`Bosnië-beleid was emotioneel, niet realistisch'

Gebrek aan realiteitszin, emoties en moraliteit bepaalden in de periode 1990-1995 het Joegoslavië-beleid van Nederland. Tot deze conclusie komt ambtenaar dr. N. Both van Buitenlandse Zaken in zijn vandaag gepubliceerde boek `From Indifference to Entrapment'.

De echte morele vraag: konden de Nederlandse blauwhelmen daadwerkelijk bescherming bieden aan de moslimbevolking in de enclave Srebrenica, speelde, constateert hij, ,,in de besluitvorming geen rol''. In deze enclave, die door de Verenigde Naties tot `veilig gebied' was bestempeld, werden onder de ogen van Dutchbat in de zomer van 1995 moslimmannen door de Serviërs gescheiden van hun vrouwen en kinderen. Tot nu toe zijn 2.200 lichamen geborgen, 7.300 mensen worden nog vermist.

Both publiceert zijn bevindingen net voor de verschijning van het rapport van de commissie-Bakker. Deze commissie, onder leiding van D66-Kamerlid Bert Bakker, onderzocht de politieke besluitvorming ten aanzien van de deelname van Nederlandse militairen aan internationale vredesmissies. De beslissing om militairen uit te zenden werd genomen op basis van summiere informatie, zeggen direct betrokkenen bij deze commissie, waarbij nauwelijks aandacht was voor praktische kwesties. Op basis van deze informatie stemde de Tweede Kamer in met uitzending, en de commissie-Bakker constateert dat de Kamer is tekortgeschoten in haar controlerende taak.

,,Ik heb me verbaasd over de gemakzuchtigheid waarmee parlementsleden als dominees stonden te oreren over het grote onrecht op de Balkan, maar zich weinig gelegen lieten liggen aan de moeilijke, praktische en militair-operationele vragen'', zegt Both desgevraagd. De verkeerde beslissing lag volgens hem niet aan de informatievoorziening. Maandag wordt het rapport van commissie-Bakker gepubliceerd.

Both onderscheidt in zijn boek drie periodes. ,,Onverschillig'' was het Joegoslavië-beleid van juni 1990 tot juli 1991. Toen Nederland voorzitter was van de Europese Unie (juni 1991 tot januari 1992) werd het beleid ,,vol overgave'' gevoerd, er was volgens Both ,,blindelings'' gekozen voor de underdog, de Bosnische moslims. Daarna, 1992-1995, raakte Nederland verstrikt en ,,liep in de val van Srebrenica''. In deze periode werd fel gevochten in Bosnië. In een vraaggesprek met deze krant zegt Both: ,,Minachtend wordt naar de opstelling van het buitenland gekeken, omdat die landen niet militair wilden ingrijpen.''

Both promoveerde deze zomer op dit onderwerp aan de Universiteit van Sheffield.

INTERVIEW BOTH: pagina 3