Ballon

Een warme zomermiddag op begraafplaats Zorgvlied aan de Amsteldijk in Amsterdam. De lucht hing zwaar tussen de hoge, oude bomen, dikke, zwarte vliegen zoemden om mijn hoofd. Wat deed ik daar? Kijken. Op kerkhoven valt veel te zien. Grafschriften, foto's, namen, jaartallen, vooral jaartallen: hoe lang duurde het, of hoe kort.

Ik besef dat het een hele luxe is als je er alleen maar hoeft te kijken, en niet te treuren. Een luxe van voorbijgaande aard overigens.

Tevoren had ik de graven van vijf Nederlandse schrijvers ter bezichtiging aangekruist, want de mens wil een doel hebben, zelfs op een kerkhof. Renate Rubinstein, Annie M.G. Schmidt, Hans Andreus, Frans Kellendonk en Willem Wittkampf.

De verschillen waren groot. Zo schraal en somber als het graf van Rubinstein erbij lag, zo bont en vrolijk was de grafsteen van Schmidt. Hans Andreus werd omringd door veel vaste planten, trots en waardig rees Kellendonks marmeren zuil omhoog. Wittkampf speelde de rol van zijn leven: een beetje achteraf, in een klein gemeentegraf, met alleen de aanduiding `verslaggever' op zijn steen maar daarom niet minder indrukwekkend.

Het was een moeizame zoektocht, want het lezen van plattegronden is niet mijn sterkste punt. Terwijl ik het achterste deel van het terrein naderde, zag ik steeds aan de rand van mijn blikveld iets boven een heg zwaaien. Het leek een vlag of een kledingstuk, maar toen ik dichter bij kwam, zag ik dat het een grote, kleurige ballon was. En het was alsof die ballon me beduidde: kom hier, ik wil je iets laten zien.

Een ballon op een kerkhof? Merkwaardig. Ik ging er aarzelend op af. Was er een leukerd aan het werk die een macabere grap wilde uithalen met de vermoeide wandelaar?

Het bleek een beer te zijn. Een ballon in de vorm van een beer. Ik liep om de heg heen en bleef stomverbaasd staan. Ik stond voor een hartvormige grafsteen die omringd werd door een stoet van speelgoedbeesten. Eén grote beer was duidelijk de baas over dit kleine dierenrijk met veel kleine beertjes en zelfs een schildpad.

Op het graf stond onder de naam `Isabel' geschreven: Naam die gedroomd werd/ toekomst die vernield werd/ vreugde die droefheid werd/ leven dat kort leven werd/ maar voor altijd in ons hart zal zijn.

En daar was de verschrikking van de cijfers: 12-8-99/ 17-8-99.

Verderop zag ik nog enkele van zulke graven. Poppen, schoentjes, door het zonlicht gebleekte beertjes. Op Zorgvlied is zelfs een hele `kinderafdeling'. Ik vroeg me af of ik het als ouder zou kunnen opbrengen elke keer weer naar zo'n graf te gaan. Ik denk het niet. Die ballon! Eerst zwaait hij fier in de verte, dan beukt de wind hem kapot en hangt hij als een vaatdoek tegen het groen.

Maar ik heb gemakkelijk praten, veel gemakkelijker dan die ouders van `Isabel'.

    • Frits Abrahams