Nederland OPEC-land

DE OLIEPRIJZEN ZIJN gestegen tot boven de dertig dollar per vat. Dat is voor de tweede keer dit jaar en het ziet er niet naar uit dat de olieprijzen spoedig zullen dalen. De OPEC, het kartel van olieproducerende landen, maakt geen aanstalten om de oliemarkten te kalmeren. Voor de eurolanden van de Europese Unie is dat geen goed nieuws. Stijgende olieprijzen en een stijgende dollar wakkeren de inflatie aan.

De inkomstenstijging komt de olieproducerende landen buitengewoon goed uit. Niet alleen de OPEC-leden, trouwens. Ook niet-OPEC-landen zoals Rusland, Mexico, Noorwegen en Nederland profiteren van de gestegen prijzen voor ruwe olie. Nederland? Hier klaagt iedereen dat de benzine aan de pomp meer dan een rijksdaalder kost en wordt er onderzoek gedaan naar mogelijke afspraken tussen de oliemaatschappijen over de benzineprijzen. Maar aan de andere kant van de pomp ontvangt de Nederlandse overheid meer geld. Weliswaar is de benzineaccijns een vast bedrag per liter, maar de btw-opbrengst gaat met de prijsstijgingen omhoog. Nederland heeft geen plannen om, zoals in andere Europese landen wordt overwogen, ter demping van de gestegen energieprijzen de accijns te verlagen of het `kwartje van Kok' uit 1991 te schrappen. Integendeel. Volgend jaar gaat hier in het kader van de `vergroening' van de belastingen de heffing op elektriciteit en aardgas omhoog. Daarmee jaagt het kabinet de huishoudelijke energieprijzen verder omhoog.

De grootste windfall profit maakt de Nederlandse schatkist dankzij de koppeling van de aardgasprijzen aan die van de ruwe olie. Met een half jaar vertraging volgt het Nederlandse aardgas de olieprijzen. De vuistregel is dat (op jaarbasis) een stijging van de olieprijs met één dollar voor de schatkist een extra bedrag van 400 miljoen gulden oplevert. De zuinige rekenaars in Den Haag gaan in hun ramingen uit van een olieprijs van 20 à 21 dollar. Als de prijs daar een jaar lang gemiddeld tien dollar boven blijft, levert dat de schatkist een slordige vier miljard gulden extra inkomsten op.

IN DE JAREN ZEVENTIG deed zich dezelfde situatie voor toen de olieprijzen omhoogschoten. Weliswaar kondigden de Arabische OPEC-landen een boycot van de haven van Rotterdam af en besloot het kabinet-Den Uyl in reactie tot autoloze zondagen, maar vervolgens liep de nationale schatkist vol met extra aardgasbaten. Die werden toen verjubeld in de uitbouw van de sociale verzorgingsstaat en het heeft decennia gekost om de publieke financiën daarna weer op orde te krijgen. De meevallers zijn nu niet meer bij te houden, en daar komen straks nog extra aardgasopbrengsten bij. Zolang het kabinet vasthoudt aan de afspraak dat dergelijke meevallers bestemd zijn voor het Fonds voor Economische Structuurversterking hoeft niet gevreesd te worden voor een herhaling van de Hollandse ziekte van de jaren zeventig. Maar Nederland moet zich bewust zijn dat het de status van semi-OPEC-land heeft.