JEZUS IN DE TAAL

Jezus heeft diepe sporen nagelaten in onze taal. Hetzelfde geldt voor zijn vader. Zijn moeder is minder goed bedeeld, maar ook haar vinden we in vele gedaanten terug in onze woordenschat – met name in de vloeken.

Ooit was het gevaarlijk om Jezus' naam ijdel te gebruiken. Daar kon je een flinke straf voor krijgen – op aarde of in een hiernamaals. Maar het lucht nu eenmaal flink op om iets lelijks of pittigs te roepen als de zaken tegenzitten. In 1966 stelde N.M. Laarman van de Bond tegen het Vloeken voor om `godverdomme' te vervangen door `rododendron' – ook een pittig woord (,,wel rrrododennndrrron!''). Dat voorstel vond geen brede navolging.

Wat doe je als je het vloeken niet kunt laten, maar geen straf wilt riskeren? Dan ga je de Verboden Namen afzwakken, verkleinen, ontkrachten. Kijken we naar Jezus, dan heeft dit geleid tot verbasteringen als jakdomme, jakkes, jeechie-kreechie, jeetjemina, jemig de pemig, jeminee, jeminiejoosje (hier zien we Jezus, Maria en Jozef bij elkaar), jezumpiel, jezusmina, joosje, semines, sjajses en tsjasses. Vloeken als harrebaszes, harrechrastus, harrejakkes en harrejasus zijn verbasteringen van `Here Jezus'.

,,In negatieve zin heeft de eigennaam [Jezus] min of meer de functie gekregen van een tussenwerpsel'', schrijft P.G.J. van Sterkenburg in Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (1997). Anders gezegd: voor sommigen is deze naam net zoiets als `afijn, au, hé, hmm, tsja' of `uh'.

Jezus komen we ook in verschillende samenstellingen tegen. Zo is aan de nieuwste Van Dale onder meer `jezusslipper' toegevoegd, als schertsende benaming voor `open sandaal'. Gebeld met de Bond tegen het Vloeken, wat ze dáár nu weer van vonden. De Bond is tegen ieder misbruik (ook tegen `jeetje') en hoewel ze nog nooit van `jezusslipper' hadden gehoord, keurden ze het af. ,,Wij vinden'', aldus een woordvoerder, ,,dat Jezus de naam is van de zoon van God''. Daar is geen speld tussen te krijgen.

    • Ewoud Sanders