Iedereen zijn eigen Jezus

Was Jezus prettig in de omgang, kwam hij zelfverzekerd over? Weten we niet, roepen theologen om het hardst. Om vervolgens toch een poging tot invulling te wagen.

WAT WETEN WE over het karakter, de persoonlijkheid van Jezus? Niks, helemaal niks, zegt H.M. Kuitert, emeritus-hoogleraar Ethiek aan de Vrije Universiteit: ,,Alles is fantasie, iedereen fantaseert er maar op los.'' Zijn innerlijke roerselen kennen is onmogelijk, aldus H.W. Hollander, universitair docent Nieuwe Testament aan de Universiteit Leiden. ,,Er staat bijvoorbeeld geschreven dat hij vlak voor het lijden huilde en geroerd was. Maar daar was niemand bij en er zijn ook geen snippertjes papier gevonden waarop hij geschreven heeft: `Nou, toen voelde ik me toch beroerd, zeg!'

,,En we weten dat hij weende bij het graf van Lazarus. Dan kun je zeggen: hij was begaan met zijn vrienden, maar dat zegt nog niet zoveel over zijn karakter. De meeste mensen zijn verdrietig wanneer een goede vriend overlijdt. Bovendien is de historiciteit van zulke verhalen niet duidelijk.''

De `historische Jezus' is een moeilijk grijpbaar onderwerp, waarover talloze geleerden en andere geïnteresseerden zich op meer en minder wetenschappelijke wijze buigen. Het weinige dat we van Jezus weten, weten we uit de evangeliën – en die zijn dertig, veertig jaar na zijn dood opgetekend door mensen die hem niet persoonlijk gekend hebben en die helemaal niet de bedoeling hadden om een persoonsbeschrijving van hem te geven. En zelfs áls ze dat wel hadden gewild, dan nog was het in die tijd niet gebruikelijk om iemands karakter te analyseren; zo dacht men eenvoudigweg niet.

Hooguit kende men Jezus bepaalde, in de toenmalige literatuur gebruikelijke rollen toe. ,,Hij werd gezien als profeet, als iemand die spreekt en handelt namens God, als demonenuitbanner, als genezer, als leraar'', vertelt M. de Jonge, emeritus-hoogleraar Nieuwe Testament aan de Universiteit Leiden. ,,Zijn leerlingen hebben teruggegrepen op beelden uit de geschiedenis van Israel. Ze hadden de neiging hem te zien als de nieuwe Elia, een grote profeet uit het Oude Testament. Dus als er een aantal felle woorden van Jezus zijn overgeleverd, dan hoort dat helemaal tot het genre van de profeet die op een kritiek moment namens God zeer onaangename dingen zegt.''

De bijbelse uitspraken en gedragingen van Jezus zeggen dus meer over de traditionele manier waarop bewonderde persoonlijkheden werden beschreven, dan over zijn feitelijke karakter. Als Jezus bijvoorbeeld ergens beweert dat hij `de weg, de waarheid en het leven' is, kunnen we daar vandaag de dag niet uit concluderen dat hij op het arrogante af zelfverzekerd moet zijn geweest.

Dat het reconstrueren van zijn karakter vrijwel ondoenlijk is, weerhoudt vooral gelovigen er niet van om een duidelijk omlijnd idee te hebben over Jezus' persoonlijkheid. In 1997 publiceerden Amerikaanse psychologen een lijst met eigenschappen die door meer dan 80 procent van de mensen aan Jezus werden toegeschreven. Dat is, niet verwonderlijk, één grote jubelzang: geduldig, wijs, bekwaam, intelligent, eerlijk, moedig, vriendelijk, begripvol, enzovoort.

Interessanter is de manier waarop mensen verschillen in het beeld dat ze van Jezus hebben. Dat blijkt voor een groot deel af te hangen van hun eigen karakter. Britse onderzoekers toonden enkele jaren geleden aan dat mensen die zelf veel piekeren Jezus ook zien als iemand die zich vaak zorgen maakte, terwijl niet-tobbers hem minder als piekeraar inschatten. Ook beschouwen mensen Jezus als extraverter naarmate ze zichzelf extraverter vinden.

De onderzoekers hielden de mogelijkheid open dat mensen zich gingen gedragen naar het beeld dat ze van Jezus hadden, volgens het imitatio Christi-principe. Maar waarschijnlijker is dat het beeld dat mensen zich vormen afhankelijk is van hun eigen behoeften, hun eigen referentiekader. Mensen met meer zelfvertrouwen hebben ook meer vertrouwen in God. De manier waarop zij over hun ouders denken is vaak vergelijkbaar met hun gedachten over God, zo blijkt uit onderzoek uit de jaren zestig en zeventig. Daarop werden, voor therapeutische doeleinden, vragenlijsten ontwikkeld als de Images of Jesus Questionnaire en de God Image Inventory – de aard van een verstoorde relatie van een gelovige met God of Jezus zegt iets over zijn of haar problematiek, is het idee.

Intussen zijn onderzoekers zelf ook maar mensen, dus hun beeld van Jezus wordt net zo goed vormgegeven door hun eigen referentiekader. Twee Californische klinisch- psychologen analyseerden in 1981 uitvoerig de ontmoetingen en gesprekken die Jezus met mensen had in termen van systeemtherapie, en concludeerden dat Jezus de meest effectieve therapeut uit de geschiedenis moet zijn. En een Newyorkse psychiater deed eind jaren zeventig zijn uiterste best om de veelgehoorde hypothese dat Jezus eigenlijk een gek was die aan waanvoorstellingen leed, te ontkrachten. Als Jezus aan grootheidswaan leed, dan zou hij veel te trots zijn geweest om zich met zondaars en publieke vrouwen in te laten, beargumenteerde de psychiater. En paranoïde was Jezus ook niet; ze zaten immers écht achter hem aan.

Deze discussie is nog lang niet beslecht. Dit jaar verscheen het boek De andere Jezus van de Belgische arts in ruste Ernest Maes, die, volgens de flaptekst, de `ontluisterende, maar klemmende' conclusie trekt: `Jezus was geen mensgeworden zoon van God, hij was hooguit een psychotische idealist!'

Zo creëert iedereen voor zichzelf de Jezus die hij of zij graag ziet. Ook deskundigen zijn daar, na de nodige voorbehouden, wel toe bereid. Al zijn al te wilde speculaties uit den boze. De Jonge: ,,Er zijn nu mensen die zeggen dat hij een homoseksuele relatie met Lazarus had. Homoseksualiteit behoort nu tot ons cultuurbeeld, dus dan moeten aan een grote figuur ook homoseksuele kanten worden toegeschreven. Maar ik vind dat je daar geen zinnig woord over kunt zeggen.'' Maar, zegt hij ook, je mag niet doen alsof alles maar uit de lucht gegrepen is. ,,Het beeld dat ontstaat zal altijd iets te maken hebben met het concrete hoe en wat van Jezus. Hij had bijvoorbeeld zeker aandacht voor mensen, met name voor de armen, die niet wisten hoe ze de volgende dag moesten doorkomen. En voor de sociale outcasts, die zich dingen veroorloofden die niet rechtvaardig waren.''

Zondaars dus. Jezus was dan ook niet lief, zegt de Amsterdamse pater Van Kilsdonk. ,,Die zondaars bestaan voor een groot deel uit publieke vrouwen. Om die je voeten te laten wassen, dat is niet mis! En hij houdt zeer harde toespraken tegen mensen die in naam der wet de zwakkeren onderdrukken. De lieve, de lievige Jezus is zeker niet historisch.'' Maar charisma had hij wel. Dat moet wel, zegt Hollander. ,,Kijk, gekruisigd werden ze allemaal, die Messiaspretendenten, maar Jezus' aanhangers zijn gebleven. Het is raar dat ze niet gedacht hebben, na zijn dood: `straks komen de Romeinen en dan hebben wij het ook gedaan'. Of: `hee, hij gaat dood, nou dan heb ik me vergist, ik ga weer vissen'. Nee, ze hielden eraan vast dat hij de Messias was. Dus zijn charisma moet navenant zijn geweest.''

    • Ellen de Bruin