Een Italiaanse designdynastie

Bij Pininfarina werken 2.500 mensen en de jaarlijkse omzet bedraagt 1,325 miljard gulden. Toch wordt dit Italiaanse bedrijf, dat dit jaar zeventig jaar bestaat, niet direct geassocieerd met industriële prestaties, want de naam Pininfarina is bovenal synoniem voor toonaangevend autodesign, inmiddels drie generaties achtereen.

Minstens eenmaal per jaar staat Sergio Pininfarina (74) in de schijnwerpers, wanneer hij op autosalons van Parijs, Genève of Turijn voor de zoveelste keer sinds de oprichting van het bedrijf in 1930 een oogverblindend en exotisch showmodel ten doop houdt. Onlangs was dat weer het geval met de op Ferrari-techniek gebouwde `Rossa'. Dan wordt hem gevraagd naar de artistieke inhoud van het ontwerp, en wat voor invloed dat zal hebben op de toekomstige vormgeving van Fiats, Opels of Toyota's. Omzichtig geeft hij zijn commentaar, want de hele auto-industrie is klant bij zijn bedrijf. Zijn ontwerpen zijn doorgaans ook van een tijdloze schoonheid, met een diepe conceptuele betekenis ook, en ze werpen doorgaans hun schaduw ver vooruit over de hele industrie. Overigens hield Sergio evenmin als zijn vader en grondlegger van het bedrijf, de illustere Battista `pinin' Farina, zelden zelf een tekenpen vast. In plaats daarvan ontwikkelde hij zich als de grootste onafhankelijke visionair van de auto-industrie, met het accent op concepten en vormgeving en liet zich daartoe steeds omringen door een team van getalenteerde ontwerpers. Het idee voor de hedendaagse 4-persoons sportcoupé's, ook wel Gran Turismo's genaamd, stamt van de oude Battista, die in 1947 op het kleine 1100-chassis van het onbekende Italiaanse sportwagenmerk Cisitalia een revolutionair koetswerk bouwde. Daarvan is slechts een handvol geproduceerd en een ervan staat sindsdien in het New York Museum of Modern Art, als eerbetoon aan de esthetische kwaliteit van zijn ontwerp. Maar qua concept wijkt de huidige, door liefhebbers om zijn uiterlijke schoonheid geprezen Peugeot 406 coupé niet af van die Cisitalia. De Peugeot is niet voor niets ontworpen bij Pininfarina en wordt daar zelfs in kleine serie geproduceerd.

Sergio Pininfarina is inmiddels de manager van een enkele honderden mensen tellende ontwerpstudio en denktank voor de mondiale auto-industrie, en houdt er in de traditie van het bedrijf bovendien een kleine productie-eenheid op na waar jaarlijks maximaal 40.000 exclusieve modellen worden gemaakt, voor Peugeot, Fiat, Rolls-Royce of Mitsubishi. Een unieke onderneming van een unieke familie, die echter op eieren loopt om zich staande te houden in een industrie waar machtsconcentraties aan de orde van de dag zijn maar de behoefte aan onafhankelijk adviseurschap onontbeerlijk blijft. Op 22 mei 1930 begon de kleine Battista Farina – vandaar zijn bijnaam `pinin' – voor zichzelf, na eerder te hebben gewerkt in het ambachtelijke carrosseriebedrijf van zijn broer. Daar bestelden de groten der aarde hun speciale carrosserieontwerpen. Battista zag de toekomst echter breder, ofschoon ook hij tot in de jaren vijftig voor koningen, prinsessen en filmsterren werkte. De koning van Roemenië was in 1930 zijn eerste klant en prins Bernard bestelde in Turijn verschillende keren een exclusief voor hem ontworpen Ferrari. Maar Battista geloofde vooral in individuele styling voor auto's als instrument om ze van andere volumemodellen te onderscheiden. Bovendien was hij ervan overtuigd dat je exclusieve auto's goedkoper kon maken door ze in beperkte serieproductie te nemen. Aan het begrip limited edition gaf hij concreet inhoud. ,,Dat was ook van essentieel belang voor ons voortbestaan. Wanneer we hadden vastgehouden aan traditionele individuele carrosseriebouw zouden we niet hebben overleefd'', aldus Sergio Pininfarina nu, er aan toevoegend dat zijn firma daarmee exclusieve modellen binnen bereik van een breder publiek bracht. Zonder zijn `carrozzeria' zouden de honderdduizenden Fiat- en Alfa-spiders nooit hebben kunnen bestaan. Sergio praat over zijn vader als een persoonlijke bron van inspiratie. ,,Hij toonde niet alleen begrip voor techniek maar had vooral inzicht in de menselijke cultuur en smaak.''

Op hun beurt spreken Sergio's drie kinderen Lorenza, Andrea en Paulo met groot respect over hun vader, die rond 1950 in het bedrijf kwam en na de dood van Battista in 1966 de leiding van het bedrijf overnam. Geen andere manager zat zo lang aan het roer van een auto-industriële onderneming en dat zal in de derde generatie worden voortgezet. Want Lorenza is directeur communicatie, Andrea directeur technische ontwikkelingen en Paulo houdt zich bezig met industrieel design van andere objecten dan auto's. Na de beursgang van enkele jaren geleden is het merendeel van de aandelen ook nog in hun bezit. En de grote automachten zullen de laatsten zijn om daaraan te tornen, want bij wie moeten ze anders terecht voor onafhankelijk advies over design en techniek? Naast Pininfarina (sinds 1961 mogen Battista's naam en bijnaam bij presidentieel decreet officieel aan elkaar worden geschreven) hebben alleen de traditionele carrozzeria van Nuccio Bertone en de Giorgetto's studio `Italdesign' wereldnaam. Maar Pininfarina is de grootste, beroemdste en meest toonaangevende. Wat echter ook zijn keerzijde heeft. Vooral de persoonlijke meningen van de familie zouden wel eens kunnen botsen met de belangen van het bedrijf en de wensen van de klant, dus wordt iedere uitspraak van de bedrijfsleiding gewogen. Een voorbeeld: de Ferrari `Rossa', dit jaar jubileummodel van het designhuis, is een bloedstollende schoonheid. Maar Pininfarina ontwierp ook de Daewoo Tacuma ruimtewagen, een beoogde concurrent van de Renault Scenic die er daarom niet te extreem uit mocht zien en volgens sommigen de naam Pininfarina eigenlijk niet waardig is. En dan praat geen mens nog over de talloze geheime projecten die het daglicht wegens de verschillende confidentiële ontwerpprocessen niet kunnen velen.

Niet zelden wordt Pininfarina gevraagd een ontwerp te maken voor een autofabrikant alleen met het doel de eigen designcapaciteit van het betrokken merk qua creativiteit te toetsen aan dat van de meester uit Turijn.Wanneer Sergio Pininfarina, die in Italië vele maatschappelijke functies bekleedt en enkele jaren Europarlementariër was, de wereld een boodschap wil meegeven, ligt die daarom meestal opgesloten in het concept van een nieuwe auto. ,,De auto is een van de belangrijkste verworvenheden van de afgelopen eeuw'', legt Sergio uit. ,,Maar het gebruik ervan bracht de wereld ook negatieve aspecten en we hebben de schoonheid van onze historische binnensteden bijna verwoest met auto's en de emissies en congesties hebben ons leven vergiftigd. Daarom besteden wij zoveel geld aan het vinden van oplossingen van die problemen.'' Zijn oplossing heette vorig jaar `Metrocubo', een ultracompact stadsautootje van hetzelfde formaat als de Smart. ,,Wij maken niet alleen auto's als kunstwerken, maar zoeken ook naar baanbrekende vernieuwing'', zegt Sergio, en geeft enkele voorbeelden. De Metrocubo had een hybride aandrijving, met een elektromotor voor in de stad en een benzinemotor die op de buitenweg de accu oplaadt. De afgelopen jaren creëerde de Turijnse studio meer van dit soort stadsauto's, met alternatieve aandrijfsystemen en nieuwe, exotische lichtgewicht materialen. Ver voor de oliecrises van 1973 en 1980 stopte Pininfarina echter ook alle beschikbare kennis in gestroomlijnde auto's om daarmee het benzineverbruik te beperken, een doelstelling waarvoor men zelfs een eigen windtunnel bouwde. En lang voordat veiligheid een verkoopargument was, ontstonden onder Sergio's leiding in de jaren zestig veiligheidsauto's waarvan gepatenteerde ideeën pas decennia later toepassing vonden, zelfs in de Formule I.

Veel fabrikanten hebben in de loop der jaren hun toekomst aan de esthetische visie van Pininfarina opgehangen. Peugeot was in 1955 de eerste, door de beroemde 403 in Turijn te laten ontwerpen. Velen merken volgden, al bleven de meesten anoniem. Want het zou de trots van een grote fabrikant kunnen schaden wanneer bleek dat men niet zelf in staat was een geslaagde auto te ontwerpen. Voor anderen geeft de verbintenis met de autocouturier uit Turijn echter toegevoegde waarde. Mitsubishi vermeldt vol trots dat hun kleine terreinwagn door de Italiaanse `maestro' is ontworpen en door hem wordt gebouwd. En dan is er natuurlijk Ferrari, waarvan vrijwel elk model sinds 1952 door Pininfarina werd getekend en meestal ook geproduceerd. Vooral Sergio kon het altijd goed vinden met de tycoon van Maranello, en heeft samen met Enzo Ferrari menig spectaculair project op poten gezet. Voor Sergio is de Ferrari Dino `berlinetta speciale' uit 1965 nog altijd een persoonlijk favoriet ontwerp. Meestal zijn het echter jonge designers die hun talenten in dienst van Pininfarina stellen. Ze willen maar al te graag daar ervaring op doen, zoals jonge autosportfanaten ervan dromen racemonteur te worden. Alleen wordt hun naam nooit genoemd, want hoe groot een ontwerptalent ook is, je werkt voor het Pininfarina collectief. Dat levert spanningen op en ook veel frustraties, die vergelijkbaar zijn met wat zich afspeelt in de Parijse modewereld. Af en toe staat een van de Pininfarina-ontwerpers op, om voor zichzelf te beginnen. Zelden heeft dat succes, uitzonderingen daargelaten.

Tom Tjaarda, van Amerikaans-Nederlandse komaf, tekende bij Pininfarina in de jaren zestig de Fiat 124 spider om daarna via een post bij Fords Turijnse designhuis Ghia (waar hij de eerste Fiesta ontwierp) voor zichzelf te beginnen. Datzelfde lot onderging Leonardo Fioravanti (25 jaar geleden verantwoordelijk voor de Ferrari 308 GTB) en Enrico Fumia, de man van de huidige Alfa Romeo spider en coupé, die nu ook zelfstandig ontwerpt. Hun werk wordt door insiders gerespecteerd, maar hun naam en faam kan niet tippen aan die van hun voormalige werkgever.

Op dit moment is het volgens insiders binnen Italiaanse designkringen de Japanner Ken Okuyama die de artistieke toon aangeeft in PF's uiterst geheime ontwerpcentrum in Cambiano, onder de rook van Turijn. Alleen zullen Sergio of zijn kinderen, noch de rest van de staf die naam nooit noemen. Bij Pininfarina zijn individuen ondergeschikt aan de collectieve missie voor beter autodesign die grootvader Battista zeventig jaar geleden begon. ,,En autodesign zal, doordat de techniek van auto's steeds meer op elkaar gaat lijken, nog belangrijker worden'', is Sergio's vaste overtuiging.