Volhardende laatbloeier

Hij sprak altijd met een dubbele tong en deed dat schitterend. Sir Humphrey Appleby, de topambtenaar uit de Engelse comedy-serie Yes (Prime) Minister, was op en top de gladde praatjesmaker, die alles leek te doen om zijn minister met raad en daad terzijde te staan, maar intussen alleen maar bezig was zijn eigen meedogenloze machtspositie in stand te houden. Sir Humphrey speelde niet eens de hoofdrol, maar de acteur Nigel Hawthorne maakte hem met meesterhand tot de bezienswaardigste van het hele stel.

Nigel Hawthorne was al een jaar of vijftig, toen hij in 1979 die rol kreeg, en had voordien nog maar weinig indruk gemaakt. Achteraf is dat onbegrijpelijk, maar de BBC-documentaire Yes Sir Nigel, die vanavond te zien is bij de NPS, laat er geen misverstanden over bestaan. Ook als veertiger was hij nog steeds – zonder veel succes – bezig zich uit alle macht te bewijzen tegenover zijn ouders die nooit iets in zo'n toneelspelersbestaan hadden gezien. Verder dan wat figurantenrolletjes kwam hij kennelijk zelden.

We zien hem in enkele piepkleine tv-scènetjes, veel te middelmatig om op te vallen. Hij mocht een zinnetje zeggen als voorbijganger in de populaire serie Dad's Army, omdat één van de schrijvers hem een kansje wilde geven. Maar hij was zo zenuwachtig dat de tweede schrijver tegen zijn compagnon zei: ,,Hij is niet zo goed, hè?''

Pas met Yes Minister en later Yes Prime Minister kwam de doorbraak. Sindsdien is Nigel Hawthorne een veelgevraagd acteur voor de inspannendste rollen. Eerst op het toneel; hij speelde de hoofdrol in Shadowlands, maar toen er een film van kwam, gokte Hollywood toch liever op de veel bekendere Anthony Hopkins. Toen hij daarna bij het National Theatre de rol had vertolkt van de weggemanoeuvreerde broer in Richard III, en toen ook daarvan een verfilming werd gemaakt, zag hij het al aankomen: dat zou dus Tony Hopkins wel weer worden. Maar hij hield de rol. Later vanavond vertoont de NPS het resultaat: een extra spannende Shakespeare in een denkbeeldig Londen in de fascistisch ogende jaren dertig.

Pas daarna zag ook Hollywood brood in hem. Hij verscheen zelfs in een film met Sylvester Stallone, die hem de daaropvolgende Oscar-avond niet meer herkende, en hij speelde de rol van zijn leven in The Madness of King George – met de barokke gekte van de excentrieke koning, maar ook de wanhoop van de man die op heldere momenten beseft hoe hij eraan toe is.

Geen wonder dat nu ook King Lear op zijn weg is gekomen. Hawthorne werd door de BBC gefilmd toen hij in Japan aan die rol werkte, maar veel inzicht biedt de documentaire daarin niet. Evenmin valt er veel op te steken van een bezoek aan Zuid-Afrika, waar hij zijn jeugd doorbracht, en nu voor het oog van de camera een kennis van vroeger om de hals valt.

Veel boeiender zijn de verhalen uit 's mans acteursverleden en de passage over de abjecte manier waarop de Britse pers zich stortte op zijn homoseksualiteit. Een stuitender krantenkop dan Sir Bumphrey is niet te bedenken. Maar Nigel Hawthorne en zijn vriend hebben het schandaal glansrijk overleefd.

De laatbloeier laat zich niet meer uit het veld slaan.

Yes Sir Nigel, Ned.3, 20.50-21.55u.