Amsterdam 1952

Er zal geen stad bestaan die meer naast het olympische potje heeft gepist dan Amsterdam. Ondanks pogingen het grootste sportevenement te bemachtigen ging het mis in bijvoorbeeld 1920, 1924, 1952 en 1992. De hoofdstedelijke arrogantie kreeg keer op een keer een knauw, als het überhaupt al bestond. Want wie de toespraak van burgemeester Arnold Jan Dailly op een bijeenkomst van het IOC in 1947 in relatie brengt met het begrip `arrogantie' doet dat vooral om eens flink te lachen. ,,De burgemeester verklaarde', tekende een verslaggever van Het Parool op, ,,dat het verzoek om toewijzing der Spelen met enige schroom was ingediend aangezien Amsterdam de andere kandidaten niet voor het hoofd wilde stoten.'

Vergelijk dat met eens de onwaarschijnlijke diplomatieke bluf waarmee de hoofdstad in 1928 de Spelen wél had bemachtigd. Op verzoek van de voorzitter van het NOC, Baron Van Tuyll van Serooskerken, nam dr. Van Rooyen, de Nederlandse gezant in Rome, het woord op een IOC-bijeenkomst in Rome om alle aanwezigen namens de regering en de stad Amsterdam te bedanken voor de toewijzing van de Spelen van 1928. Toen moest de officiële toewijzing nog volgen, maar niemand durfde meer een andere stad te kiezen uit angst voor een diplomatieke rel.

Zo ging het dus niet in 1947 en dat werd mede veroorzaakt door de desolate toestand waarin Amsterdam verkeerde, zo vlak na de oorlog. Volgens de meegereisde heer Van Heemskerck van Beest, onder andere verantwoordelijk voor de wederopbouw, was dát ook de oorzaak om het evenement te organiseren.

Toewijzing zou een impuls zijn voor grote projecten zoals de uitbreiding van het Olympisch Stadion van 50.000 naar 78.000 plaatsen, de bouw van een zwemhal voor 20.000 toeschouwers en natuurlijk de onderkomens van de sporters. Zoals het begeleidende propagandaboekje schreef: ,,Het huizenprobleem wordt op de meest radicale manier opgelost. Een speciaal Olympisch Dorp zal worden gebouwd om de deelnemers onder te brengen.'

De kansen echter voor Amsterdam werden op voorhand al klein geacht, ondanks de positieve indrukken van de voordracht bij de leden van het IOC. Helsinki werd vooraf al getipt, mede omdat door de oorlog de Spelen in 1940 daar werden afgelast. En wellicht ook wegens politieke redenen, want juist tijdens de IOC-vergadering liepen in Finland de politieke spanningen op. De Sovjet-Unie gaf signalen af dat ze dit kleine buurland in het noordwesten in haar invloedssfeer wilde opnemen, wat zwaar zou worden bemoeilijkt door de toewijzing van de Spelen.

Hoe dan ook: IOC-voorzitter Edström verklaarde na alle voordrachten ,,dat het Comité zo door argumenten was overstelpt, dat het voorlopig nog helemaal niet wist waar het aan toe was'. Enkele dagen later volgde de beslissing en inderdaad kreeg Helsinki de Spelen. Amsterdam haalde drie stemmen en zal daarmee niemand voor het hoofd hebben gestoten.