The Four Temperaments, stamt uit 1946. De ondertitel luidt met nadruk: `A Dance Ballet without Plot'. Maar de ontstaansgeschiedenis heeft de allure van een roman. Balanchine stond op een keerpunt in zijn artistieke en persoonlijke leven. In alle opzichten betekende het abstracte meesterwerk een breuk tussen oud en nieuw, Europees en Amerikaans.

IJzige afkeuring

Het begon eind jaren dertig. Balanchine verdiende schatten op Broadway en in Hollywood en hij was diep ongelukkig. Al zijn muzen tot dat moment waren onder de pannen. Tamara Geva, zijn eerste vrouw, met wie hij in 1924 voor de ijzige afkeuring van het sovjetregime op de vlucht ging, schitterde op Broadway in de hitmusical van Richard Rodgers en Lorenz Hart On Your Toes. Haar levendige autobiografie eindigt daar, met haar triomf in Balanchine's toegejuichte choreografieën. Of zij werkelijk officieel gescheiden zijn, is niet na te gaan - de benodigde papieren kwamen de Sovjet-Unie niet uit. Maar feit is dat zij elkaar al in Frankrijk hadden losgelaten, hoewel ze bleven samenwerken.

Alexandra Danilova, voor wie hij in Petrograd (St.Petersburg) zijn eerste vernieuwende choreografieën had gemaakt, en die in de exil zijn onofficiële tweede vrouw en muze werd, glorieerde nu als ster van de Ballet Russe de Monte Carlo. Met gevoel voor humor beschrijft zij de arme, vruchtbare jaren in Frankrijk. Hoe haar geliefde met haar laatste francs naar het casino ging om de hotelrekening bijeen te gokken. Hoe er een einde aan hun relatie kwam op de dag dat Balanchine Engelse parfum voor haar meenam en oorhangers van lapis lazuli. Een affront, meende ze, want in hun geboorteland werd de blauwe siersteen als decoratiemateriaal gebruikt voor gebouwen. ,,Ik had diamanten verwacht, dus smeet ik de oorbellen in zijn gezicht'', net als de fles Atkinson's. Kort daarop verliet ze hem. Ook zij bleven bevriend, al was haar positie van muze inmiddels overgenomen door Tamara Toumanova. Maar de toen 15-jarige beeldschone `baby ballerina', een van de topattracties van Balanchine's dansgroep `Les Ballets', werd als een middeleeuwse deerne bewaakt door haar moeder. Veel later, toen Balanchine wereldberoemd was, zouden andere balletmoeders hun puberdochters gretig aan hem opdringen, in de hoop dat de dansmagiër hen omtoverde tot sterren. Balanchine ging er niet op in, hij koos zijn muzen zelf.

Toumanova werd een bejubelde ballerina. Haar Pygmalion was ondertussen gevallen voor zijn eerste Westeuropese vrouw, de Duits-Noorse Eva Brigitta Hartwig, een melange van Dietrich en Garbo. Als Vera Zorina werd zij de `toast of Broadway' en onder Balanchine's meesterschap bracht zij het tot `stardom' in Hollywood. Het gezaghebbende blad Variety deelde pakkende accolades uit: `George Balanchine has done an ace job in the terp angle' (het summum op Terpsichore's gebied).

Geld, succes, champagne, een MG, twee vleugels, een huis op Long Island, het zei hem allemaal weinig. Weliswaar verraste hij zijn muze op haar verjaardag met een regenjas waar een kostbare nertsmantel onder verborgen zat, maar hun huwelijk hield geen stand. Zorina genoot van de glamour, Balanchine niet. Ze vergaf het hem, en ging, zoals zij in haar prikkelende memoires vertelt, haar eigen weg, net als haar voorgangsters. Een belangrijk kenmerk van Balanchine's muzen was hun perfecte timing.

Dat was de stand van zaken toen Balanchine componist Paul Hindemith vroeg om een stuk voor hem te schrijven. Het kostte hem vijfhonderd dollar. Theme with Four Variations [According to the Four Temperaments] for string, orchestra and piano zou het begin inluiden van Balanchine`s vermaarde gezelschap, het New York City Ballet.

In het jaar van The Four Temperaments scheidde hij van Zorina en trouwde met de muze die hem terug had gebracht bij het ballet. Voor haar, Maria Tallchief, de wondermooie dochter van een Osage Indiaan en een Ierse moeder, begon hij als een bezetene zijn ideeën uit te werken. Tallchief bewees zich als eerste Amerikaanse prima ballerina. Balanchine zag haar als zijn Pocahontas; zij voorzag hem van een echte Amerikaanse achtergrond. De turquoois-zilveren armband die haar oom aan Balanchine schonk, heeft hij tot de dag van zijn dood gedragen.

Diamanten armband

Tallchief definieert, uitvoeriger en openhartiger dan haar voorgangsters dat deden, de verwijdering tussen muze en man. De overgave in de studio strookte niet met de echtelijke omstandigheden. Het moet het verschil zijn tussen scheppend en uitvoerend kunstenaar. Zodra een choreografie voltooid is, gaat de maker op zoek naar een volgend avontuur. De danser begint dan pas echt. Balanchine was, zogezegd, zijn muzen steeds een stap voor. Dat hij voor de hoofdrol in The Four Temperaments in 1946 de veel jongere danseres Tanaquil LeClercq koos, betekende de voorbode van een nieuwe periode. Hoewel hij Tallchief niet lang daarna een diamanten armband schonk na een première wist zij net als iedereen dat een nieuwe muze in aantocht was.

Met de kwikzilverige Frans-Amerikaanse LeClercq bleef hij zeventien jaar getrouwd, langer dan zijn drie officiële huwelijken bij elkaar. De reden was tragisch. Op een Europese toernee werd de begaafde danseres besmet met polio. Zij raakte verlamd. Jaren eerder had Balanchine het gelegenheidsballet Resurgence gemaakt, waarin zij als `Dancer' en hij als `Threat of Polio' optrad. Hij zou het zichzelf nooit vergeven.

Roberta Sue Ficker werd zijn meest aanbeden muze. Hij noemde haar Suzanne Farrell. In zijn pogingen haar tot de zijne te maken, richtte Mr. B. het gezelschap bijna te gronde. Hij choreografeerde alleen nog maar voor haar en danste tot gêne van de beau monde als Don Quixote voor haar Dulcinea. Farrell kende de voorgeschiedenis: ,,Men zei dat ik de volgende op rij was, maar dat wilde ik niet, not just another one.''

Nadat ze trouwde met haar collega Paul Meija, ging het mis. Op de avond dat zij samen de hoofdrollen zouden dansen in Symfonie in C (eveneens op het programma van Het Nationale Ballet) veranderde Balanchine het programma. De muze verbrak daarop het verbond. Ontroostbaar nam Balanchine wraak met een luchtig Gershwin-ballet, Who Cares? Pas jaren later keerde Farrell weer terug in de groep.

De avond van zijn dood danste zij met het New York City Ballet Symfonie in C. Op Zorina na, die in Europa verbleef, wierpen Balanchine's weduwen een paar dagen later geurende witte rozen in zijn graf.

Behalve de filmchoreografieën zijn alle liefdesbetuigingen aan Balanchine's muzen vervlogen. Ze worden immers gedanst door andere vrouwen, ontdaan van de biografische connotatie van toen. Wat bleef, is de dans.