Ongepast

Als toerist zie je wat van de wereld, maar hoe paradoxaal het ook klinkt – de thuisblijver komt soms verder.

Dat drong weer eens tot me door toen ik op de televisie een documentaire over Roald Amundsen, de Noorse poolreiziger, zat te bekijken. Het toeval wilde dat ik kort daarvoor in Oslo het Fram Museum had bezocht, gewijd aan vooral Amundsen en zijn expedities met onder meer het schip de Fram, dat er in zijn volle glorie ligt opgebaard.

Een interessant museum, maar wat was Amundsen nou eigenlijk voor een man? In die documentaire van anderhalf uur kwam ik veel meer over hem te weten dan in het museum. Allemaal zeer memorabele zaken: dat hij slopende liefdesgeschiedenissen had met getrouwde vrouwen; dat hij zeehondjes stroopte om aan een van die vrouwen de huiden te kunnen geven; dat hij twee kleine eskimo-meisjes meenam naar Noorwegen om ze, toen hij erop uitgekeken was, naar Siberië te sturen; dat hij brak met zijn broer die hem financieel altijd geholpen had.

Niet allemaal even flatterende feiten, en zo'n museum lijkt ze daarom maar liever een beetje weg te moffelen.

Ik had hetzelfde verschijnsel al eerder opgemerkt bij een bezoek aan het museum van toneelschrijver Henrik Ibsen, ook in Oslo. Op zichzelf een aardig, klein museum, te vergelijken met het Freud Museum in Wenen. Net als bij Freud is het appartement in het centrum van Oslo waar Ibsen met zijn vrouw Suzannah zijn laatste jaren sleet, helemaal intact gebleven, inclusief een aantal meubels. In zijn werkkamer hangt een portret van Strindberg. Strindberg? Hadden die heren geen enorme hekel aan elkaar? Juist daarom. De gedachte dat `die gek' en `doodsvijand' naar hem moest kijken terwijl hij zat te werken, was buitengewoon inspirerend voor Ibsen.

Onze gids schuwde dergelijke details niet, maar ze viel stil toen een bezoeker schuchter het liefdesleven van Ibsen ter sprake bracht. Nou ja, antwoordde ze na enig aandringen, er was iets geweest met een jonge vrouw, en mevrouw Ibsen had het heel vervelend gevonden, maar het was nogal ongepast om dat nu allemaal op te halen. En ze bracht ons snel naar het doodsbed van Ibsen, alsof ze de oude heer alsnog wilde laten boeten voor zijn vuige lusten.

Hoe zat het precies met het geheime leven van Ibsen? Ik kwam er niet achter, want de beste biografie van hem door Michael Meyer was in Oslo niet meer in de handel. Terug in Nederland kon ik bij een antiquariaat nog een exemplaar op de kop tikken.

Ach, hij hield van erg jonge vrouwen. Een van hen, Emilie Bardach uit Wenen, was pas achttien jaar toen ze de 61-jarige Ibsen op de rand van een echtscheiding bracht. Een andere jonge vlam, Helene Raff, zei dat het gedrag van Ibsen niets met banale ontrouw te maken had: hij had de jeugd nodig voor `zijn poëtische productie'. Een mooie motivering, waar de schrijvers onder ons misschien hun voordeel mee kunnen doen.