Luxe uit de sloop

Heel Nederland lijkt ten prooi gevallen aan verbouwingsdrift. De huizenprijzen zijn zo exorbitant dat velen er de voorkeur aan geven hun eigen huis te verfraaien. Een strakke designkeuken is zo gevonden, maar moeilijker wordt het als je op zoek bent naar originele bouwmaterialen. Waar vind je een authentiek granito-aanrecht, een gerestaureerd Aga-fornuis of originele plavuizen? Een kijkje op de markt voor oude bouwmaterialen, die bloeit als nooit tevoren.

In een loods bij Eemnes staat een oude houten paneeldeur op zijn kant. Tussen de vier panelen zijn lijnen getrokken: ,,Als je 'm daar doorzaagt heb je deurtjes voor een aanrechtkast', zegt Jan van IJken, eigenaar van nog vele honderden andere oude deuren en ontelbare, hoog opgetaste oude planken.

Voor 75 gulden per vierkante meter wil hij wel afstand doen van het dakbeschot dat hij onlangs verwijderde uit een slooppand in Vianen: 25 centimeter breed zijn de planken en drie dik. Even opschuren en je hebt een vloer voor het leven.

Voor tien gulden per meter extra voorziet Van IJken de planken van mes en groef. ,,Maar dat gebeurde vroeger ook niet, vloerplanken werden gewoon naast elkaar gelegd.' Dat is een sterk argument, want `vroeger' komt sterk terug in het bouwen, het vérbouwen in het bijzonder. Behalve de enorme oud-houtloods heeft Van IJken in Eemnes net een nieuw terrein met niets dan oude dakpannen en afgebikte bakstenen, en een lap grond waar gewoon alles ligt, hangt, staat of bijna omvalt, van smeedijzeren tuinhek via ouderwetse wc-stortbak tot art déco-tegel. Allemaal gegarandeerd niet nieuw. En Van IJken is bepaald niet de enige aanbieder in Nederland, om van België nog maar te zwijgen.

De aanjagers van deze trend komen niet uit de marges van de hoogconjunctuur: bijstandsmoeders, randgroepjongeren en vluchtelingen die voor bijna niks hun woonplek willen opwaarderen gaan voor nieuw. Een roestvrijstalen aanrecht koop je voor een paar honderd gulden bij de Gamma – een keramische jaren zestiger gootsteenbak van pakweg 60 bij 1.20 doet vier à vijfhonderd gulden, plus duizend voor het opnieuw glazuren. Reken vijftig gulden per uur voor je eigen inspanningen om het ding überhaupt te vinden, en vervolgens nog een glazuurbedrijf, vergeet al het heen en weer rijden niet, en je nostalgische nieuwe afwasplek kost ver over de tweeduizend gulden. En de maat wijkt af, dus moet het onderstel van het aanrecht speciaal door een timmerman worden gemaakt. Daarna beginnen de problemen pas, want bij zo'n oude bak past geen nieuwe kraan. En geen nieuwe vloer. En geen nieuw fornuis. Dat is de ellende met retro: er is geen terug.

Voor enige opluchting zorgt Bas Jonker van het oude-bouwmaterialenbedrijf Piet Jonker in Baambrugge. Door subtiel combineren van oud en nieuw en oud en minder oud blijft het probleem beheersbaar. ,,Je ziet in oude panden bijna altijd dat opeenvolgende bewoners allemaal hun eigen sporen hebben nagelaten, uit verschillende perioden', aldus Jonker. Een gootsteen uit de tijd van de Beatles kán dus ongestraft samengaan met een Napoleontische plavuizenvloer. Maar voorzichtig: sommige dingen kunnen weer nauwelijks tot helemaal niet. Een oude eiken vloer in een boerderij bijvoorbeeld, zoals sommige van Jonkers klanten wilden. ,,In Nederlandse boerderijen hoort grenen', zegt hij. Ernstig geval: ooit verkocht hij een eeuwenoude plavuizen vloer voor ergens hoog in een flatgebouw. Plavuizen kunnen wel in nieuwbouw, maar dan denkt Jonker eerder aan `een onder architectuur gebouwde villa'.

Nu we het toch over nieuwbouw hebben, weet hij nog iets spannenders. Hij gaat voor langs een antieke zandstenen schouw van een gulden of twintigduizend en groot genoeg voor een overmaats everzwijn aan het spit, nog veel meer schoorsteenmantels, een partij zware gietijzeren cv-radiatoren, en houdt ergens in de catacomben van het hoofdgebouw stil op een vloer die je verwacht in een middeleeuwse franse abdij: enorme grijze kalkstenen tegels in alle soorten rechthoekige formaten en afgesleten door ijsberende vertegenwoordigers van vervlogen generaties. ,,Dit zijn dallen. Bijna eng, zo oud', zegt Jonker op gedempte toon. ,,Minstens vierhonderd jaar. Dit kun je niet in een monumentje leggen, het is niet landseigen. Maar in een modern ding dat de neiging heeft kil te zijn, is het geweldig.' Wie voor dallen gaat, gaat meestal ook voor minstens een meter of honderd, is de ervaring van Jonker. Exclusief leggen komt dat dan op 70.000 gulden of meer.

Oud is soms goedkoper en mooier dan nieuw. Een voorbeeld is het nec plus ultra onder de fornuizen, de eeuwig hete Aga die nog meer sfeer uitstraalt dan warmte; dat zegt wat, want iedere eigenaar kent de neiging zwemkledij aan te trekken alvorens te gaan koken. Voor ƒ17.000 heb je een nieuwe op gas, voor ƒ6.000 minder één voor steenkool en omgebouwd voor gas, en dus met een paar nutteloze, maar wel hypernostalgische kleppen en deuren. Classic Cookers in Anna Paulowna levert ze helemaal opnieuw geëmailleerd en met een fabrieksnieuwe brander. Als bonus krijg je het oude Aga-logo, in krulletters en in reliëf centraal op het front, dat de Engelse fabrikant enkele decennia geleden verving door een kleine messing-of-wat-het-ook-is sticker van het type dat je ook op een sinaasappelpers kunt verwachten.

Retro is leed. Rond een Aga is het vaak te warm, in een ouderwetse gietijzeren badkuip op pootjes is het vaak te koud. Anders dan de moderne hebben ze geen isolatielaag rondom, en na een kwartier lig je te klappertanden in het water dat eerst te heet was om sneller dan met één centimeter per seconde in af te dalen. Geen wonder dat zo'n bad haast niet meer te betalen is: duizend gulden voor een matige tot tweeduizend voor een mooie (plus ƒ1.500 extra als je 'm opnieuw wilt laten emailleren). Leed is namelijk de trend.

Terwijl de grote aan-televisie-verslaafde- naar-de-Seychellen-op-vakantie-gaande- en inmiddels ook golfende-massa klakkeloos kiest voor comfort, speuren min of meer bemiddelde academici en beursspeculanten, die door hebben dat een tweede of derde Porsche hun identiteitsprobleem niet zal oplossen, naar oude keukenkranen van ettelijke honderden guldens met afwijkende aansluitingen, die alleen met enige inspanning volledig zijn dicht te draaien. ,,Die daar is wel een stuk duurder dan die', zegt Hans Brokx van Antieke Bouwmaterialen in Sprang-Capelle bij een rek oude kranen. De reden blijft onduidelijk, tot Brokx wijst op de vier uitsteeksels aan de draaiknop die naar buiten wat breder worden. ,,Dat is toch net even charmanter.'

De vraag is vooral: begrijpen de buren dit? Roepen ze bij hun eerste bezoek na het ingewikkelde installeren van de kraan: ,,Oh wat leuk! Breed uitlopende uitsteeksels aan de draaiknop! Waar heb je díe vandaan?' Of wordt het: ,,Je kraan lekt.' Hijgen ze bij het betreden van de woonkamer: ,,Oh, my god – jullie hebben van die prachtige oude gietijzeren cv radiatoren!' Of denken ze: ,,Wist niet dat ze zó weinig verdienden.' Uitleggen dat die oude radiatoren meer kosten dan nieuwe is geen optie, dus oplossing één is: vestig je te midden van gelijkgestemden en breek met vrienden die het waarom van oude bakelieten deurklinken niet doorgronden. Brokx heeft er sinds kort altijd een doos van staan. ,,Die komen nu', signaleert hij. De trend van de jaren-twintig radiatoren moest nog beginnen, toen Brokx hem voorzag en met inkopen begon: drie jaar stonden de eerste te wachten, nu trekt de vraag ineens aan. ,,Voordien was het alleen bloemetjes, bloemetjes, bloemetjes', zegt hij over de radiatoren met bloemprofiel die sinds 1840 door de Amerikaanse fabrikant Ideal Standard werden gemaakt en die het allang goed doen. Van IJken koopt twintigste-eeuwse radiatoren uitsluitend als ze op pootjes staan - `anders wil niemand ze'. Maar Brokx voorziet dat ook de pootloze versie binnenkort gewild zal zijn. Voor alle duidelijkheid: we hebben het over een artikel dat tot voor kort massaal op de schroothoop verdween, net als de klassieke wc-stortbakken die Van IJken nu voor ƒ75 per stuk verkoopt. Bas Jonker, naast een rij oude wastafels: ,,Mensen zien hier soms dingen staan die ze een paar jaar geleden thuis nog stuk hebben geslagen. En dan zeg ik: bedankt! Hoe zeldzamer, hoe hoger de prijs.'

Niet weggegooide, oude troep zou de basis kunnen zijn van een royaal pensioen als nu al duidelijk was wat over een tijdje veel geld waard zal zijn. ,,Niet wegdoen!', zegt Marc van Heijenoort van Terrazzo and Art bij de aanblik van een versleten granito aanrecht dat rijp leek voor de sloop. Hij is geen handelaar, maar kan zo'n aanrecht wel weer spiegelglad polijsten en weet zeker dat er vraag naar is. En inderdaad: her en der blijken handelaren ze nu in te kopen – terwijl ze elders nog gewoon in afvalcontainers verdwijnen. Irrationeel blijft het.

Jonker bleef jaren zitten met een gegoten zinken aanrecht, bij Van IJken moesten spullen wel eens vijftien jaar op een koper wachten. Of neem de oude-zandstenen-schouwen-hausse, die volgens Van IJken geheel en al door de damesbladen teweeg is gebracht. ,,Schrijf dat maar eens op. Maar het hoort hier helemaal niet. In vijfentwintig jaar slopen heb ik één keer een zandstenen schouw aangetroffen.' De hausse lijkt overigens alweer passé, en volgens Bas Jonker komt de marmeren schouw keihard terug. Tip voor wie de allerlaatste trend wil volgen: op de vraag wat dezer dagen nou echt goed loopt, antwoordt Jonker stellig: ,,Duur. Een schouw van ƒ50.000 verkoop ik makkelijker dan één van ƒ5.000.'

Op een iets andere manier is dat ook de ervaring bij De Oude Plank in Best, een niet al te duur adres voor oude vloeren. Mede-eigenaar Ingrid Muller: ,,Toen we acht jaar geleden begonnen kregen we hier mensen met mr en dr op hun kaartjes. Nu is het Jan Modaal. En Jan Modaal wil eiken in zijn flatje, geen grenen.' En dus ook geen nieuwe, maar een gelikte oude vloer. Wie zich echt wil onderscheiden, ziet het gevaar al aankomen: nog even en exclusief wordt ordinair.