De pretbox van Vermeend - 2

Belastingdruk is nog erger dan hoge bloeddruk. Het is een onderwerp dat heftige emoties oproept en waarover veel mensen een uitgesproken mening hebben. Twee weken geleden schreef ik over een opmerkelijk effect van het nieuwe belastingstelsel – De pretbox van Vermeend – en de reacties stroomden binnen. Hoezo, slapend rijk worden met een tweede huis? Waanzin! Keurige belastingbetalers toonden aan dat ze er met het nieuwe stelsel flink op achteruitgaan.

Waar gaat het om? Om box 3 van het nieuwe belastingstelsel. Onder fiscalisten wordt dit de `pretbox van Vermeend' genoemd. De clou is dat in het nieuwe belastingstelsel inkomsten uit arbeid en uit sparen/beleggen verschillend worden behandeld. Box 3 – beleggingsinkomsten – kent een heffing op het vermogen van 1,2 procent, maar het inkomen is belastingvrij. Dat biedt interessante mogelijkheden, onder meer in geval van verhuur van onroerend goed dat niet de hoofdwoning is. Tegenover het wegvallen van de aftrekbaarheid van het onderhoud staan de belastingvrije huurinkomsten.

Ho, wacht even. De verdieping die voor studerende kinderen is gekocht levert geen cent op. En dat vakantiehuisje op de Veluwe, de bungalow in Porte Zeelande of die vervallen boerderij in Friesland ook niet. Dat gaat alleen maar extra geld kosten. Nee, maar panden op goede locaties in de grote steden wel degelijk. En hoe meer met eigen geld gefinancierd, des te voordeliger.

Het gaat erom zoveel mogelijk inkomen in box 3 te laten terechtkomen, want daar is het belastingvrij. Het begrip boxhoppen – inkomen verschuiven van box 1 naar box 3 – doet al opgang.

Dit is een breuk met het oude stelsel, waarin de fiscus inkomsten uit beleggingen of spaargelden tegen het hoogste tarief belastte en het dus een sport was om zo min mogelijk belastbare inkomsten te hebben. De slogans `belastingvrij sparen' en `de fiscus betaalt mee' waarmee alle mogelijke beleggingsproducten werden verkocht, zijn door het nieuwe stelsel onderuitgehaald. Zoals Vermeend aankondigde: hij heeft een einde gemaakt aan de creativiteit van `fiscale trapezewerkers'. Het verdwijnen van fiscale beleggingsconstructies is een verbetering, maar het betekent dat particulieren – soms fors – met hun inkomen achteruit kunnen gaan. Bijvoorbeeld als ze geen inkomen uit arbeid hebben maar uit vermogen. Of als hun beleggingen gericht zijn op onbelaste waardestijging en niet op rendement in de vorm van dividend of rente. Of als ze belegd hebben in aandelen die dividend in de vorm van aandelen uitkeren. Vanaf 1 januari 2001 worden ze geconfronteerd met de vermogensrendementsheffing (1,2 procent van het vermogen), maar die kan stukken hoger uitvallen dan het onbelaste inkomen.

Er zit een ander aspect aan het nieuwe stelsel dat voor een ongerijmdheid zorgt. Alle politieke partijen – met uitzondering van GroenLinks en de SP – hebben koudwatervrees om de aftrekbaarheid van de hypotheekrente aan de orde te stellen. Daarom wordt in het nieuwe stelsel het eigen huis niet als `bezit' beschouwd, wat het natuurlijk is, maar als `inkomen' zodat het valt in box 1. Hierdoor blijft de hypotheekrente aftrekbaar van het inkomen. Waarom behoort het eerste huis niet tot het vermogen en het tweede of derde wel? Uitsluitend omdat door deze kunstgreep het heilige huisje van de hypotheekrente-aftrek overeind blijft. Zo blijft de fiscus op een oneigenlijke manier de woningmarkt beïnvloeden, blijft de hypotheekrente dé manier om het belastbare inkomen uit arbeid te drukken, blijven hypotheekconstructies interessant en wordt de keuzevrijheid over de besteding van de overwaarde van het eigen huis beknot. Er is een manier om dit probleem op te lossen. Maak de hypotheekrente niet langer aftrekbaar tegen het hoogste, maar tegen het basistarief van de inkomstenbelasting. Het gaat dan niet af van de top, maar van de bodem van het belastbare inkomen. Geef het bedrag dat vrij komt terug in de vorm van lagere belasting. En laat belastingbetalers vrij de hypotheekleningen niet alleen voor de aanschaf of het onderhoud van een huis te gebruiken, maar ook voor alternatieve bestedingen. Dat is minder ingewikkeld en vergroot de fiscale neutraliteit.

Maar het ligt politiek gevoelig. De PvdA wil niet dat burgers met hun hypotheeklening andere dingen doen, de VVD en het CDA staan pal voor de aftrekbaarheid tegen het hoogste tarief. De sociaal-democraten zouden het debat over beperking van de hypotheekrente-aftrek ideologisch het makkelijkste moeten aandurven. Maar de PvdA ziet de krantenkoppen al voor zich en is als de dood dat dit zich tegen de partij zal keren. Kok herinnert zich de interne ruzies maar al te goed en wil er niet aan. Discussie gesloten, dus.

Als oplossing hebben Zalm en Vermeend in de nieuwe belastingwet het eerste huis in box 1 gelaten en is besloten om de aftrek van hypotheekrente op het tweede (en derde) huis te schrappen. Dat is zuur voor mensen die in het verleden met een hypotheek een vakantiehuisje of een verdieping voor hun studerende kinderen hebben gekocht. Zij zijn de dupe van de nieuwe belastingwetgeving. Maar wie, door wat voor omstandigheden ook, de beschikking heeft over een huis dat voor een aardige prijs verhuurd kan worden, is spekkoper. Inderdaad, de rijken worden rijker met dank aan Willem Vermeend.

rjanssen@nrc.nl