Boonstra exit

HET IS VERLEIDELIJK om bij het aanstaande vertrek van Philips' hoogste baas te spreken over het `tijdperk-Boonstra' dat nu wordt afgesloten. Alsof het lot van een zo groot bedrijf als Philips in handen ligt van één persoon, hoe belangrijk ook. Steeds weer blijken toplieden, meestal na hun aftreden, stervelingen te zijn, gewone mensen die in hun werk fouten maken, in het openbaar soms bewierookt maar vaker stilletjes verfoeid, en die bij hun vertrek het heilige kruis nakrijgen. Zo verging het Boonstra's voorganger Jan Timmer, in zijn tijd wel de redder van Philips genoemd. Met het `tijdperk-Timmer' – jaren van grote saneringen en massaontslagen – maakte Boonstra korte metten. Toen hij in 1996 aantrad als bestuursvoorzitter moest veel bij Philips weer anders en was er voor de vertrokken Timmer uiteindelijk zelfs geen plek in de raad van commissarissen. Het ene tijdperk maakte plaats voor het andere – maar niet zonder bloedvergieten.

Niettemin: Boonstra is op zijn manier voor Philips de afgelopen jaren belangrijk geweest. Hij maakte het concern financieel gezond. Er is weer geld in kas, de aandeelhouder heeft niets te klagen en het vertrouwen van de financiële markten in Philips is dankzij Boonstra's kostenbesparingen en het afstoten van verliesgevende activiteiten groter dan ooit. Onder zijn leiding werd het hoofdkantoor van Eindhoven naar Amsterdam verplaatst, een verhuizing die een ware cultuuromslag markeerde. In die zin is wel degelijk sprake geweest van het einde van een tijdperk. De technisch knappe maar commercieel wat suffige regionale reus in het zuiden des lands werd onder Boonstra een min of meer gestroomlijnde multinational, die marketing laat prevaleren boven techniek en die het aandeelhoudersbelang hoog in zijn vaandel voert. Daar is wel iets voor te zeggen – uitwassen met optieregelingen daargelaten.

WAT BOONSTRA HEEFT verzuimd is het formuleren van een heldere toekomstvisie. Misschien is dat ook te veel gevraagd. Het dagelijks management, met al zijn beslommeringen en om oplossing smekende problemen, vergt nu eenmaal veel van bestuurders. En al doende werkt men toch ook aan de toekomst. Boonstra heeft dat zelf met zijn daden aangetoond. Maar na een lange periode van reorganiseren, afstoten, snijden en saneren heeft Philips nu behoefte aan een scenario voor de komende jaren, een opbouwende en creatieve strategie waarmee het bedrijf weer een tijd vooruit kan. Het woord is aan Boonstra's opvolger, Gerard Kleisterlee. Zijn `tijdperk' is gisteren begonnen.