Pseudoniem

Met enige regelmaat duikt hij op in het Nederlandse taalgebied: de pseudonieme literatuurcriticus. Het betreft hier meestal een min of meer bekende schrijver die zich eerst een pseudoniem aanmeet om vervolgens eens lekker om zich heen te meppen. Begin jaren negentig trad in het literaire tijdschrift De Brakke Hond bijvoorbeeld ene Bart de Man op die als een scherprechter half literair Nederland naar de hel verwees. En twee jaar geleden introduceerde Humo de criticus Patrick Demompere, die Esther Jansma's romandebuut `irritant onbenullig' noemde, bij Voskuil `verdomde koffieleuterijen' signaleerde en over Monika van Paemel optekende: ,,Het enige wat haar authentiek lijkt te fascineren is het mannelijk lid.'' Zowel bij De Man als Demompere werd gesuggereerd dat Gerrit Komrij er wel achter zou zitten. Dat is nooit bevestigd.

Sinds enige tijd heeft De Gids, eerbiedwaardig tijdschrift sinds 1837, er ook een. Hij noemt zich Kees Bokweide. Volgens de medewerkerslijst is deze Bokweide geboren in 1957 en `tandarts en kritisch lezer van Nederlandse literatuur'. Voor de zekerheid even de Associatie van Nederlandse Tandartsen gebeld, maar daar, op hun twee weken geleden bijgewerkte ledenlijst, komt geen Kees Bokweide voor, net zomin als in de Tandartsengids 1998. De kans dat Kees Bokweide bestaat is dus klein, in ieder geval onder die naam.

Bokweides taak in De Gids is overzichtelijk: in bijna ieder nummer bespreekt hij, als `uitsmijter' een of meer recent verschenen Nederlandstalige boeken, die elders weinig aandacht hebben gekregen. Voor een pseudoniem criticus is Bokweide daarbij opmerkelijk bedeesd. Geen scheldpartijen of fileerzucht maar rustige, kritische analyses die vooral opvallen door de vele verwijzingen naar de dagelijkse tandartsenpraktijk. Zo adviseerde hij Jeroen Brouwers om zich eens aan `een grondige gebitsbehandeling' te onderwerpen en schreef Bokweide in een stuk over griezelproza zonder schroom over `door tandvlees sijpelend pus' en `monsterlijk scheefgegroeide kaken'.

In het augustusnummer van De Gids wijkt Bokweide voor het eerst af van zijn gewoonte door twee overbekende boeken te bespreken: De passievrucht van Karel Glastra van Loon en Eilandgasten van Vonne van der Meer. Ook hier weet hij de tandartsenlink snel te leggen: het proza van deze auteurs doet Bokweide denken aan de Libelles en Margrieten in zijn wachtkamer. ,,Hier wordt gepreekt; hier wordt wat oppervlakkig is voor diepzinnig verkocht; hier krijgt de lezer geen kans ontdekkingen te doen of zich in een sfeer onder te dompelen – hier wordt de waarheid aan de lezer opgedrongen, op dezelfde manier als waarop damesbladen hun publiek een bepaalde levensstijl aanmeten.'' Het is een aardig stuk, kritisch ook, al valt er tegenin te brengen dat Glastra van Loon zo langzamerhand wel genoeg is omgezaagd en dat de argumenten van Bokweide tegen Van der Meer niet overtuigen. Ware het niet voor die vele tandartsverwijzingen, dan zou je denken dat hier een hele normale criticus aan het werk was.

Maar waarom gebruikt Kees Bokweide dan een pseudoniem?

De redactie van De Gids hult zich, eerst bij monde van de redactiesecretaris en vervolgens bij monde redacteur van Dirk van Weelden in geheimzinnigheid. Na enig aandringen wil de secretaris wel toegeven dat `Kees Bokweide' een schuilnaam is van iemand die per se anoniem wil blijven. Van Weelden begint luid te lachen en stelt, enigszins cryptisch, dat Bokweide ,,eigenlijk van ons allemaal is''. Dat Kees Bokweide een gezamenlijke schuilnaam van de redactie is, wil hij niet bevestigen.

Ik vraag het u omdat u de enige Gids-redacteur bent die net als Bokweide in 1957 is geboren.

Van Weelden: ,,Nee hoor, Maarten Asscher is ook van 1957.''

Dat lijkt een plausibeler oplossing. Maarten Asscher, Gids-redacteur, oud-directeur van uitgeverij Meulenhoff en auteur van diverse novellen heeft een goede reden om onder pseudoniem te werken: hij is tegenwoordig topambtenaar op het ministerie van OC&W. Hij blijkt ook de enige die zijn verhaal al klaar heeft.

,,Kees Bokweide? Ja hoor, die heb ik een keer ontmoet op een borrel van De Gids. Hij woont ergens in Eindhoven of Breda, ver weg in ieder geval van het Amsterdamse literaire wereldje. Hij leeft nogal teruggetrokken.''

Maar Kees Bokweide staat niet als tandarts geregistreerd.

,,Zo ziet u maar hoe teruggetrokken hij leeft.''

Kunt u geen telefoonnummer

geven? Dan kan ik hem vragen waarom hij zo geheimzinnig doet.

,,Nee, dat kan echt niet. Maar ik kan u wel verzekeren dat wanneer u een briefje stuurt naar het redactiesecretariaat van De Gids de heer Bokweide u zeker zal antwoorden.''

De Gids nr. 8 augustus 2000,

Prijs ƒ16,90.

    • Hans den Hartog Jager