Advies: platteland moet zijn functies beter integreren

. Het platteland moet zich richten op het multifunctioneel gebruik van de grond. Het landelijk gebied moet wateropslag, natuur, landbouw, recreatie en wonen combineren en niet meer in aparte zones onderbrengen. Leidraad daarbij moet de kwaliteit van het landschap zijn, dat wil zeggen de collectieve waarden in het landelijk gebied.

Dit stelt de Raad voor het landelijk gebied vandaag in het advies Het belang van samenhang, dat aan het kabinet is uitgebracht. De raad is het belangrijkste adviescollege van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

,,Het Nederlandse platteland is, afgezien van een aantal rafelranden rondom de steden, een juweel. Men is erin geslaagd het buitengebied open, toegankelijk en aantrekkelijk te houden. Maar voor de toekomst is er alle reden voor een diepgaande zorg'', zegt Jan-Douwe van der Ploeg, lid van de raad en hoogleraar rurale sociologie aan de Landbouwuniversiteit Wageningen. Het aantal claims op de groene ruimte zal de komende jaren fors stijgen, aldus de raad. Het platteland moet bijdragen aan waterbeheer; recreatie en toerisme vergen meer ruimte; er is een groeiende vraag naar natuurgebieden; de trek naar het platteland houdt aan; en de mobiliteit vergt extra infrastructuur. Met al deze claims is het ondoenlijk, stelt de raad, om iedere functie een eigen zone toe te blijven wijzen. Het is onontkoombaar dat functies worden gecombineerd.

De raad ziet een belangrijke rol voor de landbouw, als hoeder van het landelijk gebied. Deze moet zich ontwikkelen tot een ,,tegendruk'' die de druk van de verstedelijking kan weerstaan. Een reconstructie van de landbouw moet leiden tot andersoortige boerenbedrijven, die zich richten op een scala aan activiteiten, zoals natuurontwikkeling op het bedrijf; verhuur of bouw van woningen; agrarisch toerisme; het zelf verwerken en verkopen van producten; het aanbieden van zorg of het leveren van energie. Zo'n landbouw kan op langere termijn voorkomen dat het landelijk gebied alleen dient als opvang voor stedelijke functies.

Wat de kwaliteiten van een landschap zijn, moet volgens de raad worden overgelaten aan de lokale bewoners en gebruikers van dat landschap. Die kwaliteiten zijn voor ieder soort landschap verschillend. Het rijk moet in de gaten houden dat nationale prioriteiten niet uit het oog worden verloren.

De raad vindt dat de inzet van gemeenschapsgeld op het landelijk gebied meerdere waarden tegelijk moet dienen. Daartoe moet er een `integratietoets' komen.