`Het water herneemt zijn ruimte'

Nederlanders oordelen al te lichtvaardig over de grote problemen met het waterbeheer, maar we zijn `het putje van Europa'.

Steeds meer Nederlanders lijken te geloven in een risicoloze samenleving, waarin de burger te allen tijde tegen alle gevaren is beschermd door onfeilbare technologie en waterdichte regelgeving van de overheid. ,,Maar de risicoloze samenleving bestaat helemaal niet'', waarschuwt F. Tielrooij, voorzitter van de Commissie Waterbeheer 21ste eeuw, die vandaag een uitgebreid advies presenteerde. ,,We moeten af van het beeld: ons kan niets gebeuren.''

Tot ergernis van Tielrooij en zijn commissie wemelt het ook op watergebied van zulke staaltjes van misplaatst geloof in een risicoloze maatschappij. En dat terwijl Nederland het `putje' van Europa vormt, de zeespiegel blijft stijgen en de bodem op veel plaatsen blijft dalen. ,,Hoe je het ook wendt of keert, het water herneemt op den duur gewoon zijn ruimte'', profeteert Tielrooij.

Intussen sluiten we willens en wetens de ogen voor allerlei risico's. Neem het onlangs door Tweede Kamer en kabinet goedgekeurde plan om een deel van de glastuinbouw uit het Westland te verplaatsen naar de Zuid-Hollandse Zuidplaspolder, uitgerekend een van de diepste polders van Nederland. Heeft het Westland al af en toe te kampen met ernstige wateroverlast, dat probleem zal zich op de nieuwe locatie alleen nog maar sterker voordoen.

Er zijn meer voorbeelden. Ondanks de wateroverlast van 1998 gaat de bouw van Tollebeek, een wijk in het diepste deel van de Noordoostpolder, gewoon door. Ook de nieuwbouw bij Veenendaal op het laagste punt van de Gelderse Vallei gaat onverminderd door, terwijl bij Roermond wordt doorgebouwd aan de nieuwe woonwijk Oolderveste, gelegen in het stroomdal van de Maas. Bij Nijmegen verrijst de wijk Waalsprong, waardoor er minder speelruimte is voor de Waal tijdens extreem hoge waterstanden.

Juist omdat de mensen de kans op wateroverlast meestal niet erg serieus nemen, wil Tielrooij de burgers zelf meer bij het waterbeheer betrekken. Dat kan bijvoorbeeld door de burger deels verantwoordelijk te stellen voor eventuele waterschade. Wie zichzelf niet wil laten verzekeren, moet vervolgens zelf maar opdraaien voor de gevolgen. Alleen als de overheid zelf aantoonbaar nalatig is, kan er bij haar worden aangeklopt voor compensatie.

Een probleem met deze aanpak is echter dat het verzekeren tegen waterschade nog niet erg ontwikkeld is. Staatssecretaris De Vries (Verkeer en Waterstaat) brak hiervoor onlangs al een lans bij de verzekeraars.

De laatste jaren zijn er veel rapporten verschenen waarin wordt bepleit om meer ruimte te reserveren voor water. ,,Over dat principe is iedereen het inmiddels wel eens'', aldus Tielrooij, die tot vorig jaar gedeputeerde was in de provincie Noord-Holland. ,,Maar als het er op aankomt, roept iedereen: doe eerst maar iets bij de buurman en pas daarna bij mij.''

De tijd is gekomen voor daden, vinden Tielrooij en zijn commissie. Daarom stellen ze voor een verplichte `watertoets' op te nemen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Ook in de Vijfde Nota, waaraan minister Pronk (VROM) nu werkt, zou die toets verankerd moeten worden. Bij besluiten over de ontwikkeling van grotere nieuwe bedrijventerreinen, woonwijken of infrastructuur moet er eerst worden gekeken naar de gevolgen voor de waterhuishouding. Zijn die negatief, dan zou het project niet mogen doorgaan.

De voornaamste instantie die de watertoets zou moeten toepassen bij het verlenen van vergunningen zou volgens de commissie de provincie moeten worden. Als een project niet aan de watertoets voldoet, wil dat overigens nog niet zeggen dat het niet wordt uitgevoerd. Maar er zou in elk geval elders compensatie dienen te komen. Als stelregel wil Tielrooij dat de huidige ruimte voor het waterbeheer beslist niet kleiner wordt. In tegendeel: tot 2015 zou er juist 60.000 hectare extra bij moeten.

Het waterbeheer dient deze eeuw op een andere leest te worden geschoeid. Het water moet om te beginnen niet langer als een vijand maar als een bondgenoot worden gezien. ,,Je merkt het ook op de huizenmarkt'', aldus Tielrooij. ,,Huizen aan het water brengen meer op, of het nu om Amsterdamse grachtenpanden gaat of om een huis aan het water in een Vinex-wijk. Water heeft een geweldige aantrekkingskracht.''

Tot dusverre kwam het waterbeheer veelal neer op het bouwen van een dijk, met als doel het water zo snel mogelijk af te voeren. Daardoor werden de problemen vaak afgewenteld op stroomafwaarts gelegen gebieden, zowel fysiek als financieel. Waterschappen, provincies en het rijk moeten daarentegen voortaan zelf proberen eerst het water vast te houden in de bodem, eventueel ook in speciale retentiegebieden. Alleen als het niet anders kan, mag het water worden afgevoerd naar elders.

Meer dan nu het geval is moet het waterbeheer worden aangepakt per stroomgebied, wat trouwens ook al door de Europese Commissie wordt geëist van de lidstaten. Alle betrokkenen moeten daartoe intensief samenwerken. Het rijk blijft daarbij verantwoordelijk voor de coördinatie van de vier hoofdgebieden van Rijn, Maas, Schelde en Eems. Provincies, gemeenten en waterschappen nemen de regionale stroomgebieden voor hun rekening.

Het nieuwe beheer zou zo'n 500 miljoen gulden per jaar extra vergen, vooral om de beschikking te krijgen over terreinen die kunnen worden omgezet in meren of plassen. Als het even kan dienen functies samen te gaan, bijvoorbeeld voor natuur én recreatie.

Wie zegt dat het waterbeheer bovenstrooms moet beginnen, suggereert dat dan ook de buurlanden een belangrijke bijdrage moeten leveren. Tielrooij is daar op zichzelf voor en ziet graag dat Nederland zo nodig meebetaalt aan projecten in Duitsland en elders. Maar het ontslaat Nederland niet van de verplichting zelf eerst orde op zaken te stellen in eigen land. Tielrooij: ,,Zorg eerst dat je je eigen broek kunt ophouden, dan heb je vervolgens ook in het buitenland recht van spreken.''

    • Floris van Straaten