Taalonderwijs allochtonen schiet tekort

Het taalonderwijs aan allochtonen is slecht geregeld, de uitval is hoog en er is onvoldoende inzicht in het rendement. Vereenvoudiging van de opzet en een minder vrijblijvende aanpak zijn gewenst.

Dit constateert de Algemene Rekenkamer in het vandaag gepubliceerde rapport Inburgering en taalonderwijs allochtonen. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Tweede Kamer, nadat was geconstateerd dat budgetten voor taalonderwijs niet geheel worden benut terwijl de wachtlijsten blijven bestaan.

De Rekenkamer constateert op vrijwel alle punten tekortkomingen in de organisatie en uitvoering van het taalonderwijs aan allochtonen. Het uitwisselen van informatie over de effecitiviteit en efficiency vertoont ,,grote lacunes''.

Gemeenten, opleidingscentra en de overheid hebben ,,onvoldoende inzicht in het rendement'' terwijl er wel ,,reden tot zorg'' is, stelt de Rekenkamer. Verzuim en uitval zijn problematisch, sancties om dit te voorkomen worden beperkt toegepast, vele cursisten halen het beoogde niveau niet.

Volgens de Rekenkamer zijn er te veel regels verbonden aan het taalonderwijs, die bovendien niet goed op elkaar aansluiten en de uitvoering bemoeilijken.

Gemeenten krijgen bijvoorbeeld pas achteraf geld voor het geven van taalonderwijs. Ze houden daarom een grote reserve aan om een eventuele toestroom van cursisten te kunnen bekostigen, terwijl er tegelijkertijd wachtlijsten blijven bestaan. Het is ook onhandig dat de regelingen voor nieuwkomers en oudkomers fundamenteel verschillend zijn, vindt de Rekenkamer. Die opleidingen zouden geïntregreerd moeten worden, staat in het rapport.

Minister van Boxtel (Integratiebeleid) is het met de Rekenkamer eens dat het taalonderwijs beter georganiseerd moet worden, dat de informatievoorziening moet worden verbeterd en dat het rendement omhoog moet. Hij vindt het echter niet terecht dat de Rekenkamer geen onderscheid heeft gemaakt tussen de periode voor- en nadat de Wet inburgering nieuwkomers in werking trad.

Deze wet bepaalt dat sinds najaar 1998 nieuwkomers een verplichte inburgeringscursus moeten volgen. Van Boxtel vindt ook niet dat de verplichting die voor de nieuwkomers geldt, ook voor de in Nederland woonachtige allochtonen kan gelden. Het taalonderwijs voor hen wordt betaald uit reguliere onderwijsmiddelen en is vrijwillig. Dat moet zo blijven, volgens Van Boxtel.

De Rekenkamer ,,betreurt dat de minister vast lijkt te houden aan het verkokerde beleid''.