Kamer maakt zich zorgen om Chinezen

. Een meerderheid van de Tweede Kamer maakt zich zorgen over de positie van Chinezen in Nederland. Minister van Boxtel (Minderheden) vindt echter niet dat zij onder het minderhedenbeleid moeten vallen.

De Tweede Kamer vreest dat Chinezen steeds vaker de aansluiting met de arbeidsmarkt missen, onder andere omdat er in de Chinese horeca minder werk is dan vroeger. Tijdens een debat in de Tweede Kamer zei Van Boxtel toe te zullen onderzoeken of zijn ministerie, samen met Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Economische Zaken, een project kan opzetten om Chinezen in Nederland beter aan werk en scholing te helpen.

De naar schatting 40.000 Chinezen in Nederland maken geen onderdeel uit van het minderhedenbeleid, dat zich richt op Marokkanen, Antillianen, Surinamers en Turken. Een meerderheid van de Kamer vond in eerste instantie dat Chinezen hierbij gevoegd zouden moeten worden.

Vanuit de Chinese gemeenschap komen klachten. Zij voelen zich tekort gedaan, omdat volgens hun woordvoerders de Nederlandse overheid denkt dat het over het algemeen sociaal-economisch goed gaat met de Chinese minderheid. Ouderen spreken echter nauwelijks Nederlands en hebben vrijwel geen pensioen opgebouwd. Jongeren doen het over het algemeen wel goed op school, maar hebben volgens de Chinezen zelf soms moeite zich te handhaven.

Van Boxtel benadrukte de vooruitgang van de tweede generatie en zei niet zomaar de Chinezen te willen opnemen in het minderhedenbeleid. Hij wil wachten op een brede evaluatie van het minderhedenbeleid, volgend jaar. De minister wil tegen die tijd ook de hulp aan Chinezen onder de loep nemen. Tot die tijd wil Van Boxtel wel twee keer per jaar met vertegenwoordigers van de gemeenschap rond de tafel zitten. De Chinezen mogen ook, al zijn ze geen erkende doelgroep van het minderhedenbeleid, deelnemen aan het Landelijk Overleg Minderheden.

In dit overleg zitten nu het Surinaams Inspraakorgaan, het Inspraakorgaan Turken en het Samenwerkingsverband van Marokkanen en Tunesiërs. Zij geven periodiek hun visie op het gevoerde beleid ten aanzien van hun achterban. Uit een recent onderzoek van het weekblad Contrast bleek echter dat minderheden zelf de inspraakorganen niet of nauwelijks kennen en zich niet bijzonder door hen vertegenwoordigd voelen.