Een netwerker die zijn missie nooit vergat

Was Jezus een propagandist, een voorlichter of deed hij aan pr? De vaardigheden van een bekwaam verteller, die daden bij zijn woorden voegde.

WAS JEZUS EEN goed communicator? Het lijkt een wat modieuze, maar alleszins interessante vraagstelling. Lag er bijvoorbeeld een doordacht concept aan zijn optreden ten grondslag? Was hij getraind in spreken, uitleggen, vertellen en toepassen van zijn lichaamstaal? Was hij zich permanent bewust van zijn communicatieopdracht? Welke tactieken hanteerde hij? Merkwaardig genoeg zijn deze vragen nauwelijks onderzocht – noch binnen de theologie, noch binnen de communicatiewetenschappen.

Een belangrijke oorzaak van deze leemte is dat we alleen beschikken over de getuigenissen uit het Nieuwe Testament; niet-bijbelse bronnen laten ons op dit punt in de steek. Jezus schreef zelf niets op; zijn volgelingen gingen na zijn dood met het onderricht van hun leraar en profeet aan de haal. De informatie die de nieuwtestamentische geschriften ons aanreiken is sterk ingekleurd door de vroomheid en bewondering van de vroege kerk. Wat wij tegenwoordig `communicatiemanagement' noemen, was voor Jezus' volgelingen geen item.

Desalniettemin weten wij dat de reacties op Jezus erg verdeeld waren. Waar een deel van het volk vol aanbidding was, bleven anderen volstrekt onverschillig onder zijn woorden. De Romeinse overheerser bleef op ongeïnteresseerde afstand. En de innerlijk verdeelde joodse leidersgroep toonde overwegend grote argwaan en vijandigheid. Dat alles had plaats in een warrige tijd vol dreiging en een door velen voorvoeld naderend wereldeinde. Dit laatste onderstreepte Jezus in zijn prediking, evenals de belofte van een nieuw Koninkrijk.

Was Jezus, in termen van moderne beroepsprofielen, een profeet-voorlichter, een propagandist, een public relations-behartiger of een communicatieadviseur? Om te beginnen was hij een kind van zijn tijd. Hij sprak het klassieke Hebreeuws, discussieerde in het Aramees en hanteerde het koinè-Grieks op straat wanneer hij niet-joden aansprak. Hij verkondigde zijn leer in de vertrouwde vormen: de gelijkenis, de illustratie van de boodschap door het lichaam, het onderricht op straat en in de tempel. In die zin was hij een soort reizend profeet en leraar zoals er zovelen waren.

In Handelingen 5:36-39 lezen we dat in zijn dagen andere grote leiders met aanhang leefden, maar zij verdwenen stuk voor stuk. Rages of trends, zouden wij nu zeggen. Jezus moet dus iets `extra's' hebben gehad. Hier scheiden zich uiteraard de wegen van de fundamentalistische theoloog en de communicatieonderzoeker: de eerste zal onderstrepen dat de uniciteit van Jezus ligt in het feit dat hij de Zoon van God is. De communicatiedeskundige zal echter vragen naar retorische vaardigheden en het charisma van de man. Welke begaafdheden onderscheidden hem van anderen? Waarom hadden – en hebben – zijn woorden zo'n impact?

Jezus zelf zei dat zijn woorden voortvloeiden uit wat de Vader hem had opgedragen (Johannes 8:26). Hij gaf door, droeg over, lichtte voor en onderwees. Hij wist zich een schakel in een reeks boodschappers en verwijst herhaaldelijk naar de profeten voor en volgelingen na hem. Dat zijn boodschap een langdurige vertaalbeweging op gang zou brengen, wist hij niet. Dat kwam pas ver na zijn dood aan de orde, toen het Koninkrijk uitbleef. Hij was in de eerste plaats een profeet die slachtoffer werd van Romeinse angst en joodse weerzin.

In vele opzichten was Jezus ook een propagandist pur sang. Hoewel zijn boodschap wortelde in de joodse geschiedenis, gebruikte hij nieuwe, verrassende beelden en tekenen. De inhoud van zijn woorden vertegenwoordigde niet zozeer een sluitende leer vol dogma's, maar eerder een mengeling van geloofswaarheden, praktische levensadviezen en radicale levenshoudingen. De kern van zijn verkondiging was de oproep tot bekering en het afzien van de ten dode opgeschreven wereld. Dat bracht hem veel aanhang.

Bijzonder aan Jezus was dat hij zijn propaganda onderstreepte met daden. De geschiedenis bewijst dat de aanhang van grote bewegingen inzakt wanneer de propaganda niet aantoont dat de boodschap `werkt'. Daarom ,,stond de schare verbaasd van zijn tekenen'' (Johannes 6:2 en Marcus 16:20). Zij zagen dat hij macht had over ziekte, dood en leven, over zee en wind. Het ultieme bewijs dat zijn woord authentiek was. En het sterkste, want krachtiger communicatie is niet denkbaar. Volgens de evangelisten waren de tekenen die hij verrichtte dan ook de echte `trekkers'.

Het taalgebruik van Jezus was zeer direct, al moet gezegd dat we niet weten in hoeverre de evangelisten zijn woorden stileerden. Niet zelden is zijn taal wat ruw, zoals in het Marcus-evangelie en het zogenaamde Thomas-evangelie. Daar staat tegenover dat het Johannes-evangelie een lieflijke Jezus in zijn stralende gestalte toont. Hoe Jezus precies sprak weten we niet, maar de evangelisten vertellen ons dat hij gezag inboezemde (Lucas 4:32 en Mattheüs 17:28). De andere sprekers van zijn tijd maakten kennelijk meer gebruik van de mantratechniek: het weinig verrassend afdraaien van de bekende teksten.

Maar Jezus was bovenal een bekwaam verteller. Hij communiceerde helder en zocht aanknopingspunten in het dagelijks leven (het verloren schaap, de verloren zoon). Door zijn messcherp beeldgebruik ontmaskerde hij het levenloze formalisme van de joodse leiders. Door talloze praktijkvoorbeelden bewees hij dat het oude niet meer werkte. Tegelijkertijd liet hij soms na direct te antwoorden (Johannes 8:1-11). In een probleemsituatie die dringend om een antwoord vroeg, schreef hij in het zand. Non-communicatief, zouden we nu zeggen. En toch haalde juist dát zinnetje de wereldtribune: Wie van u zonder zonde is, werpe de eerste steen.

Soms zweeg Jezus bewust – een manier van communiceren die Pilatus bijvoorbeeld in grote verlegenheid bracht. De ene keer antwoordde hij met een wedervraag. De andere keer viel hij onredelijk hard uit naar zijn volgelingen, bijvoorbeeld toen zij eerst hun zaken wilden regelen voordat ze hem volgden. Mysterieus en boeiend zijn de teksten die niet verstaan of begrepen dienden te worden: horende doof, ziende blind! (Marcus 4:10-12) en de zogenoemde `verbergingsteksten', waarin Jezus zijn volgelingen maant niet aan anderen te vertellen wat ze gezien en gehoord hadden (Lucas 9:21).

Was Jezus een goede public relations-man? Zonder twijfel heeft hij de zaak van het Koninkrijk goed `op de kaart gezet'. Hij droeg sterk bij aan de imago-opbouw van het Rijk: ,,Laat uw licht schijnen, zet het niet onder een korenmaat, verkondig het van de daken.'' Jezus drukte zijn volgelingen op het hart de boodschap snel te verspreiden na zijn dood. Tíjdens zijn leven gebruikte hij daar `evenementen' voor; hij zocht de mensen op in synagogen, de tempel, op straten, pleinen, markten en grote feesten. Hij verscheen op recepties, nam deel aan maaltijden bij prominenten. Een echte netwerker, die nimmer zijn missie uit het oog verloor.

Jezus was geen communicatieadviseur, in de zin dat hij systematisch andere mensen leerde hoe zijn boodschap gecommuniceerd diende te worden. Dat neemt niet weg dat het in zijn onderwijs vooral om communicatie draait: tussen God en mens, maar ook tussen mensen onderling. Hij leerde `omgaan met'. Dat bleef niet bij woorden, want Jezus communiceerde zelf ook niet vanuit een ascese – hij verkoos het echte leven.

Anne van der Meiden is predikant en emeritus-hoogleraar public relations

    • Anne van der Meiden