Procedure kunstsubsidie moet anders

De Raad voor Cultuur moet kunnen oordelen over de hoogte van kunstsubsidies en er moeten betere criteria komen voor de beoordeling. Kwaliteit moet voorop staan en niet het publieksbereik.

Dat zegt Winnie Sorgdrager, voorzitter van de Raad voor Cultuur, in een toespraak die zij vanmiddag in Groningen zal houden bij de opening van het studiejaar van de Rijksuniversiteit. Sorgdrager wil ook de overvloed aan subsidieaanvragen beter stroomlijnen, door ze te categoriseren, te spreiden over de Cultuurnota-periode en deels uit te besteden aan de Cultuurfondsen. Over het adviseren over de hoogte van de subsidies zegt ze: ,,De Raad mag wel iets over de financiën zeggen, namelijk of er meer, minder of een gelijke subsidie verleend moet worden, maar het is niet de bedoeling dat de Raad zich over de exacte hoogte uitlaat. Hoe kan de Raad dan bekijken of hij binnen het gegeven financiële kader blijft?''.

Verder vindt Sorgdrager het aantal te behandelen aanvragen, dit keer 754, te hoog. Volgens haar moeten er criteria worden opgesteld waaraan gezelschappen moeten voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen. Dat zou de beoordeling vereenvoudigen. Verder moeten kleinere subsidies, van enkele tienduizenden guldens, beoordeeld worden door de verschillende Cultuurraden.

Sorgdrager wil dat er verschillende categorieën van gesubsidieerden komen, zodat bijvoorbeeld het Concertgebouworkest niet op dezelfde manier beoordeeld wordt als een klein ensemble.

In zijn beleid legt staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) nogal de nadruk op het bereik onder vooral jongeren en allochtonen, waarbij de kwaliteit overigens niet mag worden verwaarloosd. Sorgdrager vindt dat de hoofdrol in de beoordeling van kunst voor kwaliteit moet zijn en niet voor het publieksbereik van een kunstvorm. Er moet, zegt zij, onderscheid blijven tussen kunst en welzijnswerk.

Over het gewenste stimuleren van multiculturele kunst zei Sorgdrager: ,,Overigens is het nergens voor nodig om met de opkomst van allochtone kunstuitingen onze eigen tradities en cultuuruitingen te relativeren of mensen van een andere etnische herkomst bij de haren naar de westerse kunst te slepen. Vermenging en beïnvloeding moeten vanzelf komen. Allochtone kunst moet een kans krijgen, naast onze – nog dominante – westerse cultuur, maar met dezelfde kwaliteitseisen.''