Water kan natuurgebieden ruïneren

Meer ruimte voor water betekent niet dat je zomaar een paar natuurgebieden kunt laten vollopen, waarschuwt Staatsbosbeheer.

Natuurlijk is het een goede zaak dat wij in Nederland meer ruimte voor water gaan inrichten, zegt adjunct-directeur Niek van Heijst van Staatsbosbeheer tijdens een excursie naar het stroomgebied van de Brabantse rivier De Mark. Het is een goede zaak dat er gebieden worden aangewezen die kunnen dienen om overtollig water te bergen. Maar, zo waarschuwt hij zittend in een luxe touringcar, daarvoor mogen niet alleen natuurgebieden worden opgeofferd.

Van Heijst: ,,Wat wij niet willen is dat er gezegd wordt: water moet een sturend principe worden in de ruimtelijke ordening, natuurgebieden liggen meestal op lage plaatsen, dus laat de natuurgebieden maar vollopen en laat de eieren van de broedvogels maar wegdrijven. Bij sommige vormen van natuur is wateropvang goed mogelijk en is de combinatie water en natuur heel goed, bijvoorbeeld in de uiterwaarden. In sommige gebieden levert wateropvang echter sterke schade op. Bossen bijvoorbeeld kunnen niet zomaar als wateropvang worden gebruikt, want dan sterven ze.''

Om duidelijk te maken hoe waterbeheer en natuur goed samen kunnen gaan, ja elkaar kunnen versterken, heeft Staatsbosbeheer een rondrit per bus georganiseerd in het stroomgebied van de Mark, een rivier die in België ontspringt en via Breda naar het westen stroomt om uiteindelijk in het Volkerrak uit te monden. Hoewel slechts een klein deel van een door staatssecretaris De Vries (Verkeer en Waterstaat) ingesteld proefproject hier is voltooid, laten de werkzaamheden volgens Staatsbosbeheer toch al zien hoe waterbeheerders en natuurbeschermers gezamenlijk tot ,,creatieve'' oplossingen kunnen komen.

Voor een succesvolle win-win-situatie moet je volgens Staatsbosbeheer drie dingen doen. Om te beginnen moet je het water aan het begin van de rivier zo lang mogelijk vasthouden. Laat het regenwater maar rustig in de bodem zakken, sluit de kreken en beken maar weer op de rivier aan. Een aardig voorbeeld is de Bleeke Heide, een voormalige maïsakker in het grensgebied die sinds een jaar weer na elke regenbui mag vollopen en waar tegelijkertijd een grote variatie aan vogelsoorten is waar te nemen. ,,Een vogelparadijs'', zegt ecoloog Guido Stooker van Staatsbosbeheer. ,,De boertjes die we hiervoor hebben uitgekocht, vinden het ook heel mooi geworden.''

Ten tweede moet je verderop de waterafvoer vertragen zodat een stedelijk gebied, in dit geval Breda, bij hoge pieken niet ineens blank komt te staan. Laat de boel maar flink meanderen. Om dit aanschouwelijk te maken, stopt de bus bij De Bieberg, een gebied langs De Mark even ten zuiden van Breda. Naast het kerkhof, onder de beuken, worden de plannen toegelicht. Hier zullen straks de bochten in de genormaliseerde Mark weer worden hersteld. Een zijbeekje is al aangepakt en kronkelt nu door de achtertuin van een notaris. Straks komen er ook nog extra beddingen voor de volle Mark. Dit alles moet culmineren in een ,,recreatief knooppunt'' rondom een aantrekkelijk bruggetje, met onder meer een speelbeek, dat wil zeggen een kleine bypass waar kinderen zelf waterbeheerdertje kunnen spelen door stenen te verleggen.

De laatste cruciale maatregel om zowel de natuur vooruit te helpen als de wateroverlast in woonwijken tegen te gaan, is het inrichten van grote bergboezems rondom de benedenloop van een rivier. Om dat voor elkaar te boksen zijn Staatsbosbeheer, het waterschap Mark en Weerijs en het Hoogheemraadschap West-Brabant druk doende met het verwerven van natte graslanden ten noorden en westen van Breda.

Ziedaar het recept voor modern water- en natuurbeheer. Heel veel werk gaat zitten in herstel. In het Brabantse proefproject maken medewerkers van het Waterschap Mark en Weerijs ongedaan wat zij een jaar of dertig geleden als hoogste waarheid uitvoerden. Jan van Hal van het waterschap: ,,Ik heb daar destijds ook zelf driftig aan meegewerkt. In het verleden hebben wij onbewust onze werkgelegenheid van nu gecreëerd.''