Onthand

In het weekend stortte mijn computer in. Het was zaterdagavond half zes, het slechtst denkbare tijdstip voor computerpanne, en de crash was totaal. Het grootste deel van de zondag ging heen met reanimatiepogingen van man, zoon en computerdeskundige vriend – zonder enig resultaat.

Terwijl mijn hulptroepen zich beijverden om de machinerie weer aan de praat te krijgen en bestanden veilig stelden op een andere harde schijf, zat ik me op te winden over het lot van de schrijver, althans degene die voor het dagelijkse werk afhankelijk is van een tekstverwerker. Nee, ik bedoel niet de mensen die dagelijks op kantoor hun beeldscherm aanfloepen en met toetsenbord en muis beginnen te stoeien. Als de elektronica het daar begeeft, bellen ze systeembeheer en gaan rustig achterover leunen. Een computerstoring in een bedrijf is als een op tilt geslagen lopende band in een 20ste-eeuwse fabriek: een adempauze voor de werkers. Maar de persoon die zo'n ding thuis heeft staan voor z'n werk en niet speciaal om er spelletjes op te spelen of ermee te chatten in cyberspace, raakt volslagen in paniek als de apparatuur het bijltje erbij neergooit. Mijn teksten zijn onbereikbaar! Heb ik wel een back-up? Hoe kom ik bij dat half-affe document? Hoe kan ik überhaupt nog iets schrijven? Hoe kan ik iets versturen? Ik heb mijn e-mailadressen niet op papier!

In een oogwenk ben je gruwelijk onthand, alsof je bestolen bent van paspoort, rijbewijs en alle plastic pasjes tegelijk. Een pianist is niets zonder piano, een timmerman kan niet zonder hamer, en ik ben afhankelijk van die vermaledijde computer, waar ik om te beginnen al nooit zo dol op was. Iets schrijven hoorde bij de eenvoudigste handelingen die er bestaan. Meer dan een bureau, pen en papier had je niet nodig. Als extra-

tje beschikte ik dan nog over een Hermes-baby, een compacte typemachine die mijn ouders begin jaren zestig hadden aangeschaft en die ik me ergens in mijn middelbare-schooltijd toe-eigende. De Hermes-baby is de fijnste typemachine die ik ken: elegant vormgegeven, mooi lettertje, draagbaar, ijzersterk en simpel te bedienen. Het enige wat hij nodig had was af en toe een nieuw lint. Meer dan twintig jaar deed mijn Hermes-baby dienst, totdat de vooruitgang zich aandiende.

Ik zou natuurlijk wel gek zijn, als ik geen computer had genomen. Het schrijven gaat sneller, efficiënter en met een paar muisklikken wordt alles de hele wereld rondgezonden. Dat scheelt postzegels, maar het ambachtelijke is weg. De handgeschreven kladversies en de flesjes Typp-ex verdwenen en nooit meer een inktvlek op mijn vingers. Het schrijven werd steriel. Niet dat dat me nou zo bezwaart, akeliger vind ik de afhankelijkheid van ingewikkelde apparaten, die al gedateerd zijn op het moment van aanschaf en verder ondanks alle zogeheten gebruiksvriendelijkheid veel kwetsbaarder zijn dan een gewone typemachine.

Een ambachtelijk schrijver kan altijd zijn werk doen, al heeft-ie niet meer dan een potlood en een stapel gebruikte enveloppen. Maar een computerschrijver heeft te veel logistiek tussen zijn gedachten en het eindproduct. Elke storing in het systeem leidt meteen tot krankzinnige hoeveelheden tijdverlies om de zaak weer recht te breien en het irritantste is dat ik het niet zelf kan, omdat ik daarvoor te weinig van computers weet. Het enige wat ik wil is een stukje schrijven en in plaats daarvan moet ik me bezighouden met het probleem hoe het Windows-programma opnieuw op mijn computer geïnstalleerd kan worden met behoud van oude bestanden. Het is alsof je een uitstapje naar Parijs wil maken en eerst de motor in je auto moet assembleren, waarbij je moet oppassen dat niet intussen de stoelen en de carrosserie eraan gaan.

Terwijl de hulpbrigade zich dieper en dieper in de krochten van mijn computer stortte, overwoog ik een nostalgisch weerzien met mijn Hermes-baby, die op een veilig plekje in de kast staat. Als de nood echt aan de man komt, kan ik daar altijd op terugvallen. Dat moment is nog niet gekomen, want ons huishouden is zo modern dat er liefst drie computers in figureren. De minimale veiligheidsvoorziening voor een computer is een tweede computer. Met drie zit je helemaal goed.

    • Beatrijs Ritsema