Oost-Timor rekent op koffie, olie en toeristen

,,Oost-Timor is een levensvatbare staat'', zegt Sarah Cliffe, hoofd van de Wereldbankmissie in Oost-Timor. ,,Het zal alleen 20 jaar duren voordat het land het zonder buitenlandse hulp kan stellen.'' Oost-Timor kan in beginsel draaien op de export van Dili-koffie, een wereldberoemde arabica-variant, die vooral wordt geteeld in het zuidwestelijke bergdistrict Ermera, en op de veelbelovende reserves aan aardolie- en -gas in de Timorzee. Voor avontuurlijke eco-toeristen is er veel te genieten en de fraaie kust telt tal van potentiële duiklocaties.

Mari Alkatiri, lid van het links-nationalistische Fretilin, beheert in het UNTAET-kabinet Economische Zaken. Volgens hem kan de productie van rijst en maïs binnen twee jaar worden verdubbeld en is Oost-Timor in staat zelf in zijn voedselbehoefte te voorzien.

In de Timorzee bevinden zich reserves aan olie en aardgas die worden geschat op 40 biljoen kubieke voet. In 1990 sloten Indonesië en Australië het Timorzee Verdrag, dat het continentale plat tussen beide kusten in drie zones verdeelde en een verdeelsleutel vastlegde voor de olie- en gasbaten.

Omdat het verdrag Indonesiës aanspraken op Oost-Timor – die door de VN nooit zijn erkend – versterkte, nam Jakarta genoegen met een ongunstige verdeling van de opbrengsten. Alkatiri noemt het verdrag `illegaal'. Australië heeft al laten weten ,,geen probleem'' te zien in nieuwe onderhandelingen met Oost-Timor.