Trou Moet Blycken

Op die stoep

Sit 'n engelse Kaffir

Op die stoep

En lees 'n papier

Engelse Koerant

Vas diep in.

Rond die stoep

Draai 'an, draai 'an die witman

Die wit baas

'N kyk aan die Kaffir

Engelse Kaffir

Wat engelse koerant lees.

`Die wêreld is omgedraai

Kaffirs lees koerante

Hul is gemors.'

Sê die wit baas.

`Wat sê die papier?'

`Ek lees nog!'

Antwoord die engelse Kaffir

Diep in, in die papier.

Rooi word die wit baas

`Ek wens al die kaffirs

Moet toegesluit word

Hul is almal kommuniste.'

Modikwe Dikobe (geb. 1913)

In een korrel zand schuilt de kosmos, zoals bekend. En op die stoep speelt zich de Afrikaanse politiek af. De `stoep' in het Afrikaans is de veranda, de verhoging tegen het huis. Op die veranda zit een Engelse kaffer.

Twee uitdagende woorden, om de blanke baas bij voorbaat een beetje te tergen. `Kaffir' klinkt sarcastisch genoeg, maar een Engelse kaffer, zo iemand is voor de witman compleet een alien.

De dichter bekijkt het al in de eerste regel vanuit de optiek van de witman

om hem later nog effectiever onderuit te kunnen halen.

Wat doet de kaffer? De kaffer leest. Deze vreemde snuiter is totaal verdiept in een krant. In een Engelse paper.

Dan pas komt de witman in eigen persoon aangedraaid. De betekenis van `aandraaien' is duidelijk naderen, dichterbij komen. De blanke baas doet nog een stap dichterbij en nog een stap dichterbij en kijkt eens goed en gelooft zijn ogen niet. Een kaffer. Een Engelse kaffer. Die een Engelse krant leest.

De herhalingen zijn tekenend voor zijn verbazing.

Twee keer kaffer, twee keer Engels het komt hard aan voor de witman.

Men moet weten dat voor de Boer het woord `Engels' al net zo afschrikwekkend klinkt als het woord `kaffir'.

Engels is alles; kyk hot of kyk haar;

Engels is alles; ek word somar naar!

zo begon het overbekende Alles is Engels van de taalpionier C.P. Hoogenhout. Dat de blanke baas even later in half-Engels vraagt

`Wat sê die papier?'

`What says the paper?' het doet denken aan de grapjes die werden uitgehaald door C.J. Langenhoven in zijn limerick Die Puris (`De Purist'), door J.C. Steyn in zijn Bak- en broutaal en door Philip de Vos in zijn limerick

'n Kêrel wat woon in Gauteng

Het nimmer sy tale gemeng.

Hij sê: `Dis iets sieks

Hoe mense dit mieks.

Ofrikôns bly die pragtigste deng.'

Maar eerst is er nog de verzuchting van de blanke dat de wereld op zijn kop lijkt te staan. Voor hem is 'n wereld waarin Engelse kaffers Engelse kranten lezen letterlijk de verkeerde wereld. Een monsterlijke en, vooral, onmogelijke wereld. Zo'n kaffer is gemors, een uit ongelijke delen samengesteld artikel, een fabeldier.

Als de arrogante kaffer dan ook nog eens, zonder maar een ogenblik op te kijken, antwoordt

`Ek lees nog!'

`ik ben nog niet uitgelezen' loopt de witte baas helemaal rood aan. Dat is definitief tegen zijn zere been geschopt. Tot dat moment had hij kunnen denken dat de kaffer alleen deed alsof hij in de krant verdiept was, een analfabeet die een hoge cultuurdrager zoals hij nabootste, maar nu blijkt de kaffer ook nog te kunnen of tenminste te willen begrijpen wat hij leest.

Gevaar!

Lezen is het begin van alle kwaad. Dat begrijpt iedere baas, iedere onderdrukker. `Heeft hy last van de vliegen... das kommt vom lesen! Dringen zyn arbeiders aan op hoger loon... das kommt vom lesen!' (Multatuli, in zijn Ideeën).

Totalitaire staten en stelsels, kerken en partijen ze hebben aldoor hun uiterste best gedaan het vrije lezen te ontmoedigen.

Een racist ziet in alles het bewijs van wat hij bewezen wil zien. Zo ook deze wit baas. Zijn kaffer is de vijand. De vijand is de communist. We zien het gelukzalige simplisme van het vooroordeel hier in werking: kaffers zijn allemaal communisten. De blanke flapt het er onvoorwaardelijk uit. Alle kaffers zouden opgesloten moeten worden, voordat de ongezeglijkheid die lezen heet om zich heen kan grijpen.

Een geestig gedicht. Je ziet aan het eind die dommige, wolken puffende, rood aangelopen witman voor je. En die lakonieke kaffer.

De impliciete lof van het lezen laat Op die stoep een van de weinige gedichten in het Afrikaans van Modikwe Dikobe uit zijn enige dichtbundel Dispossessed (1983) ver uitstijgen boven het gemiddelde politieke gedicht. Het is een klassieke milieuschets. En het raakt nog steeds een teer punt van veel blanke Afrikaanders: ze hebben de mond vol van hun eigen cultuur, hun traditie en hun taal, maar worden nooit eens betrapt op het kopen van een boek.

    • Gerrit Komrij