Een gevaarlijke gek

Het moest een revolutionair proces worden, en dat werd het. Daar stonden Andreas Baader en Gudrun Enslin garant voor. Zij stonden, samen met nog twee andere strijdmakkers voor de linkse zaak, in oktober 1968 terecht wegens brandstichting in twee warenhuizen in Frankfurt am Main. Zij waren binnen en buiten de rechtbank verzekerd van steun, respectievelijk van Horst Mahler en Ulrike Meinhof.

In zijn boek De Baader-Meinhofgroep noemt A.J. Crijnen Horst Mahler `dé advocaat van de buitenparlementaire oppositie' en citeert hij Meinhof, die in het blad Konkret schreef: `Het progressieve moment van een brandstichting in een warenhuis bestaat niet in de vernieling van de waren, maar in de criminaliteit van de daad, het overtreden van de wet. (...) Het is nog altijd beter een warenhuis in brand te steken dan het te beheren'.

Een aantal gangmakers van het extreem-linkse geweld dat (met behulp van Ostmarken) de West-Duitse samenleving in de jaren zeventig bijkans ontwrichtte, zijn overleden. Maar Horst Mahler, (64), is alive and kicking. Hij kickt alleen niet meer op extreem-links, maar op extreem-rechts. Hij is toegetreden tot de NPD en vindt dat, gezien zijn achtergrond, heel normaal: ,,We hebben toentertijd tegen het Amerikaanse imperialisme gevochten. Datzelfde doe ik ook nu'', zegt hij in HP/De Tijd. Volgens het blad is `Horst Mahler de personificatie van de these dat extreem-links en extreem-rechts dicht tegen elkaar aan kunnen liggen'. Het werkwoord kunnen had geschrapt mogen worden. Ook vraagt het blad zich af of we te maken hebben met `een gevaarlijke gek of een nauwelijks serieus te nemen gefrustreerde revolutionair'. Neem van een buitenstaander aan: Duitsland heeft in de persoon van Horst Mahler te maken met een gevaarlijke gek – zoals hij dat destijds ook was.

Volgens Duitsland-kenner Friso Wielenga gaat de vergelijking tussen de jaren zeventig en nu echter niet op: `er heerst nu niet het gevoel dat de staat ontwricht wordt', zegt hij in HN. Volgens hem zijn het vooral jongeren `die flirten met het neonazistische gedachtegoed en ernaar handelen. (...) Die jongeren voelen zich de verliezers van de eenheid, ze leven nog niet in de bloeiende landschappen die Kohl had voorspeld. Zo bezien is de bestrijding van extreem-rechts ook een zaak van lange adem. De RAF-terroristen waren ideologen, intellectuelen. Deze jongeren hebben nog geen afgerond wereldbeeld'. Nee, dan het wereldbeeld van Ulrike Meinhof: `Alleen de revolutionaire praktijk telt, de rest is gezeik'. Of van Andreas Baader, `die onder het motto: `niet lullen, doen' elke theoretische discussie binnen de groep rigoureus afkapte' (A.J. Crijnen).

Iets doen, dat moet staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) en liefst voor prinsjesdag: de aangekondigde sluiting van Huis Doorn, de laatste verblijfplaats van keizer Wilhelm II, ongedaan maken. In een open brief aan Van der Ploeg, die in VN staat afgedrukt, roept Arnold Heertje hem daartoe op: `Je wekt de schijn te willen bezuinigen op de manier van een organisatieadviseur die een concert bijwoont en opmerkt dat tijdwinsten kunnen worden geboekt door niet alle passages steeds te herhalen. Die schijn moet worden vermeden'.

Ook rechtenstudent Robbert van der Vliet vindt dat er iets gedaan moet worden, maar dan aan het universitair onderwijs: `Ik zou (...) zover willen gaan te beweren dat op veel universiteiten het bestuur dermate is geperverteerd dat inhoudelijke doeleinden nauwelijks meer terzake doen', zegt hij in De Groene Amsterdammer dat een artikel wijdt aan nieuwe studentenpartijen die de strijd aanbinden tegen de verloedering van het onderwijs. Elsevier tikt het parlement op zijn vingers: dát moet iets doen tegen het ongerief in het openbaar vervoer, en niet een of ander reizigersplatform. Het is als met de behandeling van gevaarlijke gekken: daar heb je instanties voor.